Mat. 21:18-22 – De vervloeking van de vijgenboom

Dit gedeelte gaat over de vervloeking van de vijgenboom, vanwege het feit dat deze geen vrucht draagt. Dit is het enige wonder van de Here Jezus met een negatieve uitwerking. Bijzonder is ook dat het niet de tijd was om vrucht te dragen. Vanwaar dan deze vloek?

mat21-01
mat21-02
mat21-03

Bij dit Bijbelgedeelte moet ik iedere keer denken aan het verhaal van die getalenteerde voetballer die zich ’s morgens stond te scheren toen de telefoon ging? Kent u dit verhaal? Zijn vrouw had haast om de kinderen op tijd naar school te brengen, maar nam toch op. “Goede morgen, u spreekt met Voetbal International.” “Als u één momentje heeft, dan zal ik u mijn man geven,” zei ze en legde gehaast de telefoon op de aanrecht. “Schat, Voetbal International voor jou aan de telefoon!”, riep ze naar boven en ging vervolgens met de kinderen de deur uit. Haar man kreeg een adrenalinestoot. “Voetbal International?”, dacht hij. “Ze willen vast een artikel aan mij wijden. Misschien wel het HOOFDartikel! Dit is mijn kans om de aandacht op mij te vestigen!” In gedachten zag hij zich al een miljoenencontract met een grote Spaanse voetbalclub tekenen. Met een paar streken maakte hij zijn scheerwerk af – waarbij hij zich lelijk sneed – en rende de trap af naar beneden.

“Goeiemorgen, hier ben ik.”

“Dag meneer, wij hebben goed nieuws voor u: wij mogen u een jaarabonnement aanbieden met 44% korting. Heeft u belangstelling?”

Ik denk dat u het vast en zeker ook weleens heeft meegemaakt dat iets er veelbelovend uitzag, maar uiteindelijk op een enorme teleurstelling uitliep. Volgens mij beschrijft het gedeelte dat wij zojuist hebben gelezen, zo’n moment in het leven van de Here Jezus. Hij had honger, zag een prachtige vijgenboom staan, wilde daar iets van eten, maar trof daar geen enkele vrucht aan. Balen! Ik denk dat wij dit allemaal heel goed kunnen begrijpen.

mat21-04

Dit is de eerste laag van deze geschiedenis. Maar er is meer. Er is iets merkwaardigs aan dit verhaal. Er is iets aan de reactie van de Here Jezus, dat ik niet kan begrijpen. Er staat namelijk dat Hij de vijgenboom vervloekte: “Nooit groeit aan u enige vrucht meer, in eeuwigheid!” En vanaf dat moment begon de vijgenboom te verdorren. Marcus die dit verhaal ook vertelt, schrijft dat de boom een dag later reeds helemaal verdord was. Een wonder. We hebben hier te maken met het enige wonder van de Here Jezus dat een negatieve uitwerking heeft. Dat niet genezend of bevrijdend uitwerkt. En dat maakt deze geschiedenis tot een hele bijzondere.

Wat ik ook vreemd vind, is dat de reactie van de Here Jezus niet in verhouding lijkt te staan tot wat er hier gebeurt. Hoe vervelend ook, het gaat slechts om een olijfboom die geen vrucht draagt. Niets meer en niets minder. Marcus vertelt ons zelfs dat het helemaal de tijd nog niet was om vrucht te dragen. Met andere woorden: het was volstrekt normaal dat deze vijgenboom nog geen vrucht droeg. En toch wordt hij hier door de Here Jezus vervloekt. Dit lijkt verdacht veel op de reactie van iemand met een verkeerd humeur. Zoiets zou je van mij kunnen verwachten, maar niet van de Here Jezus. Daarom ben ik ervan overtuigd dat er hier meer aan de hand is. Veel meer. Maar wat?

mat21-05

De traditionele uitleg lijkt zich over deze vreemde zaken niet druk te maken. Daar heeft men alleen oog voor de profetische dimensie van deze gebeurtenis. Kort gezegd bestaat deze opvatting uit drie stellingen:

  • Ten tijde van deze gebeurtenis is het duidelijk dat Jezus niet zal worden erkend
  • De vijgenboom wordt in de Bijbel vaker als symbool voor Israël gebruikt
  • De vervloeking van de vijgenboom is profetisch voor het oordeel dat Israël zal treffen.

Ik wil deze uitleg hier zeker niet tegenspreken, maar bij mij komen er dan nog wel een aantal vragen bij.

  • Allereerst moet gezegd dat wij deze uitleg hier niet in de woorden van de Here Jezus terugvinden.
  • Verder vind ik de reactie van de discipelen hier ook niet erg bij passen. Zij zijn voornamelijk geïnteresseerd in het krachtbetoon van de Here Jezus en lijken geen besef te hebben van een profetische dimensie.
  • In de derde plaats kan toch van Israël niet gezegd worden dat zij in het geheel geen vrucht heeft gedragen. De eerste gemeente bestond immers voor het grootste deel uit Joden.
  • Marcus zegt dat het nog niet de tijd was om vrucht te dragen. Hoe kan het zijn dat een boom wordt vervloekt voor iets dat nog niet van hem verwacht kan worden?
  • Als laatste geeft de traditionele uitleg  geen antwoord op de vraag waarop Matteüs hier een andere volgorde hanteert dan Marcus. Over het algemeen geven uitleggers aan dat Marcus de chronologie aanhoudt en Matteüs het materiaal meer op basis van thema heeft geordend, maar ik ben in nog geen enkel commentaar tegengekomen vanwege welk thema het hier nodig was om een andere volgorde aan te brengen.

Al met al een hele waslijst met vragen. Heeft u het allemaal kunnen volgen? Om antwoorden te vinden, zullen we toch echt een spaatje dieper moeten graven. We zullen een derde laag moeten aanboren…

mat21-06

Het eerste dat ik wil opmerken, is dat deze gebeurtenis plaatsvond in een heel bijzondere periode in het leven van de Here Jezus. Het gaat hier namelijk om de laatste week van aardse Zijn leven dat door de Evangelisten uitgebreid wordt beschreven. Omdat de Here Jezus wist wat Hem te wachten stond, gebeurde er die week niets dat zonder betekenis was. Iemand (dat geldt ook voor ons) die weet dat het einde nadert, richt zich zo veel mogelijk op de dingen die belangrijk zijn. Daarom is er veel van wat Jezus in deze week zei of deed, dat een diepere betekenis heeft. Ik denk dan ook dat het er in de situatie met de vijgenboom helemaal niet om ging dat Zijn honger werd gestild. De Heer die wist dat zijn lijden aanstaande was, maakte Zich echt niet druk om het feit dat Hij honger had. Hij had helemaal aan het begin van Zijn bediening al laten zien dat Hij Zich door honger niet tot zonde liet verleiden. We kunnen daarom rustig stellen dat hier iets heel anders aan de hand was. Honger was alleen maar een aanleiding om de aandacht te vestigen op iets dat veel belangrijker was. De gebeurtenis met de vijgenboom was een symbolische handeling met een dieperliggende betekenis.

Als we wat in onze Bijbel gaan bladeren, dan zien we dat het 21e hoofdstuk van Matteüs nog een paar van deze symbolische handelingen telt. In totaal zijn het er drie: [1] de intocht in Jeruzalem, [2] de tempelreiniging en [3] de vervloeking van de vijgenboom. Het gaat hier om een combinatie van gebeurtenissen die te maken hebben met [1] het koningschap, [2] de tempel en de eredienst die daar plaatsheeft, en [3] het al dan niet aanwezig zijn van voedsel.

Waar doet dit ons aan denken? – Ik heb het antwoord daarnet eigenlijk al gegeven: deze gebeurtenissen aan het einde van de bediening van de here Jezus komen opvallend overeen met een aantal gebeurtenissen die de Here Jezus helemaal aan het begin van zijn bediening heeft meegemaakt, namelijk toen Hij door de duivel werd verzocht.

mat21-07In Matteüs 4:2 staat: “En nadat Hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, kreeg Hij ten laatste honger” (voedsel). In vers 5 lezen we: “Toen nam de duivel Hem mede naar de heilige stad en hij stelde Hem op de rand van het dak des tempels” (tempel en eredienst). In vers 8 ten slotte staat: “Wederom nam de duivel Hem mede naar een zeer hoge berg en hij toonde Hem al de koninkrijken der wereld en hun heerlijkheid” (koningschap). Dit is geen toeval.

mat21-08

Matteüs komt hier in omgekeerde volgorde terug op de verzoeking van de Here Jezus door Satan. Deze stijlvorm waarbij in omgekeerde volgorde wordt teruggekomen op iets dat al eerder aan de orde is geweest, komt in de Bijbel heel vaak voor en geeft altijd aan dat hier iets met elkaar wordt verbonden en afgerond. Ik ben dit in nog geen enkel commentaar tegengekomen, maar ik denk dat dit de reden is geweest dat Matteüs voor een andere volgorde heeft gekozen dan Marcus. Hij wil onze aandacht vestigen op het feit dat Jezus aan het einde van Zijn aardse leven opnieuw met een antwoord komt op de verzoekingen van Satan. Als een afronding, een soort aanzegging aan de duivel die Hem vanaf het begin heeft dwarsgezeten. En dit keer is Zijn antwoord een heel andere dan wij aan het begin van Zijn bediening hebben gezien.

Aan het begin van Zijn bediening was het zo dat de Here Jezus door de duivel werd benaderd en meegenomen en keer op keer door hem op de proef wordt gesteld. Hoe anders is dit in het 21e hoofdstuk. We zien hier hoe Jezus aan het einde van Zijn bediening in elk van de drie situaties Zelf het initiatief neemt. Nu is Hij het die de regie in handen heeft en bepaalt wat er gebeurt. Het lijkt wel of Hij hier Degene is, die de duivel uitdaagt! En zo is het ook! Jezus neemt de leiding en rekent af met de drie thema’s die al aan het begin van Zijn bediening aan de orde zijn gesteld. Wat een geweldige afronding van Zijn bediening! Helaas hebben Zijn omstanders hiervan weinig begrepen! Maar geldt dit ook niet voor ons?

Ik moet u zeggen dat ik het een geweldige ontdekking vond om te zien hoe anders de Here Jezus in Zijn bediening zit en hoe uitdagend Hij hier met Zijn tegenstander omgaat en met hem afrekent. Hoewel de Via Dolorosa en Golgotha nog moeten komen, neemt Hij hier al op een superieure wijze stelling tegen de boze. Nu al is duidelijk dat deze bij Hem geen schijn van kans maakt. Zijn overwinning is eigenlijk al een feit! Wanneer ik dit op mij laat inwerken, word ik helemaal blij. Het geeft mij kracht als ik zelf een moeilijke weg voor de boeg heb en verdiept mijn besef dat als ik mijn vertrouwen op Jezus vestig, ik werkelijk niets te vrezen heb.

Dit zet mij stil bij de vraag hoe wij vandaag de dag met verzoekingen omgaan. Bent u iemand die nog regelmatig voor de bijl gaat en in de valkuil van de boze stapt? Of bent u iemand die heeft geleerd om de duivel af te weren, zoals de Here Jezus aan het begin van Zijn bediening heeft gedaan? Matteüs  laat ons zien dat de Heer een krachtige bediening heeft ontwikkeld en de duivel in alle opzichten de baas is. Voor ons is dat een geweldige troost, maar ook een oproep om in Zijn voetsporen te treden, te groeien in onze bediening en de tegenstander eveneens in alle opzichten uit te dagen. Op wie van ons is dit van toepassing?

Omdat deze drie symbolische handelingen bij elkaar horen, moeten wij ze voor een juiste uitleg op elkaar betrekken. Ik neem ze daarom alle drie kort door.

mat21-09Toen de Heer met Zijn discipelen in Betfage (d.i. Huis van de Onrijpe Vijg) aankwam, liet Hij een ezelin met haar veulen ophalen om daarmee Jeruzalem binnen te rijden en daarmee de woorden van de profeet Zacharia te vervullen (9:9). Jezus gaf hiermee te kennen dat Hij inderdaad de grote Koning was, rechtvaardig en zegevierend, maar dan wel op een heel andere manier dan de schare voor ogen had. In plaats dat Hij zich liet vervoeren op een trots paard, had Hij nederig plaatsgenomen op een ezel, een lastdier. Dit was de manier waarop Hij koning wilde zijn. Ik weet niet of de mensen langs de weg dit in de gaten hebben gehad. In ieder geval bewezen zij Hem eer door te roepen: “Hosanna de Zoon van David!” Wat is het jammer dat zij iets heel anders in gedachten hadden om van verlost te worden dan de Here Jezus. Zij wilden verlost worden van de Romeinse overheersers, terwijl Hij uit was op de verlossing van de boze en dat hem op deze manier ook liet weten.

mat21-10De tweede symbolische handeling vond plaats in de tempel. Meestal wordt deze gebeurtenis aangeduid als ‘de tempelreiniging’, maar ik vind dit eigenlijk een heel verwarrend woord. Wat hier gebeurde, had niets te maken met schoonmaken. Je krijgt zelfs de indruk dat de chaos die ontstond, alleen maar groter werd. “Hij dreef allen uit, die verkochten en kochten in de tempel, en de tafels der wisselaars keerde Hij om en de stoelen van hen, die de duiven verkochten.” De tempel was een marktplaats geworden waar men kon kopen en verkopen. Bij deze transactie kon men overigens niet met gewoon geld betalen. Dat kwam doordat het gangbare betaalmiddel Romeins was en iedere munt de afbeelding van de keizer droeg. Zoals u weet, werd deze door de Romeinen als een godheid vereerd en de Joden waren om deze reden van mening dat er geen Romeinse munten in de tempel mochten zijn. Daarom werden deze munten door zogenaamde geldwisselaars omgewisseld in speciale tempelmunten. Uiteraard ligt het voor de hand om te veronderstellen dat er op deze omwisselpraktijken ook winst werd gemaakt. Zo werd de tempeldienst tot huichelarij gemaakt. Jezus trad hiertegen op met grote autoriteit. Hij maakte voor iedereen duidelijk – ook aan Zijn vijand in de geestelijke wereld – dat de tempel geen rovershol was, maar een bedehuis, waar God centraal moest staan en Zijn heil zichtbaar werd.

mat21-11Dan komt de derde symbolische handeling: de vervloeking van de vijgenboom. Deze wijst terug naar de verleiding van Satan waar de Here Jezus werd uitgedaagd om van stenen brood te maken en zo Zijn honger te stillen. In wezen vroeg de duivel Hem om tovenaartje te spelen en Zijn macht aan te wenden om in Zijn eigen behoeften te voorzien. We lezen dat Hij dat toen niet deed en ook hier doet Hij dat niet. Ook bij de vijgenboom wendt Hij Zijn krachten niet aan om Zijn honger te stillen. Maar Hij doet wel wat anders. Hij vervloekt de vijgenboom omdat deze geen vrucht draagt, terwijl het nog helemaal de tijd niet is om vrucht te dragen. Hoe zit dat?

mat21-12

Hiervoor moeten we iets weten van de manier waarop een vijgenboom groeit en bloeit. Bij de vijgenboom is het namelijk gebruikelijk dat als de bladeren uitlopen er tegelijkertijd een grote hoeveelheid knobbeltjes op de takken wordt gevormd. De Arabieren noemen dit ‘taqsh‘. Het zijn de voorboden van echte vijgen, die ongeveer zo groot zijn als een kleine kers. Op het platteland worden zij door de mensen als tussendoortje gegeten. Wanneer de echte vijgen aan de boom komen, vallen de knobbeltjes af. Maar het is ook zo, dat als er geen knobbeltjes zijn, er ook geen vijgen worden gevormd. Op deze manier kon de Heer – ook al was het nog vroeg in het seizoen – vaststellen, dat de boom geen vijgen zou geven. Er zat geen eetbare taqsh aan. Hoewel de mooie bladeren veelbelovend waren, bleek het hier te gaan om een boom zonder vrucht en zonder hoop. Op dat moment voerde de Here Jezus Zijn derde symbolische handeling uit. “Nooit groeie aan u enig vrucht meer!”

Het woord ‘vervloeking’ heeft enige uitleg nodig. Het heeft hier namelijk niet de betekenis die wij er in ons moderne spraakgebruik meestal aan geven. We zouden dit woord misschien beter kunnen vertalen met ‘aanzegging van oordeel’. Jezus zegt de vijgenboom een oordeel aan. Dat het hier niet gaat om een boze reactie maar om een symbolische handeling, wordt duidelijk uit de manier waarop deze wordt uitgewerkt.

mat21-13

Op het eerste gezicht is het een beetje vreemd dat de Here Jezus niet op deze manier met Zijn volgelingen over het voorval met de vijgenboom spreekt. Ik weet niet of zij op dat moment de diepe betekenis hebben begrepen van wat hier gebeurde, maar in de relatie met Zijn discipelen zet de Heer een positieve benadering voorop. Hij bemoedigt hen. De discipelen – met name Petrus – zijn onder de indruk van de kracht die de vijgenboom heeft doen verdorren. Jezus belooft hen dan dat diezelfde kracht ook hun deel kan zijn. Wanneer? “Indien gij gelooft en niet twijfelt”, staat er geschreven. Iedereen die op basis van een relatie met de levende God door Hem wordt geleid, zal deze kracht mogen ervaren. Aan een volk dat gehoorzaam is, zal kracht worden verleend.

Maar als wij het verslag van Matteüs en Marcus verder lezen, blijkt dat Jezus deze handeling in Zijn omgang met de Joodse leiders op een geheel andere manier uitwerkt. Het kan niet anders of ook zij hebben de verdorde boom langs de kant van de weg zien staan of hebben de mensen erover horen praten. Tegen hen zegt Hij dat een volk dat ongehoorzaam is, het oordeel kan verwachten.

mat21-14

In drie opvolgende gelijkenissen werkt de Here Jezus het thema van het oordeel verder uit. We hebben vanmorgen helaas te weinig tijd om ze te lezen, maar ik noem u de belangrijkste conclusies. In 21:31 staat: “Voorwaar, Ik zeg u, de tollenaars en de hoeren gaan u voor in het Koninkrijk Gods. ”Dit is een oordeel. In 22:8 staat: “De bruiloft is wel gereed, maar de genodigden waren het niet waard.” Dit is ook een oordeel. In 21:43 wordt alles samengevat met de woorden: “Daarom, Ik zeg u, dat het Koninkrijk Gods van u zal weggenomen worden en het zal gegeven worden aan een volk, dat de vruchten daarvan opbrengt.” Als dit geen oordeel is, dan weet ik het niet meer… Aan een volk dat ongehoorzaam is, zal het oordeel worden aangezegd.

Aan het einde van Zijn bediening en Zijn aardse leven behoorden de Joodse leiders te weten wie Jezus was. Nu dit niet het geval bleek te zijn, werd de balans opgemaakt en het oordeel geveld. Het Koninkrijk Gods ging naar een volk dat de vruchten wel opbrengt. Dat volk – zeggen wij zo makkelijk – dat bent u en ik! Maar is dat zo?

mat21-15

Ik heb u daarnet stilgezet bij de vraag hoe u met geestelijke strijd omgaat. Hier wil ik u stilzetten bij de vraag of wij inderdaad een volk zijn dat zijn vrucht opbrengt. Ik moet u zeggen dat deze vraag mij altijd bezighoud. In Lucas 18:8 stelt de Here Zichzelf de vraag of de Zoon des Mensen bij Zijn komst het geloof op aarde zal vinden. Om ons heen zien wij de grote menigte die zich van Hem heeft afgekeerd. Maar hoe zit het met ons? “Nou, ik geloof toch?”, denkt u dan misschien wel bij uzelf. Maar wat is dat voor geloof? Matteüs 25 vanaf vers 31 gaat over het oordeel van de Zoon des Mensen. Daar komen we een criterium tegen om het Koninkrijk te beërven, dat ons na deze overdenking wel heel bekend zal voorkomen: “Ik heb honger geleden en gij hebt Mij te eten gegeven… Voorwaar Ik zeg u, in zoverre gij dit aan één van deze mijn minste broeders hebt gedaan, hebt gij het aan Mij gedaan.”

Bent u, ben ik wel een gelovige die vrucht draagt? Met andere woorden: zijn wij in alle opzichten bezig om de mens te worden die God in gedachten had toen Hij u het leven gaf? Zijn wij op de plaats waar God wilt dat wij zijn Doen wij de dingen die God wilt dat wij doen? Drukken onze relaties iets uit van de liefde van de Heer? Waar liggen onze prioriteiten? In tijd? In geld?

Weet u van elkaar hoe het er voorstaan met uw groeiproces? Wordt u hierop door elkaar aangesproken?

Als u op één of meer van deze vragen het antwoord schuldig moet blijven, is er werk aan de winkel en ik hoop dat deze overdenking u motiveert om dit serieus te nemen.

banner_mjdehaan_2011

Aantal keren bekeken: 2855

Één reactie op “Mat. 21:18-22 – De vervloeking van de vijgenboom

  1. Beste heer de Haan, dit was zeer verhelderend. Dank u wel dat u dit geschreven heeft. Ik liep er steeds aan te denken en kwam er alleen niet uit. Ik zal het misschien nog een paar keer moeten lezen om het werkelijk door te laten dringen. Maar dat is prima.
    Ik wens u Gods zegen
    Francine

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *