Het verbond wordt voortgezet

Het verbond dat God met Abraham heeft gesloten, wordt voortgezet in het nageslacht dat hij met Sara heeft gekregen: zijn zoon Isaak. Steven M. Collins gaat ervan uit dat zowel Abraham als Isaak in contact hebben gestaan met hun voorouders die vóór of vlak na de Vloed hebben geleefd. Deze generatie was zo bijzonder dat het wel heel vreemd zou zijn wanneer iemand geen contact met hen zou willen.Hiervan zijn geen harde bewijzen, maar de veronderstelling is redelijk. Deze generatie had een bijna-goddelijk aureool om zich heen. Zij leken onsterfelijk te zijn en beschikten over kennis uit de voortijd. Bovendien waren zij Godvrezend. Het is zeer waarschijnlijk dat Abraham en Isaak die de God van de Vloed dienen, alleen om deze reden al het contact met hen hebben onderhouden. Niet voor niets worden de aartsvaders en hun nakomelingen “Hebreeën” genoemd (vgl. Gen. 14:13). Deze naam is afgeleid van Eber, de achterkleinzoon van Sem. Hij heeft lang genoeg geleefd om met alle aartsvaders contact te hebben. Door dit contact zijn zij mogelijk ook zijn naamdrager geworden.

Isaäk

De Bijbel geeft ons betrekkelijk weinig informatie over Isaäk. God bevestigt aan hem de belofte die Hij aan Abraham heeft gedaan.

“Blijf voorlopig in dit land, ik zal je terzijde staan en je zegenen: ik zal dit hele gebied aan jou en je nakomelingen geven en zo de eed gestand doen die Ik je vader Abraham heb gezworen. Ik zal je zo veel nakomelingen geven als er sterren aan de hemel zijn en dit hele gebied aan hen geven, en alle volken op aarde zullen wensen zo gezegend te worden als jouw nakomelingen.” (Gen. 26:3-4)

“Ik ben de God van je vader Abraham. Wees niet bang want ik sta je terzijde, en ik zal je zegenen en je veel nakomelingen geven omwille van mijn dienaar Abraham.” (Gen. 26:24)

Wanneer Isaak zestig jaar oud is, schenkt Rebekka, zijn vrouw, hem – na jarenlang onvruchtbaar te zijn geweest – twee zonen (Gen. 25:26). Een tweeling. Ezau wordt als eerste geboren. Daarna volgt Jakob.

“De Here zei tegen haar: ‘Twee volken zijn er in je schoot, volken die uiteengaan nog voor je hebt gebaard. Het ene zal machtiger zijn dan het andere, de oudste zal de jongste dienen.’” (Gen. 25:23)

Jakob

In Genesis 27 wordt verhaald hoe Jakob door list en bedrog de eerstgeboortezegen van zijn vader weet te ontfutselen.

“God geve je dauw uit de hemel en vette, vruchtbare aarde, een overvloed van koren en wijn. Volken zullen je dienen, naties zich voor je buigen. Je zult heer zijn over je broers, macht hebben over je moeders zonen. Vervloekt wie jou vervloekt, gezegend wie jou zegent.” (Gen. 27:28-29)

Op basis van deze zegen is Collins ervan overtuigd dat Isaak meer zonen heeft gehad dan alleen Ezau en Jakob. Mogelijk zijn hieronder ook kinderen van concubines geweest, zoals ook bij Abraham het geval was. De Bijbel noemt hun namen niet. Ondertussen heeft Ezau zijn zegen misgelopen. Hij blijft bij zijn vader en deelt in diens rijkdom, terwijl Jakob met zijn zegen moet vluchten. Ondanks alle mooie beloften staat hij met lege handen. Onderweg heeft hij in Bethel een ontmoeting met God in een droom.

“Ik ben de Here, de God van je voorvader Abraham en de God van Isaak. Het land waarop je nu ligt te slapen zal Ik aan jou en je nakomelingen geven. Je zult zo veel nakomelingen krijgen als er stof op de aarde is; je gebied zal zich uitbreiden naar het westen en het oosten, naar het noorden en het zuiden. Alle volken op aarde zullen wensen zo gezegend te worden als jij en je nakomelingen. Ikzelf sta je terzijde, Ik zal je overal beschermen, waar je ook heengaat, en Ik zal je naar dit land terugbrengen; Ik zal je niet alleen laten tot Ik gedaan heb wat Ik je heb beloofd.” (Gen. 28:13-15)

Collins meent hier een nieuw element in de verbondszegen te kunnen vaststellen. Jakobs nakomelingen zullen zich volgens hem vanuit Kanaän naar alle windrichtingen verspreiden. Ik vind deze conclusie wat overtrokken. Wat ik hier niet zie staan, is de toevoeging “buiten Kanaän”. Er staat slechts “het land waarop je ligt te slapen”.

jacobsflight

Jakob vlucht naar zijn oom Laban die in Paddan-Aram woont. De hoofdstad van deze streek is Haran. Dit is dezelfde plaats waar destijds ook Abrahams vader Terach vanuit Ur was neergestreken. Opmerkelijk is dat Abrahams neef Lot in Genesis 11 wordt aangeduid als de “kleinzoon van Terah” en de “zoon van Haran”. In het Hebreeuws is er echter een verschil in schrijfwijze. Haran de stad wordt geschreven als “charan”, terwijl de naam van de broer van Abraham wordt geschreven als “haran”. Het is daarom uitgesloten dat deze plaats is gesticht door Haran, de broer van Abraham. Bovendien staat er in Genesis 11:28 vermeld dat deze nog vóór het vertrek van Terach in zijn geboorteland Ur der Chaldeeën was overleden. In Genesis 24 kunnen we lezen dat Nachor, een andere broer van Abraham, wel naar deze streek is verhuisd. Wanneer Abraham zijn knecht Eliëzer naar zijn familie stuurt om een vrouw voor Isaak te vinden, reist deze af naar Aram-Naharaïm, dat in de buurt van Haran ligt. Nachor woonde waarschijnlijk in het plaatsje Nakhur, dat mogelijk zelfs door hem was gesticht. Niet duidelijk is wanneer Nachor vanuit Ur naar Haran is vertrokken. Wanneer hij vóór het vertrek van Terach hier naartoe is verhuisd, kan dit een antwoord geven op de vraag waarom deze via Haran is gereisd, maar ook waarom hij hier de rest van zijn leven is gebleven.

In Paddan-Aram wordt Jakob verliefd op Rachel, de jongste dochter van Laban. Maar Laban misleidt hem en laat hem eerst met Lea, zijn oudste dochter, trouwen. Beide vrouwen krijgen van hun vader een slavin om hen te dienen. Dit dienstbetoon blijkt heel ver te gaan. Wanneer de vrouwen niet zwanger worden, bieden zij hun slavin aan Jakob aan om bij haar een nageslacht te verwekken. Uit deze vier vrouwen zijn de twaalf zonen van Jakob geboren: Ruben, Simeon, Levi, Juda, Dan, Naftali, Gad, Aser, Issachar, Zebulon, Jozef en Benjamin. Uit deze twaalf zonen zijn (met een kleine variatie) de twaalf stammen van Israël ontstaan.

jakobs_zonen

Na de geboorte van Jozef wil Jakob weer naar Kanaän terugkeren, maar Laban probeert hem hiervan te weerhouden. Uiteindelijk slaat hij voor Laban op de vlucht. Thuisgekomen raakt hij in gevecht met een engel Gods die hem de naam Israël geeft. God geeft hem dezelfde belofte die Hij aan Abraham gegeven heeft en spreekt in meervoud met hem over “volken” en “koningen”. Collins ziet hierin een nieuw element: Dit volk en deze menigte volken moeten deel uitmaken van de grotere landen van de toenmalige en hedendaagse wereld (p. 63). Ik zeg hem dit nog niet na.

“Tot nu toe heette je Jakob. Die naam zul je niet langer dragen: Israël is je nieuwe naam. (..) Ik ben God, de Ontzagwekkende. Wees vruchtbaar en word talrijk; je zult uitgroeien tot een volk, tot een menigte volken, en er zullen koningen uit je voortkomen. Ik geef jou het land dat ik aan Abraham en aan Isaak heb gegeven; ook aan je nakomelingen geef ik dit land.” (Gen. 35:10-12)

Vervolgens verzoent Jakob zich met zijn broer Ezau. Samen begraven zij hun vader Isaak die in leven is gebleven totdat Jakob terug was. Niet lang daarna vertrekt Ezau uit Kanaän. Hij en zijn broer hebben zo veel vee dat zij niet beiden in hetzelfde land kunnen wonen. Het land waar hij naartoe gaat, wordt Edom genoemd en zijn nakomelingen Edomieten.

Ruben

Rachel sterft wanneer Jakob nog maar kort in Kanaän is, bij de geboorte van Benjamin. Jakob is hiervan helemaal van de kaart. Hij is reeds een man op leeftijd. Met het toenemen van het aantal kinderen is zijn belangstelling voor het verwekken van nageslacht afgenomen. Maar in zijn rouw om Rachel verwaarloost hij zijn andere vrouwen. Het leeftijdsverschil tussen hem en Lea is al groot, maar dat is nog niks vergeleken met Zilpa en Bilha. Zij zijn nog veel jonger dan Lea. Hierdoor ziet Ruben, de oudste zoon van Lea, zijn kans schoon en deelt het bed met Bilha. In Genesis wordt hierover niet veel gezegd, maar in I Kronieken 5:1 kunnen we lezen dat deze daad niet zonder gevolgen is gebleven. Ruben heeft hiermee zijn eerstgeboorterecht verspeeld, dat nu van de oudste zoon van Lea overgaat naar de oudste zoon van Rachel: Jozef. Dit is wat Jakob over Ruben zegt, wanneer hij elk van zijn kinderen zegent:

“Ruben, mijn oudste zoon ben jij, de eerste vrucht van mijn mannelijke kracht, in fierheid en macht de voornaamste. Onstuimig ben jij als het water – nee, jij zult niet de voornaamste zijn, want jij hebt je vaders bed beslapen, je vaders legerstee ontwijd. Hij heeft mijn bed beslapen!” (Gen. 49:3-4)

Jozef

Jakob steekt niet onder stoelen en banken dat Jozef zijn lievelingszoon is. Hij schenkt hem een kostbare mantel en laat hem zijn broers in de gaten houden. Jozef op zijn beurt versterkt de afgunst van zijn broers en vertelt hen over de dromen die hij heeft. Het zijn stuk voor stuk dromen die aangeven dat hij hun meerdere zal zijn. De broers vinden dit onuitstaanbaar en haten hem hierom. Op een gegeven moment overmeesteren ze hem en verkopen hem als slaaf. Ruben, de oudste broer, doet een poging om zich op te werpen als Jozefs beschermer, maar wanneer het erop aankomt, is hij in geen velden of wegen te bekennen. Volgens Collins is de verkoop van Jozef Gods manier om hem in leven te houden en zijn arrogantie af te leren (The Origins and Empire of Ancient Israel, p. 67). Hij vermoedt dat de broers een harem in de buurt hebben gehad (vgl. Gen. 34:29), hetgeen een mogelijke verklaring kan geven voor de merkwaardige afwezigheid van Ruben. En zo komt Jozef in Egypte bij Potifar terecht. Hoewel hij een slaaf is in een vreemd land, is God met hem.

“De Here stond Jozef terzijde, zodat het hem goed ging.” (Gen. 39:2)

Zijn meester ziet dit ook en stelt hem al snel aan als zijn opzichter. Jozef is betrouwbaar en heeft een goed ontwikkeld rechtvaardigheidsgevoel. Hij zwicht zelfs niet voor de verleidingen van de vrouw van zijn meester. Hierdoor belandt hij onschuldig in de gevangenis. Desondanks blijft Jozef vasthouden aan wat God hem heeft beloofd. Zijn gedrag is voorbeeldig. Ook in de gevangenis krijgt hij al snel veel vertrouwen. Maar de jaren verstrijken. Dan komen de schenker en de bakker van de Farao in de gevangenis terecht. Jozef verklaart met Gods hulp de droom die elk van hen heeft gehad. De schenker ontvangt eerherstel en de bakker wordt gedood.

Enige jaren later begint ook de Farao vreemde dromen te krijgen. Niemand is in staat deze uit te leggen. Dan herinnert de schenker zich Jozef. Hij wordt uit de gevangenis gehaald, waarna Farao hem vraagt om zijn droom te verklaren. Hij weet de aanwezigen te verrassen met een heldere uitleg. Farao stelt hem onmiddellijk aan als onderkoning en geeft hem de dochter van een hooggeplaatste priester als vrouw. Jozef die inmiddels dertig jaar oud is, mag het land door de zeven overvloedige jaren en de zeven moeilijke jaren van de droom heen leiden. In deze periode schenkt zijn vrouw hem twee zonen: Manasse en Efraïm.

De moeilijke jaren treffen ook Kanaän waar Jakob met zijn familie woont. Op een gegeven moment vertrekken de broers naar Egypte om te proberen of zij dáár aan voedsel kunnen komen. Zij herkennen Jozef niet, maar hij hen wel. Aanvankelijk speelt hij een spel met hen, waarbij alle familieverhoudingen op scherp worden gesteld. Collins suggereert dat Juda de aanwijzingen die Jozef geeft, doorziet (p. 83-85). Hij houdt een bewogen toespraak, maar kan hier niet direct op ingaan. Op een gegeven moment kan Jozef zich niet langer bedwingen en maakt zich aan hen bekend. Zijn vader Jakob, die dacht dat hij dood was, kan zijn geluk niet op wanneer hij na tweeëntwintig jaren hoort dat zijn zoon nog leeft. Op verzoek van Jozef verhuist de hele familie naar Egypte waar Farao hen het land Gosen toewijst. Collins meldt dat archeologen hiervan bewijzen hebben gevonden in de stad Avaris [p. 92 e.v.].

Manasse en Efraïm

Jakob woont nog zeventien jaar in Egypte. Dan voelt hij dat hij gaat sterven. Dit is het moment waarop hij de verbondszegen doorgeeft. Hij begint bij het moment waarop God zelf aan hem verscheen.

“God, de Ontzagwekkende, is in Luz (Bethel), in Kanaän, aan mij verschenen en heeft mij daar gezegend. Hij heeft me gezegd: ‘Ik zal je vruchtbaar maken en je veel nakomelingen geven; er zal een groot aantal volken uit je voortkomen. En dit land zal Ik jouw nakomelingen voor altijd in bezit geven.’” (Gen. 48:3-4)

We hebben reeds vastgesteld dat Ruben zich met zijn gedrag heeft gediskwalificeerd. Maar kennelijk geldt hetzelfde voor Simeon die zich eveneens heeft misdragen toen hij de mannen van Sichem om het leven bracht. Hierdoor wordt het eerstgeboorterecht verlegd naar de oudste zoon van Rachel. Toch zien we dat Jakob de belangrijkste zegen niet doorgeeft aan Jozef die op dat moment zesenvijftig jaar oud is. In plaats daarvan zijn het Jozefs zonen die de zegen in ontvangst mogen nemen. De Bijbel geeft hiervoor geen verklaring. Wellicht is dit omdat Jozefs taak in Egypte lag. Wellicht is dit omdat Jakob tweeëntwintig jaar heeft dood gewaand. Wellicht is dit omdat Jakob Ruben en Simeon wil compenseren. De Bijbel zegt alleen dat hij hen aanneemt als zijn eigen zonen en op één lijn stelt met Ruben en Simeon. Bij het uitspreken van de zegen houdt Jakob zijn armen kruiselings, zodat (opnieuw) de jongste van hen de belangrijkste zegen krijgt.

“De God naar wiens wil mijn voorouders Abraham en Isaäk zich richtten, de God die mijn leven lang mijn herder is geweest, de engel die mij heeft bevrijd van alle onheil, Hij geve deze jongens zijn zegen. Moge mijn naam door hen voortleven, en ook die van mijn voorouders Abraham en Isaäk, en mogen zij zich over de hele aarde uitbreiden.” (Gen. 49: 15-16)

Over Manasse:

“Ook uit hem zal een volk voortkomen. Ook hij zal machtig worden.” (Gen. 48:19)

Over Efraïm:

“Maar zijn jongere broer zal machtiger worden dan hij, en uit hem zullen tal van volken voortkomen.” (Gen. 48:19)

Collins neemt deze uitspraken heel letterlijk en verbindt aan deze zegen de volgende conclusies:

  • Manasse brengt één volk voort, dat machtig zal zijn;
  • Efraïm brengt vele volken voort, die machtig zullen zijn;
  • Jakob verbindt zijn naam (Israël) aan hen, evenals de namen van Abraham en Isaäk;
  • Wanneer wordt gesproken over Israël, Israëlieten of Huis van Israël worden in de eerste plaats de nakomelingen van Efraïm en Manasse bedoeld.

“In de laatste dagen”

Wat opvalt, is dat er bij het doorgeven van de Abrahamitische verbondszegen geen directe openbaring van God meer is. Wel dringt zich de indruk op dat Jakob zich zeer bewust is van Gods nabijheid en zich door Hem geleid voelt. Aansluitend spreekt hij zijn andere zonen toe.

“Kom allemaal hier, dan zal ik jullie vertellen hoe het je in de toekomst zal vergaan.” (Gen. 49:1)

De Hebreeuwse uitdrukking be-achariet hajamim betekent letterlijk “in het laatste der dagen”. We komen deze uitdrukking in het Oude Testament dertien keer tegen. Hieronder volgt een overzicht van alle vindplaatsen met hun vertaling.

laatste-der-dagenWaar de Statenvertaling nog een redelijk eenduidige vertaling met “in de laatste dagen” voorstaat, is deze uitdrukking in de Nieuwe Bijbelvertaling vervaagd tot “eens” of “de dag zal komen”. Casper J. Labuschagne legt in “Zin en onzin rond de Bijbel” uit waarom dit volgens hem beter is.

De meest centrale term, het moederbegrip waar alle latere voorstellingen uit voortvloeiden, is de Hebreeuwse uitdrukking ter aanduiding van ‘de toekomst’, be’acharit hajjamim. Letterlijk betekent de term ‘in het vervolg/verloop van de dagen’, ‘in de navolgende/aanstaande dagen’, dat wil zeggen ‘in de komende tijd’, ‘in de toekomst’. De context moet dan uitmaken of het de nabije dan wel de verre toekomst betreft. De uitdrukking ‘be’acharit hajjamim’, werd in de Griekse vertaling, bijvoorbeeld in Jesaja 2:2, weergegeven met ‘en tais eschatais hèmerais’, letterlijk: ‘in de laatste dagen’. Door het gebruik van het Griekse bijvoeglijke naamwoord eschatos, dat de betekenis heeft van ‘verste’, ‘uiterste’ en ‘laatste’, werd de deur helaas wagenwijd opengezet voor het misverstaan van de Hebreeuwse term. In navolging van de weergave in het Grieks hebben sommige moderne vertalingen, zoals die van het Nederlandse Bijbelgenootschap (1954) en de Willibrordvertaling (1995), gekozen voor ‘in het laatste der dagen’, ‘op het einde der dagen’. Daarmee wordt ten onrechte de idee van een ‘eindtijd’ geïntroduceerd, die absoluut niet in de Hebreeuwse uitdrukking aanwezig is. De Groot Nieuws Bijbel (1996) vertaalt hier terecht met ‘in de toekomst’, zo ook de Revised English Bible (1989): ‘in days to come’, en even correct is de weergave in De Nieuwe Bijbelvertaling (2004): ‘eens zal de dag komen’.

Willem A. VanGemerden is wat genuanceerder. Hij zegt hierover in zijn Dictionary of Old Testament Theology & Exegesis I, p. 362) het volgende.

De uitdrukking achariet hajamim, de laatste dagen, wordt soms gebruikt als een technische term voor een toekomstige periode (Ez. 38:16, Dan. 2:28, 10:14, Hos. 3:5, Jes. 2:2, Micha 4:1). Volgens sommigen verwijst deze uitdrukking naar de laatste dagen waarin God zijn beloften zal vervullen ten aanzien van het herstel van Israël, het oordeel over de volken en de vestiging van het messiaanse koninkrijk.

Over een aantal teksten bestaat brede overeenstemming dat de uitdrukking “in het laatste der dagen” een eschatologische betekenis heeft. Bij de resterende teksten is dit niet zo duidelijk, maar kan deze betekenis niet worden uitgesloten. Collins acht deze ook van toepassing op Genesis 49:1, aangezien Jakob zich hier over zijn zonen uitspreekt als een profeet. Hij doet hen mededelingen over wat hun bestemming zal zijn.

Wanneer Collins hierin gelijk heeft, dan betekent dit dat de woorden van Jakob in dit hoofdstuk betrekking hebben op de stammen van Israël aan het einde der tijden! Dat is nogal wat. Omdat niet bewezen kan worden dat deze uitdrukking exclusief in eschatologische zin wordt gebruikt, wil ik hierin zelf nog enige reserve in acht nemen. Zijn zienswijze is zeker niet onjuist, maar niet de enig mogelijke. Daarom zou het mooi zijn wanneer zich hiervoor aanvullende argumenten zouden voordoen.

banner_mjdehaan_2015 [contact-form][contact-field label=’Naam’ type=’name’ required=’1’/][contact-field label=’E-mail’ type=’email’ required=’1’/][contact-field label=’Site’ type=’url’/][contact-field label=’boodschap’ type=’textarea’/][/contact-form]

Aantal keren bekeken: 154

Verwante artikelen:

  1. Abraham, de vriend van God

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *