Richt. 6:11-13 – Pinksteren: het feest van Gods nabijheid

De engel des Heren sprak Gideon aan als een sterke held, maar hij was allesbehalve een held. Hij had zich voor de vijand verstopt, klaagde met de rest van het volk mee en bleef God maar om een teken vragen. Hie zit dat met deze Gideon?

Pinksteren - dia 1Pinksteren - dia 02Pinksteren - dia 03Pinksteren - dia 04

Pinksteren - dia 05Boven deze overdenking heb ik als titel staan: Pinksteren – het feest van Gods nabijheid. Met Pinksteren zeggen mensen niet langer tegen elkaar ‘Waar is God?’, of ‘Daar is God!’, maar ‘Hier is God!’ Met Pinksteren is God zo dicht gekomen als Hij nog niet eerder is geweest. Hij is met Zijn Geest in ons hart komen wonen.

Pinksteren - dia 06

Wanneer wij het boek Handelingen lezen, dat gaat over het leven van de eerste gemeente, dan zien wij dat de gelovigen uit die tijd heel erg op elkaar betrokken waren (het was eigenlijk één grote leefgemeenschap) en dat de aanwezigheid van de Heilge Geest in hun midden bijna overweldigend was. Het was – zo lijkt het wel – de gewoonste zaak van de wereld dat men Zijn stem kon verstaan en er vonden vele wonderen en tekenen plaats.

Ook in onze tijd vieren wij het Pinksterfeest. Het feest van Gods nabijheid. Maar wat houdt dat eigenlijk in, dat vieren van ons? Gedenken wij vandaag dat Gods nabijheid ooit een feit was? Of beleven wij het nog? Als ik eerlijk ben, dan lijkt het wel of God vandaag de dag veel verder weg is dan in de tijd van de eerste gemeente.

Hoe komt het dat dit verschil zo opmerkelijk is? En hoe moeten wij dit waarderen? Moeten wij jaloers zijn op de gelovigen van de eerste gemeente, omdat zij zoveel meer spiritualiteit hebben gekend? Of moeten wij zeggen dat wij het beter getroffen hebben, omdat wij zoveel meer weten, zoveel volwassener zijn, misschien wel?

Pinksteren - dia 07

De vraag naar de aanwezigheid – of misschien kan ik beter spreken over de AFwezigheid van God is een vraag die heel specifiek bij deze tijd lijkt te passen, maar dat blijkt toch niet helemaal zo te zijn. Al heel vroeg in de Bijbel komen wij ‘m tegen. Een mooi voorbeeld hiervan hebben wij vanmorgen gelezen in het verhaal dat de roeping van Gideon beschrijft.

Temidden van een land dat gebukt gaat onder verdrukking en oordeel verschijnt de engel des Heren aan Gideon en groet hem met een spreuk, die bij Gideon op zijn zachtst gezegd enige wrevel opwekt.

Pinksteren - dia 08

‘De Here is met u,’ zegt hij. Daar is toch niks mis mee, dacht ik zo.

Maar Gideon ergert zich mateloos aan deze uitspraak. ‘De HERE is met mij, hoe komt-ie erbij’. Deze – op het eerste gezicht zo eenvoudige – groet valt bij Gideon helemaal verkeerd. Je zou het kunnen vergelijken met de situatie waarin iemand een ander ‘goedemorgen’ wenst en als antwoord krijgt: ‘Dat maak ik zelf wel uit’.

Pinksteren - dia 09

Als ik de reactie van Gideon kort mag samenvatten, zegt hij tegen de engel: ‘Indien de Here met ons is, waarom is dit alles ons dan overkomen? Waar zijn dan al zijn wonderen?’

In de beleving van Gideon is God ZO ver weg dat hij zich kwaad maakt, wanneer zijn naam wordt genoemd. Hoe haalt deze man het in zijn hoofd om over God te spreken in een situatie waarin zijn afwezigheid letterlijk pijn doet! In vers 2 staat dat de Israelieten zich verstopten in schuilplaatsen in de bergen en in vers 6 staat dat het volk zeer verarmde door de strooptochten van de Midianieten.

Pinksteren - dia 10

Ook wij leven in een tijd waarin mensen roepen: Als God bestaat, waarom grijpt Hij dan niet in? Goed beschouwd is dat dezelfde vraag als Gideon hier stelt: Als God met ons is, waar zijn al Zijn wonderen?

Vanuit het gedeelte dat wij zojuist gelezen hebben, kunnen wij hierover een paar dingen zeggen.

Pinksteren - dia 11In de eerste plaats kunnen we in onze tekst heel gemakkelijk een reden vinden voor het feit dat God zich lijkt terug te trekken. In vers 1 staat immers al dat het volk deed wat kwaad was in de ogen des Heren en waar zonde en ongerechtigheid heersen, kan God niet zijn.

Pinksteren - dia 12In de tweede plaats kunnen wij vaststellen dat Gideon zich opwindt over Gods afwezigheid terwijl Hij min of meer voor hem staat. De Engel des Heren verschijnt aan Gideon, maar hij ziet het niet eens! Zijn ogen zijn verblind voor Gods aanwezigheid. Hij staat zich over Gods afwezigheid op te winden, terwijl Hij op nog geen meter afstand voor hem staat. Hij kwam, verscheen en werd nog niet gezien.

Pinksteren - dia 13

Ook in de context van deze geschiedenis kunnen wij niet concluderen dat God geheel afwezig is. Zoals we in vers 7 kunnen lezen, heeft Hij het volk een profeet gezonden om hen te waarschuwen. Dat getuigt wel degelijk van zijn betrokkenheid bij het volk.

Je zou op grond van deze feiten kunnen zeggen dat Gods afwezigheid voornamelijk tussen onze oren zit. God is niet afwezig, maar wij zien Hem niet. Wij hebben ons laten verblinden.

Pinksteren - dia 14Toch is hierover met deze drie opmerkingen niet alles gezegd. Wanneer wij het hierbij zouden laten, maken wij ins te gemakkelijk van het probleem af. Dit verhaal van Gideon staat niet op zichzelf, maar moet gelezen worden in de context van de gehele Bijbelse heilsgeschiedenis.

Pinksteren - dia 15En wanneer wij de rode draad die door deze geschiedenis heenloopt, proberen te volgen, dan lijkt het – ondanks deze gebeurtenissen – inderdaad zo te zijn dat God Zich in de loop der tijd in onze waarneming steeds verder terugtrekt. Zelfs op de momenten waarop het gehele volk onder tranen tot bekering komt, zie je dat het nooit meer zo is als in het begin, toen Adam met God door de hof van Eden wandelde. Een kort overzicht.

Pinksteren - dia 16De Bijbel begint met een wereld waarin God een actieve, zichtbare rol speelt. Wanneer wij lezen over het leven van de eerste mens met God, zien wij dat hier sprake is van een grote intimiteit. We lezen hoe God door de tuin wandelt en de mens zijn geluid hoort. De mens blijkt in staat om ongedwongen gesprekken met Hem te voeren.

Pinksteren - dia 17

In de geschiedenis van Noach en de toren van Babel zien we dat de intimiteit van de Hof van Eden verdwenen is. Wel wordt hier nog over God gesproken als Iemand die betrokken is bij het leven op aarde en voor de mens zichtbaar en hoorbaar aanwezig is.

Ook zien we dat ná deze gebeurtenissen de goddelijke aanwezigheid nooit meer zichtbaar is voor de mensheid als geheel.

Pinksteren - dia 18

Als de bevolking groeit, sluit God een verbond met één man: Abraham. Hoewel Hij zich tot één persoon richt, heeft het verbond dat Hij sluit, als uiteindelijk doel dat iedereen hierdoor gezegend wordt (12:3).

God spreekt op een andere manier tot Abraham dan Hij tot Adam en Noach heeft gesproken. Hij wordt zichtbaar in de aanwezigheid van het vuur dat tussen de offerstukken heentrekt. Ook wordt zijn aanwezigheid met een nieuw woord aangeduid: voortaan spreekt men over het ‘verschijnen‘ van God.

Deze verschijning is indirect, vaak via een engel, zoals in het gesprek tussen Abraham en God over Sodom, of zoals in het gevecht van Jakob bij de rivier de Jabbok, of zoals in de brandende struik bij Mozes.

Pinksteren - dia 19

In het boek Exodus maakt God zich aan de wereld bekend door een hele reeks wonderbaarlijke gebeurtenissen: na tien plagen mag het volk uit Egypte vertrekken en splijt de Dode Zee in tweeën om hen doortocht te verlenen. Daarna worden de Israelieten gevoed door het wonderlijke manna en geleid door een vurige wolk die de heerlijkheid van Jahweh wordt genoemd. De zichtbare aanwezigheid van God is hier voor het volk een dagelijks gegeven. Hij is zichtbaar in dingen en gebeurtenissen.

Op de berg Sinaï komt de aanwezigheid van God tot een hoogtepunt. ‘De Here daalt neder voor de ogen van het gehele volk’, staat er geschreven. Hij daalt de berg af in vuur en spreekt vanuit de hemel boven de berg tot de duizenden Israelieten. Een klein aantal krijgt het voorrecht om gezamenlijk God te aanschouwen en deel te nemen aan een heilig maal. Mozes is de enige die de Here zonder bedekking te zien krijgt, maar dan wel alleen de achterkant. Na deze gebeurtenis spreekt God nooit meer rechtstreeks tot een gehele gemeenschap.

Pinksteren - dia 20De laatste persoon van wie letterlijk wordt gezegd dat God zich aan hem openbaarde, is Samuël.

Pinksteren - dia 21De laatste persoon van wie letterlijk wordt gezegd dat God aan hem verscheen, is Salomo.

Pinksteren - dia 22Het laatste openbare wonder in het Oude Testament staat beschreven in het verhaal van Elia op de berg Karmel.

Pinksteren - dia 23Het verhaal van Elisa bevat ook de laatste verschijning van een engel in het Oude Testament. Wanneer daarna nog engelen worden vermeld, wordt niet gezegd dat zij ‘verschijnen’, ook wordt niet gezegd dat zij worden gezien.

Pinksteren - dia 24Na de profeet Jesaja komen er ook geen persoonlijke wonderen meer voor. Het verhaal van koning Hizkia, waarbij de schaduw teruggaat, is het laatste persoonlijke wonder waarover wordt gesproken. In dit tijdperk wordt voor het laatst gesproken over het optreden van een engel (onzichtbaar nu, ook al een teken van afstand).

Pinksteren - dia 25Terwijl het verhaal nog een paar honderd jaar heeft te gaan, is er geen vuur meer vanuit de hemel, komen er geen openbare dan wel persoonlijke wonderen meer voor, zijn er geen zichtbare of onzichtbare engelen meer, en is er geen wolk en heerlijkheid meer’. De enige overgebleven zichtbare communicatiekanalen met God zijn de tempel met daarin de ark, en de profeten die het woord van God doorgeven. Maar ook deze laatste zichtbare tekenen van zijn aanwezigheid houden uiteindelijk op.

Pinksteren - dia 26Het boek Esther is misschien wel het dieptepunt in deze ontwikkeling: hier is Gods aanwezigheid alleen nog maar een kwestie van geloof en van hoop. Zijn Naam wordt niet eens meer genoemd.

Pinksteren - dia 27

De enige verrassing in deze ontwikkeling is het boek Daniël. Hier gebeuren dingen die niet in het proces lijken te passen: Daniël overleeft een nacht in de leeuwenkuil, er is het wonderlijke verhaal van de vingers op de muur, hij heeft visioenen ontvangen en een engel ontmoet.

Samenvattend zouden we kunnen zeggen dat het Oude Testament – naast de bekende cirkel van ongehoorzaamheid-oordeel-bekering-gehoorzaamheid – een ontwikkeling laat zien, waarin de nabijheid van God steeds minder wordt. Zij lijkt op een lamp die langzaam maar zeker uitdooft.

Pinksteren - dia 28Hoe zit dit in het Nieuwe Testament? Zet de neergaande lijn zich daar voort of gebeurt daar wat anders?

Pinksteren - dia 29In het Nieuwe Testament wordt het terugtrekkingsproces doorbroken doordat God zich hier openbaart op een wijze zoals Hij nog niet eerder heeft gedaan. In Joh. 14:9 zegt Jezus: “Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien.” In Hem is God zichtbaar geworden op een manier die alle afstand overbrugt: in Hem is God ons maximaal nabij gekomen door Zelf mens te worden.

Pinksteren - dia 30

Op de Pinksterdag wordt vervuld wat God in het Oude Testament al heeft aangekondigd. Op het moment dat Zijn Geest wordt uitgestort, zal Hij Zijn aangezicht niet meer verborgen houden. In Handelingen 2 spreekt Petrus hierover als hij de woorden van de profeet Joël aanhaalt: “En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees.” Kan God ons dichter naderen dan ons hart?

Hoe merkwaardig is het dan dat de kerkgeschiedenis ons in grote lijnen dezelfde ontwikkeling laat zien als wij in het Oude Testament hebben vastgesteld. Is dat eerste moment dan iets dat voorbijgaat en nooit meer terugkomt? Is Pinksteren dan alleen maar een gedenken en is het voor ons niet weggelegd om de Pinksterervaring van toen ook nu te beleven? Is Gods nabijheid dan opnieuw als een nachtkaarsje gedoofd?

Pinksteren - dia 31Ooit heb ik van iemand een artikel gelezen, waarin hij een poging deed om dit uit te leggen. Daarbij maakte hij gebruik van het beeld van een rivier. Deze vindt hoog in de bergen een aarzelend begin (12 discipelen).

Pinksteren - dia 32Al na een paar kilometer is dit kleine stroompje uitgegroeid tot een woeste stroom die alles wat hij tegenkomt, meesleurt (Pinksteren). Toch blijkt er aan dat opgewonden water al spoedig een eind te komen.

Pinksteren - dia 33

Verder stroomafwaarts verandert de rivier in een brede stroom die zich rustig, maar gestaag richting de zee voortbeweegt (traditie). Zonder deze honderden kilometers lange bedding zou het water van de rivier nooit de zee bereiken. We zien hier de rivier in verschillende verschijningsvormen die allemaal een functie hebben, maar desondanks is het hetzelfde water.

Is dit de verklaring die we zoeken? Hij lijkt naadloos aan te sluiten bij de situatie waarin wij ons te bevinden. Toch wil ik hierbij drie kanttekeningen plaatsen.

Pinksteren - dia 34Wanneer God een verbond met Israël sluit, zegt Hij niet dat Hij zich vanaf dat moment geleidelijk aan zal terugtrekken en dat zij het uiteindelijk maar zelf moeten uitzoeken, als kinderen die volwassen worden. In plaats daarvan zegt Hij in Ex. 34:10: “Zie, Ik sluit een verbond; ten overstaan van heel uw volk zal Ik wonderen doen, zoals die op de hele aarde en onder welk volk ook nog nooit tot stand gebracht zijn. Ja, heel het volk, in het midden waarvan u verkeert, zal de daden van de HEERE zien, want het is ontzagwekkend wat Ik met u ga doen.” Hieruit blijkt duidelijk dat het Gods bedoeling is om het verleden te overtreffen en zijn relatie met het volk te verdiepen.

Pinksteren - dia 35In Ezechiël 39:29 zegt God tegen zijn profeet: “En Ik zal mijn aangezicht niet meer voor hen verbergen, wanneer Ik mijn Geest over het huis Israëls heb uitgestort, luidt het woord van de Heere Here.” Ook hier wordt duidelijk dat God niet uit is op afstand, maar juist op nabijheid. Ook wordt hier genoemd wanneer dat moment aan zal breken: wanneer zijn Geest wordt uitgestort.

Pinksteren - dia 36De kerkgeschiedenis laat ons een rode draad zien, maar leert ons ook dat er iedere keer weer momenten zijn geweest waarop de vlam in de pan is geslagen en velen op een krachtige wijze door de Heilige Geest zijn geraakt, net zo intens als in het Nieuwe Testament.

Pinksteren - dia 37

Een tijd geleden volgde ik op televisie een gesprek over wat men ‘de tragiek van de liefde’ noemde. Kort gezegd kwam het gesprek hierop neer dat de liefde in het begin eigenlijk het beste is. Dan is zij zo allesoverheersend dat al het andere daarbij in het niet valt. Alles wat daarna komt, kan alleen maar minder zijn. Deze uitspraak heeft mij aan het denken gezet, want zij illustreert precies waarover wij vanmorgen met elkaar nadenken.

Maar is zij ook waar? Roept de Schrift ons in Openbaring 2:4 niet op dat wij onze eerste liefde niet moeten verzaken? ‘Bekeer u en doe weder uw eerste werken‘, is de opdracht die hier klinkt. Een duidelijk signaal dat wij met minder geen genoegen hoeven nemen, lijkt mij.

Ik geloof niet dat God ons alleen maar herinneringen geeft aan Zijn nabijheid. Net als tegen Gideon zegt Hij tegen ons: “De Here is met u, gij dappere held.” Vervolgens komt het erop aan hoe wij daarmee omgaan.

banner_mjdehaan_2012

Aantal keren bekeken: 591

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *