Berger, Klaus – Is met de dood alles afgelopen?

is_met_de_dood_alles_afgelopen

Reeds op de eerste bladzijden van het boek geeft de schrijver uiting aan zijn geloof dat het met de dood niet is afgelopen: ‘Wat verlies lijkt te zijn, is in werkelijkheid een stap verder, een stap daarbovenuit’. Dat het echter heel moeilijk is om hierover te spreken, maakt hij duidelijk in het eerste hoofdstuk. Je kunt de werkelijkheid van hetgeen na de dood komt, niet wetenschappelijk onderzoeken. Je kunt je hierover slechts in een niet beschrijvend, mythisch taalgebruik uitdrukken. Merkwaardig is in dit verband zijn veronderstelling dat het criterium voor de waarheid van het mythisch spreken is gelegen in de vraag of mensen met deze informatie zinvol kunnen leven en sterven. Alsof het criterium voor waarheid in de menselijke zingeving gevonden kan worden.

Wanneer wij ons aan de hand van het Nieuwe Testament een beeld proberen te vormen van hetgeen na de dood komt, lopen wij aan tegen uitspraken die moeilijk met elkaar in overeenstemming zijn te brengen. Berger noemt de tijd tussen de dood en het Laatste Oordeel als voorbeeld. Soms wordt er gesproken van een toekomstige opstanding, terwijl andere Schriftplaatsen weer spreken van een direct na de dood verenigd worden met de Heer. Ook zijn er teksten aan te wijzen die getuigen dat wij met Christus reeds mede opgewekt zijn.

Hij doet geen poging deze teksten te harmoniseren, maar verstaat ze als verschillende etappes op de weg van een christen (doop, dood en wederkomst) die een soortgelijke ervaring inhouden, namelijk de ontmoeting met de levende God en daarom met hetzelfde beeldmateriaal worden weergegeven.
Volgens hem gaat het er soms maar net om wat je met je woorden wil aangeven. Zo wordt in het Nieuwe Testament op verschillende manieren over de dood gesproken. Op het ene moment wordt zij ons voorgesteld als een moment, op het andere moment is zij weer een proces. Dit lijkt moeilijk met elkaar te rijmen, maar toch hebben zij met elkaar te maken. Wat een proces is, stolt tot een moment; want een moment is, ontwikkelt zich tot een proces. Dat geldt voor de doop, de dood en het eeuwig leven. Al naar gelang het perspectief kunnen de zaken verschillend worden beoordeeld. Zo ligt de dood voor de gelovige al achter hem, terwijl de lichamelijke dood hem niet bang kan maken. Voor de ongelovige echter is de lichamelijke dood niet het laatste ongeluk, omdat de volledige dood pas aan het einde openbaar wordt.

De rode draad van het boek wordt gevormd door de vier stadia aan de hand waarvan Berger de ontwikkelingen in het menselijk bestaan beschrijft: (1) de geanticipeerde dood, die tot uitdrukking komt op de wijze zoals hiervoor is aangegeven, (2) het sterven, dat wordt omschreven in termen van ‘uittocht’ en ‘overgang’ (3) de tussentoestand, en (4) de opstanding.
Over de tussentoestand is Berger opvallend kort. Heel nadrukkelijk geeft hij aan dat deze tijd zich alleen maar bij een bepaalde zienswijze voordoet: ‘Over een tussentijd spreekt alleen hij voor wie het beslissende gebeuren van de opstanding of van het tot stand komen van de volmaakte gemeenschap met Christus niet bij de doop en ook niet in het uur van de dood plaatsvindt, maar nog op zich laat wachten, en wel als toekomstige gemeenschappelijke opstanding in combinatie met het laatste Oordeel’. Vervolgens gaat hij snel over naar het overzicht van beelden en voorstellingen waarmee Schrift en traditie uitdrukking aan de tussentijd geven. Concretiseringen, zoals die in andere hoofdstukken voorkomen, ontbreken hier. Al met al is het hier gebodene volstrekt onvoldoende om voor de lezer duidelijk te maken wat men zich hierbij moet voorstellen. Ik krijg de indruk dat Berger er zelf ook niet goed raad mee weet.

Wellicht heeft dit te maken met het feit dat hij het bestaan van een geestelijke ziel ontkent. Hij komt opvattingen uit de kerkelijke traditie tegemoet door te stellen dat de tussentijd hier niet puur immaterieel in platonische zin wordt voorgesteld.
Berger doet zijn best om steeds weer met beelden, symbolen, gebeden en liturgische verwoordingen te illustreren wat hij bedoelt.
Ook de concretisering is niet in alle gevallen even helder.

N.a.v. Klaus Berger, Is met de dood alles afgelopen? Kok Kampen 1998, 234 blz.
banner_mjdehaan_2010

Aantal keren bekeken: 1528

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.