Groeien en snoeien – op het werk

“Elke rank aan Mij, die geen vrucht draagt, neemt Hij weg, en elke die wel vrucht draagt, snoeit Hij, opdat zij meer vrucht drage.” (Joh. 15:2)

Wij zijn als mensen van deze tijd heel erg gericht op groei. Velen bezien zichzelf en anderen in de context van een ontwikkeling, waarin de blikrichting is gevestigd op ‘meer’ en ‘beter’. Sommigen plannen een carrière met een steeds betere functie en een hoger salaris. Anderen hoppen van het ene naar het andere huis, dat steeds mooier en luxer is. En uiteindelijk willen wij allemaal ook zelf helemaal ‘tot ontplooiing komen’. Omdat ik zie hoe zeer dit ons allen raakt, ben ik mij gaan afvragen wat de Bijbel ons hierover te zeggen heeft. Daarbij was ik vooral benieuwd naar de uitwerking op een heel specifiek terrein dat ons voor allemaal vertrouwd is: ons dagelijks werk.

Groeien is menselijk

Onlangs hoorde ik een arts zeggen dat een pasgeboren baby er eigenlijk nog helemaal niet aan toe is om geboren te worden. Een paard dat wordt geboren, loopt dezelfde dag nog. Een baby daarentegen gedraagt zich de eerste maanden als een foetus en doet er veel langer over om op eigen benen te staan. Het lijkt wel alsof de Schepper de mens ‘op de groei’ heeft gemaakt. Wij ontwikkelen ons van de wieg tot het graf.

Jim Wilder heeft deze ontwikkeling prachtig beschreven in het boek ‘Living with Men’. [1] In dit boek wordt het leven van een mens uitgewerkt aan de hand van een vijftal fasen (het zogenaamde Life Model): baby, kind, jongvolwassene, ouder en oudere. Iedere fase vooronderstelt dat de voorafgaande fasegoed is doorlopen. Ieder fase heeft zijn eigen doelstellingen en uitdagingen. Uiteindelijk gaat het er om de mens te worden die God bedoeld heeft toen hij hem het leven gaf.

Groei blijkt zo belangrijk te zijn dat de mens het vermogen heeft meegekregen om te herstellen van schade die hij in zijn ontwikkeling heeft opgelopen.

Groeien is Bijbels

Ook de Bijbel beschrijft de mens als een wezen dat zich ontwikkelt. Henry Cloud en John Townsend hebben hier een uitgebreide studie over geschreven. [2] Zij menen dat de Schrift verschillende manieren aangeeft om als kind van God tot ontplooiing te komen, te weten: heiliging (bij voortduring apart gezet worden voor de dienst aan God, Rom. 6:19), transformatie (van binnenuit veranderd worden, Rom. 12:2) en groei (geestelijk volwassen worden, I Petr. 2:2). In beginsel komt het er volgens hen op neer dat we in toenemende mate worden zoals we oorspronkelijk bedoeld zijn. [3]

Veel discussie wordt gevoerd over de relatie tussen de Bijbel en de psychologie. Sommigen menen dat zij over verschillende gebieden van het leven handelen (geestelijk tegenover emotioneel). Met Cloud en Townsend ben ik echter van mening dat de Bijbel zich niet beperkt tot het geestelijk leven alleen, maar het gehele leven op het oog heeft. Psychologie en de Bijbel zijn geen twee gelijkwaardige disciplines die zouden moeten samenvloeien. Uiteindelijk moet de psychologie altijd buigen voor de Bijbel. [4]

Groeien is delen van leven

De manier waarop de Bijbel over deze ontwikkeling spreekt, is heel bijzonder. Het wekt soms meer de indruk van een ‘afslankprogramma’ dan van een groeiproces. De mens wordt namelijk opgeroepen om zijn oude leven af te leggen en een nieuw leven ‘in Christus’ aan te doen. ‘Niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij’, roept Paulus uit in Gal. 2:20. Groeien lijkt dan haaks te staan op het ‘meer’ en ‘beter’ worden waarop wij ons veelal geneigd zijn te richten. Het is afzien van jezelf en Christus volgen.

Dit aspect komt ook naar voren in de gelijkenis van de ware wijnstok. De landman blijkt hier namelijk helemaal niet geïnteresseerd te zijn in de groei van de ranken (ook al ontvangen zij hun voeding van de wijnstok!). Het is Hem vooral te doen om de vrucht die zij dragen. Indien deze ontbreekt of achterblijft, gaat subiet het snoeimes in de plant. Hij is niet gebaat bij een grote rank; Hij wil vrucht zien!

Maar wat moeten wij ons daarbij dan voorstellen? Hoe vertalen wij dit beeld naar het echte leven? Sommigen refereren hierbij aan de vrucht van de Geest, maar als wij menen dat de Bijbel een boodschap heeft voor geest, ziel en lichaam, dan kunnen wij de vrucht hier ook verstaan als datgene waarin iemand zijn (van God gegeven energie) in heeft gelegd ten einde zijn leven te kunnen uitdelen. Jim Wilder doet dit ook en spreekt in dit verband van een aanstekelijke joy, levensvreugde. Volwassen worden betekent bij hem: je ontwikkelen van iemand die leven ontvangt tot iemand die leven geeft.

Wanneer er gesnoeid wordt

De gelijkenis van de ware wijnstok is heel bekend. Het wordt nogal eens gebruikt om mensen die tegenslagen in hun leven ervaren te bemoedigen. ‘Er wordt in je leven gesnoeid, opdat de vrucht toeneme.’ Ik denk dat dit zo is en ken dat ook in mijn eigen leven. Toch weerhoudt dit veel christenen er niet van om dergelijke gebeurtenissen als een slachtoffer te ondergaan. De versregel ‘Neem mij, breek mij, vul mij, zend mij’ wordt dan tot een klacht: ‘Ik voel me genomen, ik ben gebroken, ik voel me leeg, ben tot niets meer in staat.’ Zou een rank die is verbonden aan de wijnstok niet meer vertrouwen moeten hebben in de Landman en belijden dat wat Hij doet goed is? Mensen kunnen zich heel volwassen voordoen, maar of zij echt volwassen zijn komt aan het licht als de Landman snoeit.

Als er één plek is, waar van ons wordt verwacht dat wij vrucht dragen, dan is dat wel op ons werk. In de prestatiegerichte samenleving waarvan wij deel uitmaken, doet het er niet meer toe hoe druk iemand is. Daar valt uiteraard veel over te zeggen, want een werkgever of leidinggevende mag zijn medewerkers niet óvervragen, maar er is niets op tegen dat er om resultaat wordt gevraagd. Het gaat er immers om dat inspanningen ergens toe leiden. De toewijding, motivatie en energie van een medewerker moeten bijdragen aan de doelstelling van het bedrijf. En als dat niet zo is, of onvoldoende, dan wordt er gesnoeid. Soms wordt een medewerker ziek, soms wordt hij in een andere functie geplaatst, soms wordt hij ontslagen. Dit zijn pijnlijke gebeurtenissen.Wanneer ons dit overkomt, zijn wij veelal geschokt en voelen ons in onze waardigheid aangetast. ‘Het is niet eerlijk!’, roepen wij dan uit. Zo’n reactie is heel begrijpelijk, maar veel mensen blijven op dit punt steken. Ik realiseer mij dat sommigen dit ongepast zullen vinden, maar wil hier toch de vraag stellen of dit nu de manier is waarop wij als christenen hiermee moeten omgaan? Als wij weten dat ons leven geborgen is in Zijn Hand, waarom vinden wij het dan zo moeilijk om eerlijk naar onszelf te kijken en te erkennen dat onze vrucht problematisch is? Hebben wij er vertrouwen in dat God voor ons zorgt en aan het einde van een doodlopende weg een nieuwe weg voor ons zal banen?

Ideaal

Ik ben een idealist. Ik vind dat werkgevers en leidinggevenden alle mogelijke moeite moeten doen om de groei van hun medewerkers te bevorderen. Daarvoor is het vooral nodig dat zij de ander de ruimte geven om zichzelf te ontplooien. Zelfs als zij daarbij fouten maken. Zelfs als er barrières moeten worden opgeruimd.

Maar ik vind ook dat wij ons allemaal zouden moeten richten op de vruchten in ons leven. Hebben wij echt het belang van de ander voor ogen of stellen wij onze eigen zekerheden veilig? Bevinden wij ons aan de kant van het ‘nemen’, of zijn wij in staat om te ‘geven’? Het antwoord op deze vraag kan een moeilijke verandering in uw leven teweeg brengen. Maar wat veel belangrijker is: het bepaalt ons bij onze afhankelijk van de Heer die wij dienen.

Noten

  1. E. James Wilder III, The Complete Guide to Living with Men, Shepherd’s House, 2004 Pasadena. Een Nederlandse vertaling is in voorbereiding bij ArchippusBoeken.
  2. Henry Cloud en John Townsend, Hoe mensen groeien naar volwassenheid, Koinonia, 2002 Hoogblokland.
  3. p. 201.
  4. p. 208.

Archippus - Banner 2010

 

Aantal keren bekeken: 2187