Mat. 1:1-17 – De saaiste verzen uit de Bijbel

Als ik aan mensen vraag wat zij de meest saaie verzen in de Bijbel vinden, dan krijg ik steevast als antwoord: de geslachtsregisters. Het was voor mij daarom een uitdaging of er over dit onderwerp een overdenking mogelijk is…
Mat. 1:1-17 - 01

Onlangs kwam ik op internet een kleine enquête tegen. Deze ging maar over één vraag: Vindt u dat het christendom te weinig op de Bijbel is betrokken? Ik vond dit een interessante en heb de enquête daarom maar even ingevuld: JA. Vervolgens kon ik doorklikken naar de statistiek. Toen bleek dat ongeveer 80% van de deelnemers deze vraag met JA had beantwoord. Dat geeft toch te denken.

In ieder geval gaf dit mij de moed om een overdenking voor te bereiden over de meest saaie verzen die je in de Bijbel kunt aantreffen: Mat. 1:1-17. Verzen waarvan iedereen denkt: Waarom staan ze hier en wat moet ik ermee? Verzen die iedereen over het algemeen maar overslaat. En dit was nu precies de reden waarom ik ze een keer onder een vergrootglas wil leggen. Waarom staan ze er? Deze verzen horen ook bij het Woord van God en verdienen het om overdacht te worden. Zouden deze verzen ons kunnen vermanen, bemoedigen en troosten?

Mat. 1:1-17 - 02Over welke verzen heb ik het? U heeft het misschien al geraden: ik heb het over de verzen die het geslachtsregister van de Here Jezus beschrijven. Hoe vaak heeft u ze al gelezen? Misschien wel nooit… Laten we ze maar eens doorlezen. Op de sheet volsta ik met een samenvatting: Matt. 1:17

Mat. 1:1-17 - 03

Iedereen die weleens schrijft, weet hoe belangrijk het is om de lezer meteen aan het begin te boeien. Matteüs lijkt dit niet begrepen te hebben. Niets is echter minder waar. Abraham, Isaak, Jakob, Juda, Peres, ook al vinden wij zo’n namenlijst misschien saai of irrelevant, toch is het ondenkbaar dat deze verzen per ongeluk aan het begin van het Matteüsevangelie terecht zijn gekomen. Zij zijn hier niet door Matteüs in een bevlieging neergeschreven. Zij hebben hier weloverwogen een plek gekregen. Als informatie waarvan we kennis moeten nemen. Als informatie die we nodig hebben om hetgeen wat volgt echt te kunnen begrijpen.

– Is dat zo? Matteüs geeft toch een heldere beschrijving van wie Jezus is? Hij tekent Hem als de Gezalfde des Heren, de Zoon van David en de Zoon van Abraham. Waarom is het dan nog nodig om dit Evangelie met zo’n lange namenlijst te laten beginnen?

Ik kan hierop maar één antwoord bedenken en dat is dat deze namenlijst informatie bevat die wij niet in de rest van het Evangelie kunnen vinden. En als wij ons deze informatie willen toe-eigenen, zullen we studie moeten maken van deze zeventien verzen. Saai? Integendeel! Ik ga u meenemen op een wel heel boeiende reis…

Mat. 1:1-17 - 04

Allereerst wil ik stilstaan bij de vraag wat nu eigenlijk het belang is van een geslachtsregister. Ook vandaag de dag nog zijn er veel mensen die het de moeite waard vinden om tijd te investeren in het onderzoek naar hun eigen afkomst. Wie waren hun ouders, grootouders, overgrootouders, betovergrootouders, enzovoort. Informatie over de eerste generaties is nog makkelijk te achterhalen, maar hoe verder zij terug gaan in de tijd, hoe moeilijker het wordt om over hen iets te weten te komen. Toch zien zij kans om op deze manier vele eeuwen in de tijd terug te gaan en soms doen zij daarbij interessante ontdekkingen. Dan blijkt er een bijzondere familieband te zijn, wellicht zelfs een adellijke lijn, of een historische figuur, of een binding met een bepaalde plaats of beroep. Voor hen is deze informatie belangrijk om hun eigen plaats in de wereld te kennen. Hun identiteit wordt mede bepaald door wie hun voorouders zijn geweest. Wie weleens naar het programma Spoorloos kijkt weet hoe diep dit kan gaan. Kinderen die in een adoptiegezin zijn opgegroeid, hebben er veel voor over om te weten wie hun biologische ouders zijn.

In de Bijbel heeft een geslachtsregister eigenlijk dezelfde functie, maar deze krijgt daar zo mogelijk nog meer diepgang. Zo zien we bijvoorbeeld dat Matteüs dezelfde woorden kiest als Genesis 5:1, waar staat: “Dit is het boek van het geslacht van Adam.” In Matt. 1:1 schrijft hij: “Dit is het boek van het geslacht van Jezus Christus.” Dit is niet toevallig. Het lijkt wel alsof hij hiermee een verbinding wil leggen naar het allereerste begin: de schepping van de mens. Het Griekse woord geneseoos dat hij hier gebruikt, heeft het eerste Bijbelboek zijn naam gegeven: Genesis. In het Hebreeuws wordt het geschreven als toledot.

Verder zien we dat Matteüs in zijn namenlijst twee namen met nadruk vermeldt: die van Abraham, op wie de namenlijst terugvoert, en die van David, de belangrijkste koning die Israël heeft gekend.  Ook dit kan geen toeval zijn. God heeft aan Abraham de belofte van een land en een volk gedaan en aan David heeft Hij beloofd dat zijn koningschap voor altijd zal zijn. Hiermee wordt zonder enige twijfel een verbinding met het volk aangebracht en de voorname positie die de voorouders van de Here Jezus innamen.

Het laatste waarop ik u opmerkzaam wil maken, is dat Matteüs een volmaakte namenlijst wil presenteren. Ik bedoel hiermee niet dat alle mensen die worden genoemd, volmaakt zijn, want dat is absoluut niet het geval. Maar door gebruik te maken van controlegetallen, wil Matteüs de indruk wekken dat de namenlijst compleet is: driemaal veertien is tweeënveertig. Iedere Jood wist namelijk dat dit het aantal pleisterplaatsen was, dat het volk Israël in de woestijn had aangedaan, vóórdat het land Kanaän werd binnengetrokken (Numeri 33). Men heeft dit getal zo serieus genomen dat men er een gewoonte van had gemaakt om iedere Thorarol zo te beschrijven dat op ieder vel steeds tweeënveertig regels voorkomen, die worden verdeeld in drie kolommen.

Met deze drie kenmerken sluit Matteüs zich aan bij wat men over het algemeen met een geslachtsregister beoogde: wortels in de geschiedenis, aansluiting bij het voorgeslacht en verbinding met een volk. Voor een goed verstaander wordt echter duidelijk dat hij hier nog  een belangrijke dimensie aan toevoegt. Waar mensen bij een gewoon geslachtsregister hun identiteit in hun voorgeslacht lijken te vinden, wordt hier de indruk gewekt dat de identiteit van alle namen die in de lijst worden genoemd, hun vervulling vinden in de geboorte van de Here Jezus Christus. Het is niet zo dat de Here Jezus Zijn identiteit vindt in Zijn voorgeslacht, maar precies andersom. Met Zijn komst heeft hun leven zin gehad. Hij is de tweede Adam die voor eeuwig op de troon zal zitten. Hij is de koning die het eeuwige vrederijk zal doen aanbreken. Hij is de zoon op wie Abraham écht heeft zitten wachten. Matteüs laat ons hier een prachtige omkering zien van waar een geslachtsregister meestal voor wordt gebruikt! Om stil van te worden. Op deze manier werden de tijdgenoten van Matteüs stilgezet bij het feit dat er met de komst van de Here Jezus iets bijzonders was gebeurd. Wij die ná de Here Jezus leven, zouden onszelf de vraag kunnen stellen of de Here Jezus ook voor ons Degene is, die ons leven zin geeft.

Ik zou hier kunnen stoppen, want deze korte bespreking van het geslachtsregister van de Here Jezus heeft al een prachtige parel opgeleverd, die ons tot geestelijke groei kan brengen. Toch ben ik bang dat wij het hierbij niet mogen laten. De informatie die Matteüs ons geeft, roept namelijk allerlei vragen op wanneer wij deze vergelijken met de informatie die ons in de rest van de Bijbel over het huis van David wordt gegeven. Zijn informatie lijkt zelfs niet in overeenstemming te zijn met wat hij er zelf over zegt. En als critici ons hierop wijzen, wat zeggen wij dan? Als wij deze vragen niet op zijn minst kunnen duiden, zou het zomaar kunnen zijn dat de conclusies die wij zo-even aan dit geslachtsregister hebben verbonden, geen vrucht kunnen dragen omdat zij worden aangevreten door twijfel. Voor een goed verstaan van dit geslachtsregister is het echt nodig dat we nog een spaatje dieper graven. Laten wij om te beginnen eens precies in kaart brengen welke nu de belangrijkste vragen zijn.

Mat. 1:1-17 - 05

In de eerste plaats is Matteüs niet de enige die een namenlijst met de afkomst van de Here Jezus heeft opgesteld. Lucas heeft dit ook gedaan in Lucas 3:23-38. Het lastige van zijn namenlijst is dat zijn overzicht op belangrijke punten afwijkt van dat van Matteüs. Tot aan David zijn zij beiden ongeveer gelijk, maar daarna volgen zij allebei een andere weg. Matteüs spreekt over Jakob als de vader van Jozef, terwijl Lucas meent dat Eli de vader van Jozef is. Het is duidelijk dat deze beweringen niet allebei waar kunnen zijn. De vraag die wij ons hierbij kunnen stellen, is dan ook hoe het geslachtsregister van Lucas zich verhoudt tot die van Matteüs.

Verder is het zo dat wij de gegevens uit Matteüs 1 kunnen vergelijken met de geslachtsregisters die in het Oude Testament worden genoemd en de informatie die we daar over de koningen tegenkomen. In Ruth 4:18-22 bijvoorbeeld treffen we het geslachtsregister van Abraham tot aan David aan en deze komt exact overeen met de lijst van Matteüs. Maar in 1 Kronieken 3 wordt een overzicht vanaf David gegeven, die hier en daar behoorlijk verschilt met die van Matteüs. Zo ontbreken er in Matteüs een aantal namen die in 1 Kronieken wel worden genoemd. Bovendien wijkt ook hier het laatste deel van de lijst volledig af van die van Matteüs. Wij moeten ons dus wel afvragen hoe de namenlijst van Matteüs zich verhoudt tot die in 1 Kronieken 3.

Als laatste moet gezegd dat er kritische vragen gesteld kunnen worden bij de controlegetallen die Matteüs noemt. Wanneer we het aantal geslachten dat Matteüs noemt, natellen, komen we namelijk helemaal niet uit op driemaal veertien. Volgens de meest voor de hand liggende telling is de uitkomst tweemaal veertien en eenmaal dertien. Kan de evangelist zich zo ernstig vergist hebben? Wij zullen ons dus ook rekenschap moeten geven van de betekenis van de controlegetallen die Matteüs ons nota bene zelf voorhoudt.

Wanneer we de moeite nemen om wat nauwkeuriger naar zijn namenlijst te kijken, komen we erachter dat Matteüs zich helemaal niet heeft vergist, maar dat hij door de manier waarop hij de namen heeft gestructureerd nog een extra dimensie aan zijn namenlijst heeft toegevoegd. Om dit te begrijpen hebben wij drie interpretatiesleutels nodig, drie achterliggende gedachten die bepalend zijn geweest voor de ordening van namen.

Mat. 1:1-17 - 06

De eerste interpretatiesleutel is het inzicht dat de namenlijst van Matteüs niet is gebaseerd op natuurlijke geboorte, maar op  erfrecht. Om dit te doorgronden moeten we door onze Nederlandse vertaling heen prikken en de betekenis proberen te peilen van de Griekse woorden die worden gebruikt. Zo spreekt onze vertaling over ‘zonen’ die worden ‘verwekt’. Omdat wij wel weten dat de Here Jezus niet letterlijk de zoon van Abraham of David is, hebben wij deze betekenis in ons hoofd al opgerekt. Als wij lezen over zonen die worden verwekt, verstaan wij dit als ‘nakomelingen’ die worden ‘voortgebracht’. De Griekse – en ook de Hebreeuwse – betekenis van de woorden ‘huios’ en ‘ben’ is echter nog iets specifieker dan dit. Zij hebben een reikwijdte die in onze taal grotendeels verloren is gegaan. Het Griekse en Hebreeuwse woord ‘zoon’ draagt namelijk ook de betekenis ‘erfgenaam’ in zich. Wanneer zij in de context van het erfrecht worden gebruikt, dan is de ‘vader’ de ‘erflater’, de ‘zoon’ de ‘erfgenaam’, en de ‘broer’ de ‘zijwaartse erfgenaam’.

Op sommige plaatsen in de Bijbel is dit duidelijk zichtbaar. Wanneer Elia door de Here wordt weggenomen, roept Elisa hem na met de woorden: “Mijn vader, mijn vader.” (2 Kon. 2:12) Natuurlijk weet hij dat Elia zijn biologische vader niet is, maar met deze woorden geeft hij te kennen dat hij beseft dat hij verantwoordelijk is geworden voor het erfgoed van Elia. Toen Mozes als kind bij de dochter van Farao werd gebracht, werd hij haar ‘ten zoon’ – zo staat er letterlijk. Dit betekent niet dat hij door haar was voortgebracht, maar dat hij haar wettelijke erfgenaam werd.

Het woord dat in onze vertaling met ‘verwekken’ wordt weergegeven, wordt in de Statenvertaling weergegeven met ‘gewinnen’. De betekenis van ‘voortbrengen’ wordt in deze context eigenlijk nog specifieker uitgedrukt en zou misschien beter kunnen worden weergegeven als het ‘verkrijgen van een erfgenaam’. Wanneer Matteüs dan spreekt over de Here Jezus als zoon van Abraham en zoon van David, betekent dit dat Hij hun wettige erfgenaam is. De lijst met namen die dan volgt, is een lijst met troonpretendenten. We hebben hier te maken met een koningslijst!

Dit verklaart hoe het kan dat Uzzia ná Joram wordt genoemd, terwijl hij toch geen directe nakomeling van hem was. Waar het Matteüs om ging, was dat hij de erfgenaam van Joram was, ook al zaten er verschillende generaties tussen. Hetzelfde kan worden gezegd voor Sedekia die niet de zoon, maar de oom van Jechonja was, of voor Sealtiël die ná Jechonja wordt genoemd. Ook hij was geen directe nazaat van Jechonja, maar wel diens erfgenaam.

Wij hebben met deze sleutel een lastig verschil met het geslachtsregister uit 1 Kronieken 3 opgelost. Doordat wij hier te maken hebben met een lijst die is gebaseerd op erfrecht, kunnen er schakels ontbreken. Voor de erfgenaam maakt het immers helemaal niets uit hoeveel generaties hem scheiden van de erflater. Maar dat betekent nog niet dat we daarmee een reden hebben gevonden voor het feit dat er verschillende koningen in de namenlijst van Matteüs ontbreken. Achazja, Joas, Amasja, Jojakim: kennelijk zijn zij wel erfgenaam van de troon geweest, maar worden toch door Matteüs niet genoemd. Wat ontbreken juist hun namen? Om dit te verklaren hebben wij de tweede interpretatiesleutel nodig.

Mat. 1:1-17 - 07

De tweede interpretatiesleutel is het inzicht dat de lijst met troonpretendenten niet alleen maar wordt samengesteld op basis van erfrecht. Er zit namelijk ook een geestelijke component aan vast. Deze component betreft zegen en vloek. We vinden deze treffend samengevat in de eerste regels van de Tien geboden in Exodus 20: “Toen sprak God al deze woorden: Ik ben de HERE, uw God, die u uit het land Egypte, uit het diensthuis, geleid heb. Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben. Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is. Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de HERE, uw God, ben een naijverig God, die de ongerechtigheid der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde geslacht van hen die Mij haten, en die barmhartigheid doe aan duizenden van hen die Mij liefhebben en mijn geboden onderhouden.”

Matteüs wil met zijn namenlijst uitdrukking geven aan het feit dat God van de troonpretendenten verwacht dat zij Hem trouw zullen zijn en Zijn geboden zullen volgen. Wanneer zij wat dit betreft grenzen overschrijden, zullen zij door de Here worden gestraft. Een Bijbelse onderbouwing hiervoor kunnen we vinden in Deuteronomium 29:18-20:

Laat er daarom onder u geen man of vrouw, geen geslacht of stam zijn, wier hart zich nu van de HERE, onze God, afwendt om de goden dezer volken te gaan dienen; laat er onder u geen wortel zijn, die gif of alsem voortbrengt. Maar als iemand bij het horen van deze vervloekingen meent, dat hij gezegend zal blijven en zegt: Ik zal vrede hebben, wanneer ik in de verstoktheid van mijn hart wandel – waardoor hij verdelging brengt zowel over het bevloeide als over het dorre (land) – dan zal de HERE die man niet willen vergeven, maar zullen de toorn en de ijver des HEREN tegen hem branden; heel de vloek, die in dit boek opgetekend staat, zal op hem rusten, en de HERE zal zijn naam uitwissen onder de hemel.”

In de namenlijst van Matteüs zijn op twee plaatsen ‘gaten’ gevallen. Laten we de proef eens op de som nemen en kijken wat daar aan de hand is.

Mat. 1:1-17 - 08

In de namenlijst van Matteüs wordt Uzzia direct na Joram genoemd, terwijl 1 Kronieken 3 melding maakt van nog drie andere generaties: Achazja, Joas en Amasja. Wanneer we de geschiedenissen uit 2 Koningen hierbij betrekken, dan blijkt dat er ook nog eens zeven jaar wordt geregeerd  door Athalia. Wat is hier aan de hand?

In de eerste plaats moet worden gezegd dat al deze koningen slecht waren. In plaats van de Here God te dienen, aanbaden zij de afgoden. Koning Joram – de eerste in de lijst – was getrouwd met Athalia. Zij was de dochter van koning Achab en koningin Izebel , die het tienstammenrijk regeerden. Iedereen die het Oude Testament een beetje kent, weet dat zij topscorers waren in slechtheid. Zij hadden het bij de Here zo bont gemaakt dat de profeet Elia  een vloek over hen had uitgesproken. Deze is te lezen in 1 Kon. 21:21-29: Al het mannelijk geslacht van Achab zou worden uitgeroeid. Toen bleek dat Achab zich vervolgens verootmoedigde, liet de Here zich verbidden. Het onheil zou zich pas in de volgende generatie voltrekken. Omdat Athalia een dochter was van Achab, heeft deze vloek ook het huis van Juda getroffen. Het is bizar om te lezen dat het uitgerekend Athalia is geweest, die geprobeerd heeft om deze vloek ten uitvoer te brengen en het gehele koninklijke geslacht uit te roeien. De vloek aan Achab heeft voor een ernstige crisis in de koninklijke lijn gezorgd en ik geloof dat dit de reden is dat Matteüs deze koningen tot aan het vierde geslacht uit zijn namenlijst heeft weggelaten.

Mat. 1:1-17 - 09

Het volgende ‘gat’ in de namenlijst is rond de tijd van de ballingschap. Koning Josia komt nog in beide namenlijsten voor. Hij is een hele goede koning geweest. De meest godvruchtige zou je zelfs kunnen zeggen. Toch hebben zijn hervormingen het tij niet meer kunnen keren. Er was te veel gebeurd. “Doch de Here keerde Zich niet af van zijn hevige brandende toorn, die ontvlamd was tegen Juda om al de krenkingen waarmee men Hem gekrenkt had. En de Here zeide: Ook Juda zal Ik van mijn aangezicht wegdoen.”(2 Kon. 23:26) Josia was de laatste echte koning. Na hem zijn er alleen nog maar vazallen van grootmachten aangetreden. Zij waren allemaal slecht. Matteüs noemt ze geen van allen, met uitzondering van Jechonja . Waarom hij wel? Het antwoord kunnen we lezen in Jeremia 22:30, waar staat: “Schrijf deze man in als kinderloos, een man die in zijn dagen geen geluk heeft, want het zal aan geen van zijn nakomelingen gelukken om te zitten op de troon van David en weer over Juda te regeren.” Lezen we het goed? Jechonja is kinderloos gebleven! Dit was de straf die de Here God hem had opgelegd. Hij is als balling naar Babel weggevoerd en heeft daar maar liefst 37 jaar gevangen gezeten! Maar wie is dan zijn erfgenaam geworden? Sla er Matteüs maar op na: Sealtiël, de vader van Zerubbabel.

Om te begrijpen wat hier is gebeurd, moeten we het geslachtsregister uit Lucas erbij nemen. Hoewel er in onze vertaling steeds over ‘zoon van’ wordt gesproken, komt deze uitdrukking in het register van Lucas maar eenmaal voor: wanneer Jezus als zoon van Jozef wordt genoemd, Jezus als zijn wettelijk erfgenaam. In alle andere gevallen staat er gewoon ‘van’: Jozef van Eli, van Mattat, enz. Kennelijk hebben wij hier te maken met een namenlijst die is opgebouwd aan de hand van natuurlijke afstamming. Een afstamming die inzet bij Jozef. We hebben hier dus te maken met het geslachtsregister van Jozef. Hij wordt hier genoemd als natuurlijke zoon van Eli, terwijl hij in Matteüs wordt genoemd als erfgenaam van Jakob. Het kan niet anders dan dat hij dit erfrecht heeft verkregen door zijn huwelijk met Maria. Dat betekent dat Matteüs de lijn weergeeft via Maria en Lucas via Jozef. Dan weten we dat ook weer!

Wanneer wij het geslachtsregister van Lucas doornemen, dan zien wij tot onze verbazing dat midden tussen andersluidende namen in de namen Sealtiël  en Zerubbabel worden vermeld. Wanneer wij deze lijn terug volgen, komen we erachter dat deze namenlijst niet teruggaat op Salomo maar op zijn jongere broer Nathan. Dat betekent dat bij Jechonja het geslachtsregister van Salomo daadwerkelijk is opgehouden te bestaan en het recht op de troon is overgegaan naar de lijn van Nathan! Opnieuw zien we dat Matteüs met een gat in de namenlijst de vinger legt op een ernstige crisis in de koninklijke lijn, die opnieuw is veroorzaakt door een vloek. En “Jechonja en diens broeders” hebben hiertegen niets kunnen aanvangen. Ik ben ervan overtuigd dat Matteüs de naam van Jechonja liever ook niet had willen noemen, maar dit toch heeft gedaan om duidelijk te maken dat de lijn van Salomo hier is gestopt.

Mat. 1:1-17 - 10De derde interpretatiesleutel is het inzicht dat de controlegetallen uit Matt. 1:17 een literaire structuur aangeven aan de hand waarvan de namenlijst kan worden ingedeeld. Het is niet zo dat deze controlegetallen het werkelijke aantal generaties aangeven. Matteüs heeft deze aantallen door middel van weglatingen ‘kloppend’ gemaakt. Door wat we hiervoor hebben besproken moet dit inmiddels helder zijn. We hebben alleen al eerder vastgesteld dat Matteüs’ controlegetallen niet lijken te werken. We kwamen toen uit op twee groepen met 14 en één groep  met 13 namen. Laten we – nu we weten dat het om een stijlvorm gaat – nogmaals, maar nu heel zorgvuldig proberen om de drie groepen samen te stellen.

Mat. 1:1-17 - 11De eerste groep levert geen problemen op. De lijst van Abraham tot en met David telt precies 14 namen. Daar hoeven wij niet lang bij stil te staan.

Mat. 1:1-17 - 12

Wanneer we het vers met de controlegetallen goed lezen, dan zou de tweede groep namen met David moeten beginnen. Dit is een merkwaardig gegeven, maar de tekst laat ons weinig keus: vanaf David dus. Een mogelijke verklaring hiervoor zou kunnen zijn dat David twee verschillende regeerperioden heeft gekend: in Hebron regeerde hij zeven, in Jeruzalem drieëndertig jaar, zegt de Schrift in 1 Kronieken 29:27. Blok 1 zou dan de periode tot en met de regeerperiode in Hebron beslaan, terwijl Blok 2 begint als David vanuit Jeruzalem regeert. Daar zit een zekere logica in. Wanneer wij vervolgens vanaf David opnieuw 14 namen aftellen, komen we uit bij koning Josia. We zijn dan vlak vóór de ballingschap aanbeland. En dat is alles behalve logisch! Deze uitkomst is niet consistent met het eerste Blok waarin de beginperiode van Davids regering wel degelijk was meegeteld. Het zou voor de hand liggend  zijn geweest wanneer de beginperiode van de ballingschap in deze telling zou zijn meegenomen. Dat dit niet zo is, heeft daarom betekenis! We kunnen hieruit de conclusie trekken dat Matteüs de naam van Jechonja met opzet uit deze telling heeft weggelaten. De naam die hij in de lijst al niet had willen vermelden, wordt in deze structuur alsnog uitgebannen! Waar een literaire stijlvorm al niet voor kan dienen!

Mat. 1:1-17 - 13

We komen toe aan de laatste groep. Het lijkt aannemelijk dat wij onze telling nu ook niet bij Jechonja beginnen. Matteüs heeft hem niet uit het vorige Blok weggelaten om hem nu wel mee te tellen. Bovendien is het niet erg consistent om nu met het eerste deel van de ballingschap te beginnen. We beginnen daarom te tellen vanaf het tweede deel van de ballingschap, na Jechonja. Bij Sealtiël dus.

En nu raken we in de problemen. Wanneer we vanaf Sealtiël tellen tot aan Jezus, komen we niet verder dan 13 namen! Wat moeten we nu? Heeft Matteüs zich dan toch vergist? Ik denk dat Matteüs ons hiermee op een derde crisis in de koninklijke lijn wil wijzen. We zijn er namelijk nog niet als we tot aan Jezus hebben geteld. Want wie is Zijn erfgenaam? Als Jezus geen erfgenaam heeft, dan is de koninklijke lijn opnieuw, maar dan definitief vastgelopen.

Mat. 1:1-17 - 14

Gelukkig biedt onze tekst uitkomst, want als we goed lezen wordt daar helemaal niet over Jezus gesproken, maar over de Christus! En daarmee is onze derde groep van veertien voltooid.
Wat hebben wij ons inzicht in dit gedeelte verrijkt! Wij hadden in onze voorstudie al geconcludeerd dat al deze generaties in Christus hun vervulling vonden. Maar nu weten we ook dat dit niet zonder strijd is gegaan. Er zijn drie momenten geweest waarop de koninklijke lijn ernstig is bedreigd. Maar dwars door alles heen heeft God zijn trouw betoond en laten zien dat Hij de koninklijke lijn in stand heeft gehouden en uiteindelijk verlossing heeft gebracht voor een wereld die gebukt gaat onder zonde. Kunnen wij anders reageren dan onze knieën te buigen en Hem eren als onze Here?

N.B. Voor een vervolgstudie is het de moeite waard om eens te kijken naar de namenlijsten ná Zerubbabel. 1 Kronieken 3 vermeld van niemand zo veel kinderen als van Zerubbabel. Toch lijkt het alsof noch Matteüs noch Lukas hierbij aansluiten. Overigens kan het bijna niet anders of Matteüs moet ook in de derde reeks namen hebben weggelaten om op een getal van 13 (14) uit te komen.

Mat. 1:1-17 - 15banner_mjdehaan_2010

Aantal keren bekeken: 1539

Één reactie op “Mat. 1:1-17 – De saaiste verzen uit de Bijbel

  1. Geachte heer De Haan,

    Een doorwrochte studie van de tekst in het eerste deel van Mattheus 1. Dank voor plaatsing op internet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *