Koekkoek, H.G. – Echtscheiding en hertrouwen

echtscheiding_en_hertrouwen

Als er vandaag de dag één relatievorm is, die onder druk staat, dan is dat de relatie tussen man en vrouw in het huwelijk. Het is in onze westerse cultuur lang niet meer zo vanzelfsprekend als vroeger dat deze relatie een leven lang standhoudt. Eén op de vier huwelijken wordt door echtscheiding ontbonden, terwijl ook hertrouwen na een echtscheiding steeds gebruikelijker wordt.

Kerkelijk dilemma

Uiteraard heeft deze culturele verschuiving ook zijn weerslag op het functioneren van de gemeente. Onder christenen wordt ook steeds vaker gescheiden en hertrouwd. En daarmee worden de kerkleiders voor een lastig dilemma geplaatst, want heeft Jezus niet gezegd, dat ‘wat God heeft samengevoegd, de mens niet mag scheiden’?

Sinds de tijd van de kerkvaders is de kerk uitgegaan van de stelregel dat echtscheiding voor een christen niet geoorloofd is. [1] Het huwelijksverbond blijft levenslang bestaan. Pas in de Renaissance is hierop door Erasmus één uitzondering gemaakt: ontrouw. Volgens hem wordt de huwelijksband door overspel verbroken en mag de benadeelde partij opnieuw huwen. Deze uitzonderingsregel is door Luther en Calvijn overgenomen en heeft sindsdien deel uitgemaakt van de kerkelijke praktijk. Tot in de tweede helft van de twintigste eeuw, wanneer blijkt dat christenen de culturele trend ten aanzien van echtscheiding en hertrouwen niet buiten de deur kunnen houden. Liberale kerken maken er dan geen punt meer van om nieuwe huwelijken van gescheiden partners kerkelijk in te zegenen. De orthodoxe kerkgenootschappen en de evangelische gemeenten zijn hierin tot op heden meer terughoudend geweest, maar ook daar zien wij de opvattingen verschuiven.

De wissel genomen

In de jaren negentig wordt evangelisch Nederland opgeschrikt door de echtscheiding van één van haar leiders: Ben Hoekendijk. Vol verbijstering en ongeloof wordt kennis genomen van het feit dat een echtpaar dat jarenlang samen in de bediening heeft gestaan niet meer samen verder kan. Deze verbijstering neemt toe wanneer broeder Hoekendijk enkele jaren later aankondigt opnieuw te gaan trouwen. [2]  Wellicht het meest opmerkelijke aan deze gebeurtenissen is, dat hij hierin geen aanleiding ziet om afstand te doen van zijn bediening. Kennelijk kunnen beide voor hem heel goed samengaan. In zijn boekje ‘Met God kun je opnieuw beginnen’ legt hij uit waarom hij vindt dat de stelling dat God echtscheiding in alle gevallen afwijst en hertrouwen voor een christen verkeerd is, zwakke kanten heeft. [3] Daarbij maakt hij melding van een ‘bemoedigende brochure van de Nederlandse dominee H.G. Koekkoek’ [4], die tot de conclusie komt dat hertrouwen na een scheiding in de Schrift nergens wordt veroordeeld, en dat voor God gescheiden en hertrouwde mensen geen tweederangs gelovigen zijn. [5]

De traditie bijgesteld

Ds. H.G. Koekkoek is, behalve voorganger van een baptisten gemeente in Alphen aan den Rijn, een productief bijbelleraar. Zijn studies worden uitgegeven door de eigen stichting Het Licht des Levens en geven de indruk grote waarde te hechten aan het gezag van de Schrift. Toch weerhoudt dit hem er niet van om ten aanzien van echtscheiding en hertrouwen tot geheel andere inzichten te komen dan de kerk in de twintig eeuwen van haar geschiedenis. ‘Echtscheiding is een door God gegeven mogelijkheid’, zo meent Koekkoek. Omdat bij een echtscheiding het huwelijk ophoudt te bestaan, is er volgens hem geen belemmering om te hertrouwen. Men is dan immers weer ‘vrij’. Evenmin is er iets op tegen dat een gescheidene of hertrouwde een functie in de gemeente vervult. Ook een gescheidene kan een geestelijk mens zijn en functioneren als een voorbeeld voor de gemeente. Waar het in deze discussie ten diepste om gaat, zo zegt Koekkoek, is of Gods genade wel op de juiste waarde wordt geschat. Wanneer wij iets van de diepte hiervan doorgronden, kunnen wij niet anders doen dan gescheiden en hertrouwde mensen in de gemeente volkomen accepteren. [6]

In zijn betoog schuift Koekkoek Gods Woord niet terzijde, maar probeert hij de Bijbel uit te leggen zonder de ballast van de traditie. Want, zo zegt hij, het is de traditie die heeft geleid tot verkeerde en onbijbelse standpunten over echtscheiding en hertrouwen.

Andere kaders

Koekkoek noemt een aantal argumenten waarom hij meent afstand te moeten nemen van de kerkelijke traditie. Met deze argumenten neemt hij niet alleen afstand, maar brengt hij ook andere denkkaders aan. De belangrijkste worden hieronder kort samengevat.

  1. Echtbreuk is niet hetzelfde als echtscheiding. In ons spraakgebruik worden de woorden ‘echtscheiding’ en ‘echtbreuk’ nogal eens als synoniemen gebruikt. Volgens Koekkoek maakt de grondtekst van de Bijbel tussen beide woorden echter een groot verschil.
    ‘Echtscheiding’ duidt op de beëindiging van het huwelijk en wordt nergens veroordeeld. Na een echtscheiding was men dan ook over het algemeen vrij om met een ander te hertrouwen.
    ‘Echtbreuk’ daarentegen duidt op overspel, ontrouw en seksuele onreinheid. Dit wordt scherp veroordeeld en in één adem genoemd met de zonden van Lev. 18 en 20.
  2. Het huwelijk is een eenzijdig verbond. In ons denken benaderen wij het huwelijk veelal vanuit de vooronderstelling dat het om een tweezijdig verbond gaat, dat wordt aangegaan door gelijkwaardige partners. In de Bijbel is het huwelijk altijd een eenzijdig verbond van de man aan zijn vrouw. Dit hield in dat een huwelijk niet door de vrouw ongedaan gemaakt kon worden. Zij kon er hooguit toe overgaan haar man te verlaten. Wanneer men zich dit niet realiseert, worden bepaalde teksten verkeerd begrepen, meent Koekkoek. [7]
  3. Echtscheiding is een gave van God. Velen denken dat God alleen het huwelijk heeft ingesteld en de echtscheiding haat. Maar in het Oude Testament heeft de echtscheiding een plaats in de Mozaïsche wetgeving gekregen. Hieruit concludeert Koekkoek dat de hemelse Vader wel degelijk een voorziening heeft getroffen voor echtscheiding. Dat dit zo is, ziet hij bevestigd in het schriftwoord waarin God Zelf aan het 10-stammenrijk een scheidbrief geeft. Ook kan hij zich niet voorstellen dat Jezus in het Nieuwe Testament tegen deze gedachte in gaat.
  4. De Joodse cultuur is uitgangspunt. Gelovigen zijn ten aanzien van hun opvattingen over het huwelijk sterk beïnvloed door de sacramentsgedachte van de Rooms-katholieke kerk. Volgens Koekkoek ontbreekt hiervoor de bijbelse onderbouwing. Hij ziet de Joodse cultuur als het meest representatief voor de wijze waarop uitvoering werd en wordt gegeven aan het Woord van God. Daar zien we dat de man bij een scheiding een scheidingsakte aan de vrouw geeft. Het is zelfs zo dat de Joodse Raad een ban uitspreekt over iedereen die aan de feitelijkheid van de scheiding twijfelt! Na deze handeling is de vrouw vrij en mag na 90 dagen hertrouwen.

Met deze nieuwe kaders gaat men de Bijbel met andere ogen lezen en communiceren de teksten een andere boodschap. De vraag is echter of deze kaders wel juist zijn. Naar mijn mening valt hierop nog wel het een en ander af te dingen. Hieronder volgt een korte evaluatie.

Echtscheiding en woordkeus

Ds. Koekkoek heeft de neiging om de Hebreeuwse en Griekse woorden van een vaste betekenis te voorzien. Het Griekse woord apoluo bijvoorbeeld wordt door hem gedefinieerd als ‘verlossen’ of ‘scheiden’ en vervolgens projecteert hij deze vaste betekenis op alle teksten waarin dit woord voorkomt. Op dezelfde ‘statische’ manier rijgt hij drie parallelteksten uit de Evangeliën aan elkaar om vervolgens uit dit samengestelde vers een conclusie te herleiden. [8] Het bezwaar dat hiertegen kan worden ingebracht, is dat taal zich niet zo wiskundig laat benaderen.

In de taalwetenschap gaat men er tegenwoordig van uit dat betekenis niet alleen wordt bepaald door een woord an sich, maar door het geheel van woorden in hun specifieke context. [9] Taal is dynamisch. Woorden kunnen in betekenis variëren, omdat zij door verschillende personen in verschillende situaties en in verschillende tijden worden gebruikt. [10]

In Mattheüs 19:3 bijvoorbeeld wordt apoluo door de Farizeeën gebruikt in de betekenis van ‘wegzenden door ontbinding van het huwelijk’. “Is het geoorloofd zijn vrouw weg te zenden om allerlei redenen?” Wanneer wij echter dezelfde betekenis willen inlezen in de woorden van de Here Jezus in vers 9, ontstaat er een probleem. “Wie zijn vrouw wegzendt om een andere reden dan hoererij en een andere trouwt, pleegt echtbreuk.” Want hoe is het mogelijk dat hertrouwen leidt tot echtbreuk wanneer wegzenden hier betekent dat het vorige huwelijk daadwerkelijk is ontbonden? Kennelijk heeft de Here Jezus met dit woord toch iets anders in gedachten gehad.

Echtscheiding en verbond

Terecht merkt ds. Koekkoek op dat wij geneigd zijn om alles wat de Bijbel over het huwelijk zegt, te benaderen vanuit de wijze waarop wij hiermee in ónze cultuur omgaan. In de Joodse cultuur van het Oude en Nieuwe Testament kon een huwelijk slechts eenzijdig door de man worden aangegaan. Koekkoek voert dit gegeven aan om enkele teksten, waarin het lijkt alsof echtscheiding wordt verboden, een andere betekenis te geven.

In I Cor. 7:10 bijvoorbeeld wordt de indruk gewekt dat een vrouw haar man niet mag verlaten. “Doch hun die getrouwd zijn, beveel ik niet, maar de Here, dat een vrouw haar man niet mag verlaten.” Omdat het in de Joodse cultuur niet mogelijk was, dat een vrouw van haar man scheidde, kan dit vers volgens Koekkoek niet slaan op een gescheiden vrouw, maar op een gehuwde vrouw die niet meer bij haar man woont. Iemand, die zich in deze staat bevindt, mag niet opnieuw huwen.

Los van het feit dat hier door Paulus nadrukkelijk over de ‘ongehuwde’ staat van de vrouw wordt gesproken, geeft Koekkoek zich hier geen rekenschap van het feit dat wij in het Nieuwe Testament niet alleen te rekenen hebben met de Joodse cultuur, maar ook met die van de Grieken en de Romeinen. [11] En in deze cultuur was het wel degelijk mogelijk dat vrouwen het initiatief voor een echtscheiding namen.

Echtscheiding en Mozes

Omdat in Deut. 24 over echtscheiding wordt gesproken, neemt Koekkoek aan dat God Zelf hiervoor een regeling heeft getroffen. “Wanneer iemand een vrouw genomen en gehuwd heeft, dan zal, als hij haar geen genegenheid toedraagt, waarna hij haar uit zijn huis heeft weggezonden – en als zij dan uit zijn huis vertrokken, haars weegs gegaan en de vrouw van een ander geworden is; en als dan de laatste man haar eveneens wegzendt of  gestorven is – dan zal de eerste echtgenoot die haar weggezonden heeft, haar niet opnieuw tot vrouw mogen nemen.” [12] Naar mijn mening is deze conclusie van Koekkoek veel te kort door de bocht.

Deuteronomium is namelijk een boek waarin de Tien Geboden nader worden uitgewerkt. Het gedeelte waarin deze verzen staan, is echter geen uitwerking van het zevende gebod (‘Gij zult niet echtbreken’), maar van het achtste (‘Gij zult niet stelen’). [13] In deze verzen wordt bovendien helemaal geen regeling voor echtscheiding getroffen. Sterker nog, in wezen gaat het hier niet over echtscheiding, maar over hertrouwen. Deuteronomium 24 lijkt daarom een bijzondere praktijksituatie te bespreken, die kennelijk geregeld voorkwam en dus om wetgeving vroeg. Iets dergelijks komen wij ook tegen ten aanzien van polygamie. Wij trekken hieruit toch ook niet de conclusie dat God een regeling voor polygamie getroffen heeft?

Echtscheiding en Joodse cultuur

Koekkoek laat zich in zijn opvatting leiden door de gebruiken ten aanzien van huwelijk en echtscheiding in de Joodse cultuur. Uiteraard kan dit interessante aanvullende informatie opleveren, maar deze mag nooit zomaar tot norm worden verheven. De Bijbel plaatst immers niet alleen de westerse, maar ook de Joodse cultuur onder kritiek.

Wanneer de Farizeeën Jezus confronteren met Deut. 24, voert Hij hen in zijn antwoord terug naar Gen. 2:24. “Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en zij zullen tot één vlees zijn.” Hij laat zich niet verleiden tot een discussie over een uitzonderingssituatie, maar stelt in plaats daarvan een heldere norm: ‘Hetgeen dan God samengevoegd heeft, scheide de mens niet’. Jezus is niet gekomen om de wet te ontbinden, maar om deze te vervullen. In deze zin verricht Hij ook ten opzichte van de Joodse cultuur baanbrekend werk. Hij stelt een norm die de praktijk van die dagen doorbreekt en overstijgt. Koekkoek sluit dit min of meer uit, maar wij zien dit in de Evangeliën wel vaker gebeuren. [14] Jezus heft dan de wet niet op, maar scherpt hem ten opzichte van de heersende praktijk juist aan.

De balans opgemaakt

Door de nieuwe bril, waarmee ds. Koekkoek naar de teksten kijkt, wordt de lezer voortdurend op het verkeerde been gezet. Dit werkt verwarrend. Daar komt nog bij dat de conclusie die Koekkoek trekt, absoluut niet op één lijn ligt met zijn exegese. Voor zijn stelling dat echtscheiding en hertrouwen geoorloofd zijn, voert hij uitsluitend argumenten aan, die niet uit bijbelonderzoek zijn verkregen, ja, daarmee zelfs in strijd zijn. [15] De echtscheidingsreden waar hij in zijn exegese niet omheen kon [16], is in zijn conclusie totaal irrelevant geworden. Het enige dat hiervan nog overeind staat, is de vooronderstelling dat mensen niet lichtvaardig scheiden. Hierdoor wordt voor mij de waarde van zijn betoog tot nul gereduceerd. Uiteindelijk blijkt de Bijbel toch niet het laatste woord te hebben.

Volgens Koekkoek is veel misverstand veroorzaakt door de Rooms-katholieke sacramentsgedachte. Wanneer sacrament wordt opgevat als ‘heilsbemiddelend’, kan ik mij daarbij iets voorstellen. Maar van de omschrijving van Augustinus kunnen wij mijn inziens veel leren. Hij zag het huwelijk als een sacramentum, in de zin dat het een uitdrukking is van de relatie tussen God en zijn volk, c.q. Christus en zijn gemeente. Dan zit in het huwelijk ook de dimensie van ‘beelddrager-zijn’ besloten (vgl. Efeze 5). Als volgelingen van onze Heer dienen wij dit heel serieus te nemen.

Tweederangs gelovigen

Tot slot keren wij terug naar de suggestie dat gescheiden en hertrouwde mensen tweederangs gelovigen zouden zijn. Natuurlijk is dat niet zo. Koekkoek heeft groot gelijk als hij zegt dat wij allen zondaren zijn en Gods genade nodig hebben. Dat is ook zo. Maar dat betekent niet dat wij niet verantwoordelijk zijn voor de consequenties van ons handelen. Wanneer wij een hypotheek op ons huis nemen, dan moeten wij deze inlossen. Wanneer wij een levenslang verbond aangaan, moeten wij deze trouw blijven. Dat is wat trouwen is. Zelfs als dit door allerlei verwikkelingen niet meer samen kan. [17]

Wij leven in een cultuur waarin het heel vanzelfsprekend is om na een mislukt huwelijk te hertrouwen. In het Oude Testament was dat het geval met het verschijnsel polygamie. Wat in onze cultuur opvolgend plaatsvindt, gebeurt bij polygamie naast elkaar. Walter Trobisch heeft als zendeling in Afrika geworsteld met de vraag hoe hiermee pastoraal om te gaan. In zijn boek ‘Mijn vrouw maakte me polygaam’ [18] neemt hij afstand van het toenmalige kerkelijk beleid om polygame mannen als lid van de kerk te weren of hen de toegang tot het Avondmaal te ontzeggen. In plaats daarvan treedt hij hen met respect tegemoet en probeert hun keuzes te begrijpen. In de kritische, maar tolerante opstelling van de Bijbel ten aanzien van polygamie ziet hij vervolgens ruimte om in bepaalde omstandigheden tot aanvaarding van hun keuzes te komen.

In het Nieuwe Testament lijkt de polygamie deels door echtscheiding te zijn verdrongen. We kunnen hier lezen hoe Jezus enerzijds vasthoudt aan de bijbelse norm van het monogame huwelijk. Maar anderzijds lijkt Hij in de omgang met mensen ook te berusten in de feitelijkheid van hun omstandigheden en gaat Hij met hen op weg.

Ook van de kerk wordt verwacht dat zij vasthoudt aan de norm van het monogame huwelijk. We komen dit in de Bijbel bijvoorbeeld tegen in de eisen die worden gesteld aan de opzieners van de gemeente (I Tim. 3:2). In dit opzicht worden gelovigen die zijn hertrouwd, in hun bediening beperkt. Maar dat betekent niet dat zij door de Heer nu ook buiten spel worden gezet. De gemeente bestaat uit levende stenen, die niet zomaar terzijde mogen worden gelegd, maar moeten worden opgenomen in het bouwwerk waarvan de Here Jezus de bouwmeester is. God gaat met ons door en als plan A vastloopt, zal Hij plan B met ons gaan.

Dit betekent dat iedere gelovige in de gemeente aanvaarding en respect verdient en wordt uitgenodigd om de weg van de heiliging te bewandelen. Gescheiden (en hertrouwde) mensen nemen hierin geen uitzonderingspositie in. Integendeel, ik ben van mening dat het de gemeente zou sieren wanneer hen extra aandacht en zorg zou toekomen, omdat zij veelal een zware en moeitevolle periode achter de rug hebben en veel te lijden hebben gehad.

NOTEN

  1. Gordon J. Wenham & William E. Heth, Jesus and Divorce [1984], p. 22.
  2. Dat dit huwelijk uiteindelijk niet is doorgegaan, doet niet af aan de impact die deze gebeurtenis heeft gehad.
  3. B. Hoekendijk, Met God kun je opnieuw beginnen [1998], p. 69.
  4. H.G. Koekkoek, Echtscheiding en hertrouwen. Wat zegt de Bijbel? [2002].
  5. B. Hoekendijk [1998], p. 77-78.
  6. H.G. Koekkoek [202], p. 109.
  7. Bijvoorbeeld: I Cor. 7:10 heeft dan niet betrekking op een gescheiden vrouw, maar op een vrouw die weliswaar niet bij haar man woont, maar wel met hem gehuwd is.
  8. H.G. Koekkoek [2002], p. 47.
  9. James Barr, The Semantics of Biblical Language [1961].
  10. Zo heeft het woord ‘fundamentalisme’ na 11 september 2001 een andere lading gekregen.
  11. Merkwaardig genoeg doet hij dat bij de uitleg van Marcus 10 wel.
  12. Door mij hier enigszins ingekort.
  13. In de situatie die hier wordt beschreven, gaat het mogelijk om het oordeel dat de eerste man probeert zichzelf op een onethische manier te verrijken door twee keer een bruidsschat te incasseren.
  14. In Matth. 5:27 bijvoorbeeld verdiept Hij de Joodse opvatting over echtbreken door  te zeggen dat een ieder die een vrouw aanziet om haar te begeren in zijn hart reeds echtbreuk heeft gepleegd.
  15. Zoals: wij zijn allemaal zondaars en mogen een gescheidene niet stigmatiseren, en wij moeten Gods genade niet te klein zien.
  16. Ik citeer: ‘Dan brengt Jezus de vele redenen terug tot één: hoererij. [..] In Matth. 19:1-9 zegt de Here Jezus, dat als je gaat scheiden om een andere reden dan hoererij (echtbreuk), dat je dan ook een schuld op je laadt. Dan ben je eigenlijk ook een echtbreker.’
  17. Voor verdere studie over dit onderwerp kan ik het volgende boekje van harte aanbevelen. W.J. Ouweneel en H.M. Medema, Echtscheiding en hertrouwen [1987/1993].
  18. W. Trobisch, Mijn vrouw maakte me polygaam [1978].

banner_mjdehaan_2010

 

 

Aantal keren bekeken: 12752

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.