Luk. 24:13-35 – Op weg met de levende Heer

Heeft u er weleens bij stilgestaan dat de Emmaüsgangers niet zagen toen zij konden zien en dat zij zagen toen zij niet meer konden zien.

luk24-01
luk24-02
luk24-03
luk24-04
luk24-05
luk24-06
luk24-07
luk24-08
luk24-09
luk24-10

In deze overdenking wil ik met u nadenken over het verhaal van deze twee volgelingen, die wij kennen als de Emmaüsgangers. Het is een verhaal dat wij zó goed kennen, dat het lijkt of het ons niets meer te vertellen heeft. Ik kan mij voorstellen dat sommigen zich afvragen waarom wij over dit gedeelte eigenlijk nog zouden willen nadenken.

Toch daag ik u uit om dit wel te doen. Deze geschiedenis heeft namelijk een hele krachtige boodschap, juist voor ons, gelovigen die nooit getuige zijn geweest van de verschijning van de Heer. Het is alleen zo dat wij die krachtige boodschap niet cadeau krijgen. Om hier iets van te kunnen begrijpen, moeten wij proberen ons los te maken van het traditionele beeld dat wij ons bij dit verhaal hebben gevormd.

Ik begin daarom met het afpellen van een paar laagjes traditie. Dit kan ons helpen om met nieuwe ogen naar dit verhaal te kijken.

luk24-11

Over het algemeen wordt aangenomen dat het in deze geschiedenis om twee mannen gaat, maar uit de tekst is dat nergens te herleiden. Sterker nog, omdat blijkt dat zij allebei in één huis wonen, lijkt het veel aannemelijker om ons de Emmaüsganger voor te stellen als een echtpaar, man en vrouw.

In ons schriftgedeelte worden zij aangeduid als ‘twee van hen’, waaruit duidelijk wordt dat zij behoorden tot de groep van intieme vrienden van de Heer. Mogelijk behoorden zij zelfs tot de 72 die in Lucas 10 door Jezus werden uitgezonden en in zijn Naam wonderen hebben verricht.
Uit het verhaal van Lucas 24 wordt duidelijk dat deze groep van volgelingen na de vreselijke gebeurtenissen van Goede Vrijdag voortdurend met elkaar in contact stond. Zij voelden zich intens met elkaar verbonden, ook al durfden zij elkaar in eerste instantie waarschijnlijk nog niet op één plaats te ontmoeten uit angst te worden gearresteerd.
Daarom is het veelbetekenend dat we hier lezen dat deze twee personen Jeruzalem hadden verlaten en op weg waren naar Emmaüs, een reis van ongeveer 12 kilometer. Hieruit blijkt dat zij uit de kring van discipelen waren getreden, waarschijnlijk kort nadat de vrouwen hun getuigenis bij hen waren komen vertellen.
Uiteraard kunnen wij niet uitsluiten dat zij in Emmaüs bepaalde verplichtingen moesten vervullen, maar het is hier veel aannemelijker om te veronderstellen dat zij naar huis gingen, omdat zij geen geloof hechtten aan het verhaal van de vrouwen.
De twee Emmaüsgangers gingen naar huis, omdat zij er geen brood meer in zagen en openlijk verlieten zij de kring der discipelen. Zij hadden het opgegeven en keerden alles wat met die Jezus te maken had de rug toe. Heeft u al eens eerder door deze bril naar dit verhaal gekeken?

Ik heb mij bij de bestudering van dit gedeelte voortdurend afgevraagd waarom Lucas nu juist dít verhaal en geen ander in zijn Evangelie heeft opgenomen. Wat maakt de geschiedenis van de twee Emmaüsgangers zo bijzonder dat het verteld moet worden? Het is het verhaal van twee mensen die Jezus de rug hadden toegekeerd. Als ik het Nieuwe Testament had moeten schrijven, dan had ik heel andere keuzes gemaakt. In vers 35 staat dat de Heer die dag ook aan Simon is verschenen, maar over wat daar is gebeurd, lezen we hier verder niets. Je zou toch menen dat het getuigenis van Simon zwaarder zou wegen dan dat van ene Kleopas en zijn onbekende reisgezel?! Daar hangt toch veel meer gewicht aan?

luk24-12

Als ik Gods Woord hierop onderzoek, dan kom ik tot de conclusie dat het er nergens opuit is om harde ‘bewijzen’ aan te dragen.

Ik denk dat de meesten van ons dit anders hadden aangepakt. Wanneer wij een boek over de opstanding hadden moeten schrijven, zouden wij denk ik onze uiterste best hebben gedaan om zoveel mogelijk ‘harde’ bewijzen aan te dragen. We zien dit bijvoorbeeld ook in de succesvolle Alphacursus gebeuren. Daar wordt gesproken over: het lege graf, de grafdoeken, de verschijningen en de kerk die ondanks verdrukking toch snel groeit. Allemaal argumenten die moeten onderbouwen dat de opstanding toch vooral écht is gebeurd.

Of we het nu leuk vinden of niet: de Bijbel houdt zich niet met bewijzen bezig. Ik zou bijna zeggen dat het Woord van God zich hiertoe niet laat verlagen.

  • De Bijbel laat er geen twijfel over bestaan dat er bij de opstanding geen ooggetuigen aanwezig zijn geweest. De enige getuige zijn de engelen en het lege graf (weliswaar met die merkwaardige cocon van windsels en doeken waaruit het lichaam op onverklaarbare wijze is verdwenen, maar toch… menselijk ooggetuigen ontbraken).
  • De Bijbel laat er geen twijfel over bestaan dat Jezus het eerst is verschenen aan vrouwen en we weten dat in de cultuur van die tijd een dergelijk getuigenis geen enkele waarde had.
  • De Bijbel laat er geen twijfel over bestaan dat Kleopas en zijn metgezel in de kring der gelovigen weinig autoriteit hadden. Zij behoorden weliswaar tot de intimi van de Heer, maar hadden binnen de kring van de volgelingen weinig tot geen invloed, anders hadden wij in het Nieuwe Testament wel meer over hen gelezen. En in het gedeelte dat over hen gaat, hadden zij de Here Jezus zojuist de rug toegekeerd.

Voor mij is het feit dat het Nieuwe Testament geen ‘harde’ bewijzen geeft juist een bewijs van de integriteit van de verslagen. ‘De kracht Gods openbaart zich eerst ten volle in zwakheid’, zegt Paulus in de 2e Korintebrief. En dat is ook hier het geval. Het gaat er de evangelist niet om met zo sterk mogelijke bewijzen te komen, maar om te getuigen van de wijze waarop God zichzelf openbaart. En ik denk dat Lucas ervoor gekozen heeft om juist dít getuigenis op schrift te stellen, omdat het een nieuw element van Gods openbaring in zich bergt. Een nieuw element dat wij wellicht nog nooit in dit verhaal herkend hebben. Wat is het nieuwe element van Gods openbaring dat met het opstandingsverhaal van de Emmaüsgangers aan Gods Woord wordt toegevoegd? Waarin onderscheidt dit opstandingsverhaal zich van de andere?

luk24-13

Heeft u zich bij dit gedeelte ooit afgevraagd wat de zin is van een verschijning wanneer deze niet als zodanig wordt herkend? Over het algemeen worden de verschijningen opgevat als een ‘bewijs’ van het feit dat Jezus uit de dood is opgestaan, maar hier wordt die verschijning niet als zodanig herkend! De twee Emmaüsgangers zien het niet! De Here Jezus loopt een heel eind met hen op en zij zien niet dat Hij het is.

En is het u ooit opgevallen hoe merkwaardig het is dat de verschijning verdwijnt zodra zij Hem wel herkennen? Dit is het wat dit verhaal zo bijzonder maakt.

Hier is duidelijk veel meer aan de hand. Ik geloof dat Jezus in de ontmoeting met deze twee mensen zijn volgelingen met zichzelf confronteert en hen iets wil onderwijzen over het leven als gelovigen wanneer Hij niet meer zichtbaar in hun midden is. Zoals in onze situatie. En ik wil u in deze overdenking laten zien wat dat is.

luk24-14

In vers 15 lezen wij dat Jezus zich bij de twee mannen voegt. Waarom doet Hij dit eigenlijk? Waarom zoekt Hij juist deze twee mensen op?

Ik denk dat wij hierin een uitdrukking van zijn grote liefde mogen zien. Ook al hebben de twee alle geloof verloren en zijn zij teleurgesteld huiswaarts gekeerd, Hij laat hen niet los en reist met hen mee, ook al herkennen zij Hem niet als zodanig. Het is aan hen om te besluiten of zij Zijn uitgestoken hand al dan niet willen aannemen.

De twee reizigers mogen dan wel teleurgesteld zijn, zij kunnen hetgeen gepasseerd is toch niet zomaar loslaten. En al discussiërend vervolgen zij hun weg. Misschien hebben zij met elkaar gesproken over de waarde van het getuigenis der vrouwen of hoe tragisch het wel niet was dat zij hun leven hadden gegeven voor iets dat een luchtbel bleek te zijn, ik weet het niet. In ieder geval was het zo dat hun getuigenis niet verder reikte dan de gebeurtenissen van de afgelopen dagen.

Toch kan het niet anders dat er binnen in hen een diep verlangen was naar meer, anders hadden zij niet toegestaan dat een wildvreemde zich in hun gesprek zou mengen. Jezus maakte gebruik van deze opening om hen aan te spreken en gelukkig zijn zij daarop ingegaan. Ik durf er niet over na te denken wat er gebeurd zou zijn wanneer zij deze vreemdeling zouden hebben genegeerd. Waarschijnlijk was dit verhaal dan niet in de Bijbel terechtgekomen.

Naast de enorme beperking in hun waarneming (die er zeker is, omdat zij hun Heer niet herkennen), valt op dat deze mensen zich bereid tonen om vanuit een andere invalshoek naar zichzelf en hun problemen te kijken. En op grond van deze houding kan de Heer verder met hen.

luk24-15

Hoe gemakkelijk zou het voor Jezus zijn geweest om hen van hun ongelijk te overtuigen door Zichzelf te openbaren zoals Hij is. Door Zichzelf in alle heerlijkheid aan hen te tonen. Door te zeggen: ‘Kijk, hier ben Ik!’Toch is dit niet wat hier gebeurt. ‘Hun ogen waren bevangen, zodat zij Hem niet herkenden’, staat er geschreven. Jezus laat Zich met opzet niet herkennen. Waarom is dat? Wat wil Hij hiermee duidelijk maken?

Ik denk dat Jezus Zich niet aan hen openbaart, omdat Hij weet dat zijn volgelingen het vanaf nu zonder zijn lijfelijke aanwezigheid moeten stellen. Hij wil bij hen een ander fundament voor hun geloof leggen dan het aanschouwen alleen.
In plaats van te zeggen ‘Kijk, hier ben Ik’, wijst Hij hen terecht en begint Hij de gebeurtenissen van de afgelopen dagen vanuit de Schrift te belichten. ‘En Hij begon bij Mozes en bij al de profeten en legde hen uit, wat in al de Schriften op Hem betrekking had’.

De twee discipelen hadden nog urenlang met elkaar kunnen discussiëren over de gebeurtenissen van de afgelopen dagen, maar al deze gebeurtenissen kregen pas werkelijk zin en betekenis toen zij werden benaderd vanuit wat Gods Woord hierover te zeggen heeft.

Dit zegt ook ons iets over de centrale plaats die Gods Woord in ons leven zou moeten innemen. Helaas is dit iets dat in onze tijd steeds moeilijker wordt.

luk24-16

Dat de twee reizigers de woorden van de Heer met grote gretigheid in zich hebben opgenomen, wordt duidelijk wanneer zij Emmaüs bereiken. Jezus doet dan net alsof Hij verder wil reizen en maakt zich klaar om afscheid van hen nemen. Waarom doet Hij dit eigenlijk?

Ik denk dat Hij dit doet om hen opnieuw een moment te geven waarop zij bewust kunnen kiezen of zij met de waarheid verder willen of niet. Hij laat het aan de ander of deze het verlangen heeft de relatie met Hem te verdiepen.

Gelukkig waren de twee reizigers zich inmiddels bewust geworden van hun honger. Zij stonden niet toe dat de Heer vertrok en nodigen Hem uit om bij hen te overnachten. Kennelijk waren zij langzaam maar zeker door Zijn woorden overtuigd geraakt. In ieder geval waren zij hierdoor zó vertroost dat zij hun huis voor Hem open wilden stellen.

Net als op het moment waarop de Heer zich aan het begin van de reis bij hen voegde, is het ook nu weer schokkend om vast te stellen wat er gebeurd zou zijn als dit niet zo zou zijn geweest. Dan zou de Heer gewoon zijn vertrokken en dan zouden zij zich nooit bewust zijn geweest van zijn verschijning. Zij zouden dan nooit geweten hebben dat de Heer aan hun zijde was.

Met de schrik om mijn hart vraag ik mij dan af hoe opmerkzaam ik zelf ben op Zijn aanwezigheid in mijn leven. Hoeveel momenten zijn er in mijn leven misschien geweest waarop Hij mij wilde bereiken, maar geen toegang vond? Ook vandaag gaat Jezus misschien wel aan ons voorbij zonder dat wij er erg in hebben. In Mattheüs 18 staat: ‘Want waar twee of drie vergaderd zijn in mijn naam, daar ben Ik in hun midden.’ Maar staan wij er wel voor open om Hem in ons midden op te merken?

De twee Emmaüsgangers waren nog gedeeltelijk verblind. Aan de ene kant waren zij geraakt door de woorden die de Heer tot hen gesproken had, maar aan de andere kant konden ze nog niet zien dat Hij het was die hen dit alles zei. Toch weerhield dit Jezus er niet van om op hun uitnodiging in te gaan. Opnieuw gebruikt Hij dit als een opening om in hun leven binnen te komen en Hij gaat met hen mee naar huis.

luk24-17

En wanneer de twee Jezus hebben binnengelaten, dan zien we dat Hij in één keer hun hele leven verandert en hun wereld volledig op zijn kop zet. Want op het moment dat zij alles in Zijn handen hebben gelegd en bereid zijn uit Zijn hand te ontvangen, valt ineens de bedekking die er voortdurend geweest is, van hun ogen en zien zij wie zij hier voor zich hebben.

Wat hier opvalt, is dat Jezus bij de aanvang van de maaltijd ongevraagd de rol van gastheer op zich neemt, het brood zegent en uitdeelt. Waarom doet Hij dat?

Moet u zich eens voorstellen dat zoiets in uw huis zou gebeuren.  Dat een lifter die u onderweg heeft opgepikt de baas gaat spelen in uw eigen huis! Hoe anders zou deze geschiedenis afgelopen zijn, als de twee bewoners van dit huis  zich hieraan gestoord zouden hebben en Hem vanwege deze brutaliteit zouden hebben terechtgewezen. Zouden zij dan ooit in deze man hun Heer hebben herkend?

Gelukkig is het zover niet gekomen. Integendeel, doordat zij Jezus in hun eigen huis lieten begaan en het brood dat Hij hen aanreikte, aanvaardden, erkenden zij in wezen zijn zeggenschap in hun huis. Zij erkenden Hem als de Heer van hun huis. En dat is dan ook precies het moment waarop de laatste bedekking wegvalt. De man die het brood zegent, is hun Heer!

luk24-18

Het ligt voor de hand om op dit moment in het verhaal een hartelijke begroeting te verwachten. Maar het tegendeel is waar. Zodra de twee Jezus herkennen, is Hij verdwenen. Het is alsof Hij hen wil terugwerpen op de twee belangrijke zaken die Hij hen die middag heeft willen leren:

  • de wetenschap dat Hij met hen is, ook al herrkennen zij Hem niet als zodanig,
  • de openbaring van het Woord.

Voor de volgelingen van de Heer is het van groot belang dat zij deze twee zaken een duidelijke plaats in hun leven gaan geven, want vanaf de dag van de opstanding is dit de wijze waarop Hij de gelovigen zal leiden.

De twee Emmaüsgangers hebben de boodschap begrepen: ‘Was ons hart niet brandende in ons, terwijl Hij onderweg tot ons sprak en ons de Schrift opende?’Zij hebben begrepen dat Hij het was die hen heeft begeleid en hen de ogen heeft geopend voor de Schrift. En juist omdat zij begrepen kwamen zij ook tot handelen. Zij aarzelden geen moment en keerden op hun schreden terug om zich opnieuw bij de kring der discipelen te voegen. Hun openlijke uittreding werd gevolgd door een openlijke inkeer die voor iedereen zichtbaar was.

luk24-19

Maar deze les was niet alleen maar van belang voor de Emmaüsgangers. In deze overdenking wordt deze boodschap – dankzij Lucas – ook aan ons gebracht en zij dwingt ons de vraag te stellen naar onze eigen relatie met de Heer. Ik heb de route van de Emmaüsgangers in een schema gevat, dat ook model staat voor ons leven.

  • Hebben wij in de gaten dat de Here Jezus ons wil begeleiden op onze levensweg? Zijn wij ons bewust van zijn aanwezigheid in alles wat wij doen en laten?
  • Zijn wij bereid om ons door Hem te laten onderwijzen uit de Schrift? Ook als dat in ons eigen vlees snijdt?
  • Staan wij toe dat Hij in ons leven binnentreedt en hieraan leiding gaat geven? Ook als dat een kant opgaat die ons misschien minder aanspreekt?

Dit zijn de belangrijkste vragen die wij onszelf kunnen stellen, want alleen als wij op al deze vragen volmondig ‘JA’ kunnen zeggen, kunnen wij deel hebben aan het opstandingsleven van onze Heer. We zien dat de Emmaüsgangers opstaan en naar jeruzalem terugkeren. Zij moeten vertellen wat zij hebben meegemaakt. Brandt dit vuur ook binnenin ons? Hebben wij ook die onbedwingbare behoefte om te getuigen van dat nieuwe leven dat in ons is? Waar bevinden wij ons op de weg van Jeruzalem naar Emmaüs?

banner_mjdehaan_2010

Aantal keren bekeken: 675

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *