“De tempel stond niet op de tempelberg”

[contact-form][contact-field label=’Naam’ type=’name’ required=’1’/][contact-field label=’E-mail’ type=’email’ required=’1’/][contact-field label=’Reactie’ type=’textarea’ required=’1’/][/contact-form] 1. 1ste zicht jeruzalem

In 2012 ben ik voor de tweede keer in Israël geweest. Ditmaal was ik samen met mijn vrouw en maakten we deel uit van een reisgezelschap. Zoals waarschijnlijk bij de meeste toeristen het geval is, stapten wij op het vliegveld in een touringcar om naar Jeruzalem, onze eerste halteplaats, te rijden. Ik had geen jas bij mij, omdat ik er geen rekening mee had gehouden dat het in februari ook in Israël erg koud kon zijn. In feite was het in Jeruzalem 10 graden kouder dan thuis in Nederland.

Voordat wij bij ons hotel aankwamen, maakte de bus een tussenstop op de Olijfberg, aan de oostzijde van de stad. Vanaf die plaats hadden wij (ondanks dat het ijzig koud was en pijpenstelen regende) een prachtig uitzicht over de Oude en Nieuwe Stad. Onze gids wees ons op de gouden Rotskoepel en vertelde dat deze was gebouwd op het Tempelplein, de plek waar ooit de tempel van Gods volk heeft gestaan.

Deze tempel is eeuwenlang het religieuze centrum van het Joodse volk geweest en wordt in de Bijbel talloze keren genoemd. In 70 n.Chr. is dit gebouw na de val van Jeruzalem door de Romeinen verwoest en daarna nooit meer herbouwd. Het enige dat nog resteert, is een stuk van de westelijke muur die koning Herodus rond 20 v.Chr. rondom het complex heeft laten bouwen. Deze muur wordt de Klaagmuur genoemd en is voor de joden de meest heilige plaats.

De beschrijving die hij gaf, was zo bekend en het uitzicht zo adembenemend, dat niemand het in zijn hoofd haalde om aan zijn verhaal te twijfelen. Natuurlijk was dit de plek waar de tempel heeft gestaan en natuurlijk was de Klaagmuur het enige dat hiervan was overgebleven. Ik had ook daarvoor nog nooit gehoord dat er iemand hierover anders kon denken. Alle publicaties die ik had gelezen, beweerden hetzelfde en bevestigden dit verhaal. De enige onzekere factor was de exacte locatie van het tempelgebouw op het Tempelplein. Men wist niet precies waar de tempel heeft gestaan, maar dat dit op het Tempelplein is geweest, stond buiten kijf. Hieraan werd niet getornd…

Tenminste niet totdat ik het boek The Temples That Jerusalem Forgot van Ernest L. Martin in handen kreeg. Dit boek maakt korte metten met de opvatting dat de tempel op de Tempelberg zou hebben gestaan. Om verwarring te voorkomen gebruikt de auteur niet de naam ‘Tempelberg’, maar de naam die moslims aan de heuvel hebben gegeven: Haram al-Sharif. Volgens hem heeft de tempel niet op deze plek gestaan, maar meer zuidelijker. De Haram al-Sharif wordt door hem geïdentificeerd als de burcht Antonia, een vesting die door koning Herodus is gebouwd en door de Romeinen werd gebruikt.

Wat bezielde Ernest L. Martin om bijna 2000 jaar nadat de tempel werd verwoest, met zo’n afwijkende opvatting te komen over de plaats waar dit heiligdom heeft gestaan? Zou hij er niet bij hebben stilgestaan dat niemand hem serieus zou nemen? Dat het volslagen idioot is om tegen zo’n eeuwenoude traditie in te gaan? In ieder geval toont hij wel lef om dwars tegen alle heersende tradities in te gaan en een nieuwe weergave van de werkelijkheid voor te stellen! Maar buiten dat, wat moeten wij hiermee? Zijn dit inderdaad de gedachten van een idioot of snijdt datgene wat hij te zegt, werkelijk hout?

Stel dat Martin gelijk zou hebben, dan koesteren de Joden al eeuwenlang een muur die niet aan de tempel, maar aan een Romeinse vesting heeft toebehoord. Dan hebben zij een plek heilig verklaard, die eens heeft toebehoord aan hun onderdrukkers en door hen werd veracht. Sterker nog, wanneer Martin gelijk heeft, is het niet langer nodig dat moslims en joden strijd leveren over de vraag wie van hen recht heeft op de Haram al-Sharif. Dan is er mogelijk een basis te vinden voor een akkoord waarmee zowel Joden als Arabieren vrede kunnen hebben.

elmfacebook2

Wie was deze Ernest L. Martin (1932-2002) eigenlijk? En vanuit welke achtergrond is zijn werk tot stand gekomen? Wat we van hem weten, is dat hij een Amerikaan was, die aanvankelijk een opleiding in de meteorologie heeft genoten en werkzaam was als weerman. Nadat hij betrokken raakte bij de Worldwide Church of God van Herbert W. Armstrong, werd zijn belangstelling gewekt voor geschiedenis en theologie. Dit heeft hem ertoe gebracht om in Californië aan het Ambassador College theologie te gaan studeren. Deze universiteit was door Armstrong opgericht en beschikte zoals veel andere scholen met een uitgesproken religieuze identiteit niet over een accreditatie.

Aansluitend aan zijn opleiding heeft Martin van 1960 tot 1972 lesgegeven aan de Engelse dependance van dit instituut. In deze periode verwierf hij ook zijn doctorstitel en werd hij aangesteld als hoofd van de faculteit. In 1974 kwam het tot een breuk met de WCG en het Ambassador College. Hij richtte daarna eerst de Foundation for Biblical Research (FBR) op en vervolgens de Associates for Scriptural Knowledge (ASK). Ondanks dat hij zich had losgemaakt van de WCG, bleef het gedachtegoed van Armstrong zichtbaar aanwezig in zijn werk en bediening. Het is daarom goed om op te merken wat diens meest markante standpunten waren.

Allereerst respecteerde Armstrong de sabbatsrust, niet op zondag, maar op zaterdag. Feesten en voorschriften uit het Oude Testament werden door hem heel serieus genomen, waaronder ook de afzondering van tienden voor het werk van de Here. Sommige christelijke feestdagen, zoals het kerstfeest, werden door hem afgezworen. Armstrong was van mening dat veel opvattingen die in het gangbare christendom werden aangehangen, al heel vroeg in de kerkgeschiedenis door heidense invloeden verminkt zijn geraakt.

Zo ontkende hij bijvoorbeeld de Drie-eenheid. Hij deed dit niet door de godheid van Jezus te loochenen, maar door het persoon-zijn van de Heilige Geest te ontkennen. Verder was hij een universalist en hing de gedachte van de doodsslaap aan. Als laatste dient vermeld dat hij de Brits Israël theorie verkondigde. Deze neemt aan dat de West-Europese volken (inclusief de VS) zijn voortgekomen uit de tien stammen van Israël, die in 721 v.Chr. door het Assyrische Rijk in ballingschap zijn gevoerd.

Wanneer we de opvattingen van Armstrong willen verbinden aan een kerkelijk referentiekader, dan denk ik dat we van zijn opvattingen nog het meeste terugvinden bij de Zevendedagsadventisten. In ieder geval wordt hieruit duidelijk dat Ernest L. Martin vanuit deze achtergrond zeer veel vrijheid moet hebben ervaren om tegendraads te zijn en uitspraken te doen die buiten de bestaande kaders gaan. Wanneer hij ervan overtuigd was dat het met het christelijk geloof al heel vroeg in de kerkgeschiedenis is misgegaan, waren er letterlijk en figuurlijk heel weinig heilige huisjes waarmee hij rekening moest houden.

Tegelijkertijd zien we echter ook dat Martin in zijn denken werd ingeperkt door de kaders die hij van Herbert W. Armstrong had overgenomen. Wij zullen hier als lezer doorheen moeten prikken om volledig te kunnen profiteren van de frisse inzichten die hij heeft opgedaan. Tegenwoordig is het zo, dat de meeste volgelingen van Armstrong zijn kaders alweer hebben losgelaten. De kerken die uit de WCG zijn voortgekomen, rekenen zich veelal tot de mainstream van de evangelische beweging en zijn erg eclectisch omgesprongen het gedachtegoed van Herbert Armstrong.

Zelf ben ik voor het eerst met het werk van Ernest L. Martin in aanraking gekomen toen iemand mij attendeerde op zijn boek The Original Bible Restored. Dit boek dat ook bol staat van vernieuwende en tegendraadse opvattingen, is een warm pleidooi voor de canoniciteit van de Bijbel als Gods Woord, waarbij hij een zeer vroege datering van de nieuwtestamentische boeken voorstaat en aannemelijk maakt dat de apostelen zelf het Nieuwe Testament hebben samengesteld. Hij meent zelfs dat zij een andere volgorde van de boeken hebben voorgesteld. Zijn waardering van en vertrouwen in de Bijbel als Woord van God heeft mij altijd erg aangesproken.

In The Temples That Jerusalem Forgot laat hij opnieuw de gangbare zienswijzen los en keert terug naar de informatie uit de Bijbel en hele vroege ooggetuigen. Van daaruit ontwikkelt zich een visie die op zijn zachtst gezegd revolutionair genoemd mag worden. Zijn inzichten zijn opgepikt door Robert Cornuke die als baptist ook graag heilige huisjes omver schopt en in 2014 over dit onderwerp een boek heeft uitgebracht: Temple. Could History Be So Stunningly Wrong? We zullen zien hoe ver we hierin kunnen meekomen. Zij moeten niet alleen aannemelijk maken dat de tempel op een andere locatie heeft gestaan, maar ook hoe het mogelijk is dat men hier eeuwenlang anders over heeft gedacht. Dit lijkt mij een hele opgave!

banner_mjdehaan_2015

Aantal keren bekeken: 124

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *