Het LIFE-Model onder kritiek

Op internet circuleert een document dat forse kritiek uitoefent op het LIFE-Model. Aangezien de schrijver van dit document zich niet bekendmaakt, kunnen wij niet met hem of haar in gesprek komen. Dat is jammer, Omdat niet alleen de mens, maar ook het LIFE-Model voortdurend in ontwikkeling is, willen wij de inhoud van dit document desondanks wel ter harte nemen. Vandaar dat wij de tekst hieronder onverkort overnemen en u als lezer in de gelegenheid willen stellen om dit in uw eigen verwerking van het LIFE-Model mee te nemen. Inmiddels hebben wij een eerste aanzet van een theologische doordenking geschreven in een serie die op deze website is gepubliceerd onder de titel “Het LIFE-Model en de theologie”.

LIFE-Model: leven-naar gods-plan

Inleiding

In 2004 is een boek uitgekomen met de titel “Leven naar Gods plan – het LIFE-Model.” De auteurs zijn: Jim Wilder, James G. Friesen, Anne M. Bierling, Rick Roepcke, Ruth Ann Koepcke, Maribeth Poole. Het ‘LIFE-Model’ wordt gepresenteerd als een christelijk pastoraal model waarin Gods verlossingswerk centraal staat. Het heeft tot doel mensen te trainen en toe te rusten om zichzelf en anderen te helpen op de weg naar herstel (deze informatie komt van de achterkant van het boek). In werkelijkheid is het boek meer dan dat. Het presenteert ook een visie op geestelijke groei en de weg daarnaar toe. Het boek houdt zich niet alleen bezig met genezing van mensen met trauma’s maar ook met geestelijke groei in het algemeen (p.8). Het is een interessant boek, zeker voor christenen die pastorale hulp verlenen, maar toetsing aan de bijbel levert een aantal bezwaren op, waarvan sommige zeer zwaarwegend zijn.

1. Het ontbreken van het evangelie

In het boek ontbreekt de kern van het Bijbelse evangelie volledig. De dood en opstanding van Jezus Christus, zijn wederkomst. Het plaatsvervangend sterven wordt niet genoemd. De Bijbelse weg tot behoud komt niet ter sprake. De vergeving der zonden. Jezus aannemen, bekering. Dat is merkwaardig voor een boek dat pretendeert een christelijk pastoraal model te brengen. Wat er wel staat, is dat de Here Jezus stierf voor gebroken harten: “Hij gaf zijn leven om hun gebroken harten te genezen” (p.7). Waar staat dat in de Bijbel? Ik lees wel dat Jezus stierf voor onze zonden (1 Kor. 15:3). Het gaat er om dat de Bijbelse nadruk is verlegd. Van zondeschuld, belijdenis, bekering, vergeving en heiliging naar innerlijke genezing.

Het boek biedt, zoals gezegd, meer dan hulp aan getraumatiseerde mensen. Het geeft een visie op geestelijke groei. De naam is niet voor niets “LIFE-Model”. God heeft zelf ook een “LIFE-Model” gegeven in het Nieuwe Testament. Dat is zijn boek waarin geestelijke groei wordt behandeld. In tegenstelling tot het boek dat we toetsen is zonde daar wel een belangrijk thema. Het doden van de werkingen van de oude mens en het aandoen van de nieuwe mens. “Dood dan de leden die op aarde zijn … thans moet gij ook dit alles wegdoen .. doet aan …” (Kol. 3:5-12). Zonde heeft geen plaats in het LIFE-Model van de schrijvers van dit boek.

2. Merkwaardige definitie van verlossing

Ik citeer: “Het LIFE-Model hanteert de volgende betekenis: verlossing betekent dat God goed uit kwaad kan voortbrengen, ons volkomen kan maken en ons Zijn grote kracht kan laten ervaren. Verlossing betekent dat we vanuit onze diepste pijn ons belangrijkste levensdoel kunnen ontdekken” (p. 14). Het doel is dus te ervaren dat God uit het kwade dat ons is overkomen iets goeds voortbrengt, dat Hij ons volkomen maakt, dat we zijn grote kracht ervaren, en dat we vanuit onze diepste pijn ons belangrijkste levensdoel ontdekken. Als je dat bereikt dan ben je verlost.

Dit is een totaal andere invulling dan het Bijbelse begrip verlossing. Jezus kwam om ons te verlossen van de zonde. “Gij zult hem de naam Jezus geven want Hij is het zijn volk zal redden van hun zonden” (Mat. 1:21).En als hij terugkomt komt de verlossing van ons vergankelijk lichaam (Fil. 3:20,21). Om deze dingen draait in de bijbel de verlossing. “In wie wij de verlossing hebben, de vergeving der zonden” (Kol. 1:14). Het verwarrende van het boek is dat het bekende Bijbelse termen als verlossing gebruikt en daar een geheel andere, niet Bijbelse, invulling aan geeft. Hetzelfde wordt b.v. gedaan met het begrip geestelijke groei. Dat wordt verderop nog besproken.

3. Gevaarlijke gnostische gedachten

Dit is het ernstigste bezwaar tegen het boek. Speciaal hoofdstuk 5 “Uw hart en Gods plan” staat vol met gnostische dwalingen. In de volgende punten worden ze besproken.

4. Geen zondeval in Bijbelse zin

Op pagina 62 staat “Christenen geloven dat God alles goed geschapen heeft, ook de mens”. En daar stopt de schrijver. Zonde is zoals gezegd helemaal geen thema in dit ‘LIFE-Model’.

5. Toch een zondeval, maar dan gnostisch uitgelegd

Centraal in de geschiedenis van de zondeval wordt de kennis van goed en  kwaad gesteld. Daar draait de uitleg van de schrijver van het boek om. De schrijver van het boek beweert dat door de overtreding van Adam en Eva wij een vertroebeld onderscheidingsvermogen hebben kregen. We denken dat we weten wat goed en kwaad is maar dat is niet zo. “Op dat moment verkregen ze …. een vertroebeld onderscheidingsvermogen – de sarkos (het vlees) kreeg grip op hen” (p. 83). Ons vlees is dat wij denken te weten wat goed en kwaad is. “De sarkos, ofwel het vlees of de oude mens, is het menselijk vermogen om goed en kwaad te onderkennen, te beoordelen of te onderscheiden” (p. 79). Dit is totaal iets anders dan wat de bijbel zegt. Volgens de bijbel is het vlees onze oude zondige natuur, ons boze hart dat geneigd is tot alle kwaad. Ook als christen hebben we nog steeds te maken met onze oude natuur “met de zuiging en de verlokking van onze eigen begeerte” (Jak. 1:14) zodat we niet zomaar doen wat we wensen (Rom. 7:14-26).

6. Kennis van goed en kwaad is voor ons onmogelijk

Dat wordt in het boek beweerd: “We hebben dus een beangstigend probleem: telkens wanneer wij proberen te onderscheiden wat ‘goed’ of wat ‘goed is om te doen’ zullen we het altijd bij het verkeerde eind hebben” (p.83). Dit is volstrekt in strijd met wat de bijbel zegt. De bijbel gaat er simpelweg van uit dat wij, als christenen, in staat zijn om onderscheid te maken tussen goed en kwaad. Zie b.v. de opdracht in Romeinen 12:9, daar staat “Weest afkerig van het kwade, gehecht aan het goede.” Paulus zegt dit tegen alle christenen. Hij spreekt over het kwade en het goede. Hij gaat er vanuit dat de christenen weten wat het kwade en wat het goede is.

7. De Bijbel zal niet helpen

“Onze kennis en begrip van de Bijbel zal niet helpen omdat we altijd belemmerd worden door de leugens van de sarkos en de beperkingen van ons verstand” (p. 83). Hier stelt de schrijver ronduit dat je door het onderzoeken van de bijbel geen juist inzicht kan krijgen in wat goed of kwaad is in Gods ogen. Je kunt in de bijbel dus niet de wil van God vinden. De begrijpelijkheid (de doorzichtigheid) van de bijbel wordt volledig ontkend. We hebben eigenlijk niets aan de bijbel. Het openen van Gods woord geeft volgens de schrijvers van het boek blijkbaar geen licht. De Psalmist zei het heel anders: “Het openen van uw woorden verspreidt licht, het geeft de onverstandigen inzicht” (Ps. 119:130).

8. Het boek over het probleem van de mens en de oplossing

“Ons vlees speelt spelletjes met ons en vult ons hart zodat we geen plaats meer hebben voor de genade gaven en richtlijnen waarmee Gods ons leven wil vullen. We leven – beter gezegd, sterven – omdat we liever regels en dogma’s willen volgen dan de Heilige Geest die in ons leeft”  (p. 83). Hier wordt de klassieke valse tegenstelling tussen leer en leven gemaakt, tussen de bijbel en de Heilige Geest. Dit is een van de kenmerken van de mystiek. Kennis van de bijbel, van de Bijbelse leerstellingen (dogma’s), van de Bijbelse richtlijnen staat, in die visie, een echt leven met God in de weg. Het probleem van de mens is, volgens het boek, dat hij door zijn trotse zelfoverschatting denkt dat hij kan ontdekken wat goed en wat kwaad is. Hij denkt dat hij uit de bijbel kan opmaken wat de wil van God is, wat goed en fout is. Hij richt zijn leven naar regels en dogma’s, maar die regels zijn altijd fout (Zie hierboven punten 4 en 5). Het gevolg is dat hij in een kramp raakt en daardoor juist verder van zichzelf verwijderd raakt. Het boek gebruikt het woord “sterven”. Daardoor staat hij niet open voor Gods genadegaven en de leiding van Gods Geest.

De oplossing is dat wij erkennen dat we niet tussen goed en fout kunnen onderscheiden. Dat we ophouden met het volgen van regels en dogma’s en dat wij ons door de Geest laten leiden. Maar over welke ‘geest’ heeft men het hier? Dit kan niet de Heilige Geest zijn. Die Geest werkt juist door de tekst van de bijbel heen. De bijbel is het zwaard van de Geest (Ef. 6:17, Hebr. 4:12). De Heilige Geest opent ons verstand zodat wij de Schrift begrijpen en daardoor op onszelf kunnen toepassen (Lucas 24:45). In het door de Heilige Geest ingegeven Schriftwoord wordt het belang van de leer (van dogma) telkens onderstreept. Jezus bracht een leer (Joh. 7:17). Als iemand de goede leer over Jezus niet brengt dan mogen we hem zelfs niet ontvangen (2 Johannes :10).  Timoteüs wordt aangespoord om zuiver in de leer te zijn. En zo staat er nog veel meer in het Nieuwe Testament over het belang van de leer.

Als je je bewust afkeert van de leer (dogma’s) en de richtlijnen uit de Bijbel dan kun je er niet op rekenen dat de Heilige Geest je zal leiden. Als er dan toch een geest leiding geeft is het een geest uit de afgrond. De anti-leer stemming komt uit demonische bron. Je moet, zo stelt de mysticus en gnosticus, niet in goed en kwaad denken maar in leven. Wat bevordert het leven en wat remt of dooft het leven, dat is de regel waarnaar we ons moeten richten. Om dit te onderbouwen wordt vaak 2 Kor. 3:14 misbruikt. “de letter doodt maar de geest maakt levend”. Het gaat in dit Bijbelgedeelte helemaal niet om de tegenstelling tussen goed en kwaad, of tussen leer en leven, of tussen de bijbel en en de Heilige Geest.. Paulus stelt in het Bijbelgedeelte twee bedieningen tegenover elkaar. De bediening van de Wet van Mozes en de prediking van het evangelie van Jezus Christus. Het ene bedient dood en het andere leven. De prediking van de wet is “doet dit en gij zult leven” en die prediking bracht de dood omdat niemand in staat is om uit zichzelf de wet te houden. De prediking van het evangelie brengt leven omdat we door het geloof in Jezus eeuwig leven ontvangen en de Heilige Geest, waardoor we van binnenuit kracht krijgen om naar Gods wil te leven. In dit Bijbelgedeelte wordt geen tegenstelling gemaakt tussen de bijbel en de Heilige Geest. Het gaat om de tegenstelling tussen de heilsweg onder het Oude Verbond en het Nieuwe Verbond.

9. Volg je hart

Keer op keer wordt in het boek aangeraden om je hart te volgen. “Uw reis zal voorspoedig verlopen als u uw hart volgt en gaat leven naar Gods plan” (p.8). “Mensen hebben genezing nodig zodat ze hun hart leren volgen en naar Gods plan kunnen leven” (p.9). “wanneer ieder lid zijn hart volgt en gaat leven volgens Gods plan” (p. 7). Dus niet je leven richten naar de Schrift. Niet je leven richten naar het woord van God, dat wij kunnen verstaan en toepassen op ons leven omdat de Heilige Geest ons verstand verlicht. Nee, in plaats daarvan volgen we ons hart. De schrijvers stellen dat we een nieuw hart van Jezus hebben gekregen. Een hart waarin Jezus woont, een hart dat op God gericht is. En als we dat volgen dan komt het in orde. Dan zal het leven toenemen. Het volgen van je hart wordt blijkbaar parallel gebruikt met het volgen van de ‘geest’. De schrijvers zijn veel te optimistisch over de mogelijkheid van het wedergeboren hart om zonder sturing van de bijbel de wil van God te kunnen vinden.

Nergens staat in de bijbel dat we ons hart moeten volgen. Een christen behoort zich door de Geest te laten leiden en hij richt zich op het woord van God. In de bijbel staat Gods geopenbaarde wil. Daar vinden we de opdrachten, de principes, hoe God over allerlei dingen denkt.. Daarom zegt Jakobus ook “Weest daders des woords”, met andere woorden ”doe wat er staat geschreven” (Jak. 1:22). De gedachte van het volgen van jezelf, van je hart, komt uit de humanistische psychologie en uit het oosterse denken, de gnostiek en mystiek. Het volgen van je hart leid tot volledige zelfontplooiing en zelfverwerkelijking (verlossing). In het oosterse denken moet je je ‘tao’ volgen of je ‘dharma’, je eigen individuele levensweg. De schrijvers hebben dit ‘gedoopt’ en ‘verchristelijkt’ tot het volgen van je eigen door Jezus vernieuwde en wedergeboren hart.

Naast ‘het volgen van je hart’ spreekt men over gaan leven naar Gods plan. Met plan kan hier niet bedoeld zijn de richtlijnen die voor elke christen objectief in de bijbel staan. Immers volgens de schrijvers is het onmogelijk om de bijbel goed te verstaan (Zie hierboven punt 7). Als je je hart leert volgen dan komt je vanzelf in Gods plan voor jou persoonlijk, in je eigen levensweg tot zelfverwerkelijking, terecht.

10. Het volgen van je hart brengt verlossing

“Verlossing komt wanneer we ons hart volgen” (p. 84). Waar wordt dat in de bijbel geleerd? Waarom heeft Paulus dan brieven vol geschreven met informatie en met richtlijnen. Zie de notities over wat de bijbel zegt over verlossing, hierboven onder punt 2.

11.  Ons nieuwe hart is de bron van de ware kennis

“Niet ons verstand, vlees of onze ziel maar ons nieuwe hart is de bron van ware kennis” (p.84). De bijbel wordt niet genoemd. En dat terwijl de bijbel de werkelijke bron van ware kennis is. Die we ontvangen als Gods Geest bij de lezing van zijn woord ons verstand verlicht en opent (Luc. 24:45). De schrijver van het boek kent deze bron van ware kennis blijkbaar niet. In plaats van op de bijbel, Gods bron van ware kennis, wijst de schrijver op het nieuwe hart. “Het hart dat Jezus ons gegeven heeft, zal ons vertellen wat Gods wil is” (p. 84).

Bijbelteksten over de zegeningen van het nieuwe verbond worden uitgelegd in mystieke zin. Men laat ze zeggen dat we direct, dus los van de Schrift, zullen weten wat Gods wil is. Alsof er geen zondige menselijke natuur meer is die ons ook beïnvloed. We hebben de bijbel nodig om te kunnen schiften tussen wat van God is en wat niet van God is (Hebr. 4:12). Zie in welke richting de schrijvers van het boek werken. Eerst stellen ze dat we niet in staat zijn om in de bijbel de wil van God te ontdekken (Zie hierboven punt 7). En als we ons richten op, uit het onderzoek van de bijbel verkregen, dogma’s en richtlijnen dan is er in ons leven geen plaats voor Gods genade (Zie hierboven punt 8). Daarna beweren ze dat ons nieuwe hart ons wel zal vertellen wat we moeten doen. De christenen worden losgemaakt van de bijbel.

In dit licht wordt de merkwaardige verdraaiing, de andere invulling, van het Bijbelse begrip verlossing door de schrijvers van het boek, zie hierboven onder punt 2, begrijpelijker. Ze passen zelf toe wat hierboven is besproken. Er is niet objectief, dat wil zeggen voor ieder geldig, vast te stellen wat de bijbel over verlossing leert. Dus zijn ze vrij om er een eigen invulling aan te geven. Dit is waarschijnlijk wat hun hart hen door ervaringen (Zie hieronder, punt 12) en door rechtstreekse ingeving van de Geest heeft geleerd.

12. Kennis door ervaring

Nadat de schrijver heeft beweerd, zie hierboven de punten 6 en 7, dat we nooit kennis van goed en kwaad kunnen hebben zegt hij onderaan op dezelfde bladzijde het volgende: “Alleen door veel ervaring kunnen mensen die geestelijke volwassen zijn, een idee krijgen van wat goed en kwaad is in Gods ogen (Hebreeën 5:14, NBG)” (p. 83). Door ervaring (let wel, dus niet door inzicht in Gods woord) kunnen we een idee krijgen van goed en kwaad. Je krijgt er een idee van. Je komt er enigszins bij in de buurt. Je begint het te peilen. Zo probeert hij de tekst uit Hebreeën te harmoniseren met zijn gnostieke leer.

In Hebr. 5:14 staat: “Maar de vaste spijs is voor de volwassenen die door het gebruik van hun zinnen geoefend hebben in het onderscheiden van goed en kwaad.” Uit deze tekst blijkt dat het goed is om geoefend te zijn in het onderscheiden van goed en kwaad. Dat wordt beschouwd als iets positiefs. Dus heel anders als de schrijvers van het boek het voorstellen. Daar komt het volgende nog bij. Onder punt 6 is er al op gewezen dat de bijbel er simpelweg van uit gaat dat wij, als christenen, in staat zijn om onderscheid te maken tussen goed en kwaad. Zie b.v. de opdracht in Romeinen 12:9. “Weest afkerig van het kwade, gehecht aan het goede.” Paulus zegt dit tegen alle christenen. Hij spreekt over het kwade en het goede. Hij gaat er vanuit dat de christenen weten wat het kwade en wat het goede is. De opdracht uit Romeinen 12:9 is in de ogen van de schrijvers een onmogelijke opdracht want alleen geestelijke volwassen mensen zijn na veel oefening wellicht in staat om enigszins aan te voelen, een idee te krijgen, van wat goed of kwaad is.

13. Een samenvatting van het andere evangelie dat het boek brengt

Het probleem van de mens is dus dat hij in zijn trots denkt dat hij tussen goed en kwaad kan onderscheiden terwijl dat niet het geval is. Hij denkt zelfs dat hij de bijbel goed kan verstaan en toepassen op zijn leven. En dat hij uit de bijbel de wil van God in allerlei situaties kan opmaken. In zijn trotse verblinding gaat de mens zich richten op wat Hij denkt van de bijbel te kunnen verstaan. Hij gaat zich op regels en dogma’s richten. Het gevolg is dat hij vervreemd raakt aan zijn eigen wezen. Hij raakt in kramp. De oplossing is dat hij dit allemaal gaat doorzien en dat hij stopt om zich op regels en dogma’s te richten. In plaats daarvan moet hij zijn hart gaan volgen. Niet zomaar een hart, maar een wedergeboren hart waar Jezus in woont. Als je zo je nieuwe hart volgt dan krijg je waar en betrouwbaar onderscheid en dan zul je na een lange reis in dit leven een volkomen mens worden.

In Galaten 1:6-9 staat wat Paulus heeft gezegd over mensen die een ander evangelie leerden. Voor nadere toelichting over de achtergrond van deze zienswijze, zie het artikel “De gevaarlijkste hedendaagse aanval op de bijbel – de mystieke visie op religie”. Het artikel staat op het internet onder de link http://www.toetsalles.nl/htmldoc/gevaarlaanv.htm (zie speciaal de hoofdstukken 1 en 2).

14.  Geestelijke volwassenheid

Wat het is? Wat is de weg ernaar toe? Dit alles volgens de visie van de schrijvers. “Geestelijke volwassenheid betekent dat we door God gegeven mogelijkheden ten volle benutten” (p. 23). De schrijvers zien geestelijke volwassenheid als volledige zelfontplooiing, zelfverwerkelijking. Het is geen verrassing dat dit ook wordt geleerd door radicaal humanistische psychologen als Erich Fromm. En trouwens ook in de New Age. Ook daar gaat het om de volle ontplooiing van al je mogelijkheden, zelfverwerkelijking, zelfrealisatie. De visie op geestelijke volwassenheid die de schrijvers geven is opnieuw anders dan wat de bijbel over geestelijke volwassenheid zegt.

Wat zegt de bijbel over een geestelijk volwassen mens? Een geestelijk volwassen mens kent God (1 Joh. 2:14). Zij weten hoe God is, wat zijn doelen zijn, ze zijn vertrouwd met Gods wegen. Geestelijk volwassen mensen hebben onderscheid (Hebr. 5:14, 1 Kor. 2:15). Zij zijn in staat de diepere dingen van het woord van God te begrijpen (1 Kor. 3:2). Zij hebben geestelijke realiteit in hun leven. De vrucht van de Geest is in hen openbaar geworden (Gal. 5:22). Dit zijn enkele dingen die Gods Woord over geestelijke volwassenheid zegt.

Het boek onderscheid niet tussen aan de ene kant sociale en psychologische volwassenheid en aan de andere kant geestelijke volwassenheid. De schrijvers spreken over geestelijke volwassenheid en groei maar in werkelijkheid hebben ze het over sociale en psychologische stabiliteit en vaardigheden. Wat het boek over de weg tot geestelijke volwassenheid zegt: Een van de dingen die worden genoemd is het volgende: ‘Angstbanden veranderen in liefdesbanden’ (p. 26). Je wordt dus geestelijk volwassen door angstbanden te veranderen in liefdesbanden. Zie in het bijzonder de richtlijnen voor geestelijke groei die op p. 65 worden gegeven.

  • Wijs de trauma’s aan in uw leven zodat u kunt bepalen wat nodig is voor genezing;
  • Onderzoek in welke emoties u bent vastgelopen of welke u het meest probeert te vermijden;
  • Leg de leugens in uw leven bloot. Zoek naar Gods waarheid om de leugens te breken (Noot, het gaat hier niet om waarheid die we ontdekken als we ons leven zien in het licht van de bijbel. Het gaat hier om waarheid die direct in ons hart openbaar is geworden en die we door ervaring hebben ontdekt. Zie hierboven de punten 7, 11 en 12);
  • Zoek ondersteuning in gebed.

Deze keer wordt geestelijke groei nog verder beperkt, het komt nu volledig neer op het genezen van trauma’s. Zie ook de volgende twee uitspraken over groei naar geestelijke volwassenheid: “Vreugde is de basis van geestelijke volwassenheid” (p. 23), “Een goede ontwikkeling van het vreugdecentrum is van cruciaal belang voor geestelijke groei bij mensen” (p. 23). Over dit vreugdecentrum gaat het volgende punt.

15. Ons vreugdecentrum ontwikkelen

Zie de citaten aan het eind van het vorige punt. “Onze schepper heeft ons uitgerust met hersenen die zich door het vreugdecentrum willen laten beheersen” (pp. 46.47). “Het vreugdecentrum in de rechter voorkant van de prefrontale cortex in de hersenen is het enige gedeelte van de hersenen dat zich altijd kan blijven ontwikkelen” (p.23). De schrijver van het boek legt uit dat ieder mens een vreugdecentrum heeft in zijn hersenen. Hij zegt dat dit neurologisch is vast te stellen, net zoals een mens b.v. een spraakcentrum heeft in zijn hersenen (of dit werkelijk zo is weet ik niet, maar laten we er vanuit gaan dat het klopt). Het vreugdecentrum groeit in reactie op echte en vreugdevolle relaties (p. 23). Door zulke relaties zal het vreugdecentrum, in welke leeftijdsfase dan ook, zich blijven ontwikkelen. Daarom kunnen wonden genezen en zo kunnen mensen altijd geestelijk groeien (p. 23).

Wat moet je daar op zeggen? Wat is volgens de bijbel de bron van onze vreugde? Zijn dat echte en vreugdevolle relaties met andere mensen? Die worden wel genoemd maar slechts naast vele andere dingen. De bijbel zegt dat we blijde moeten zijn in de hoop, in wat de toekomst ons gaat brengen als de Heer komt. (Rom. 12:12). We moeten ons verheugen omdat onze namen zijn opgetekend in het boek des levens (Lucas 10:20). De psalmist zegt dat er volheid van vreugde is bij Gods aangezicht, als we in gebed tot God naderen. De apostel Johannes zei dat hij geen grotere vreugde kende dan te horen dat zijn kinderen in de waarheid wandelden (3 Joh. 4). De Vader verhoort onze gebeden opdat onze vreugde vervuld wordt. “bidt en gij zult ontvangen opdat uw blijdschap vervuld zij” (Joh. 16:24). En zo kunnen we doorgaan met zaken waarvan de bijbel zegt dat ze ons, als christen, vreugde behoren te verschaffen.

De vreugde van een christen komt dus voor een groot deel uit bovennatuurlijke bron. Vreugde is een vrucht van de Geest (Gal. 5:22). Jezus verblijdde zich door de Geest (Luc. 10:21). “De God nu der hope vervulle u met louter vrede en vreugde in uw geloof … door de kracht van de Heilige Geest” (Rom. 15:13) Als je vervuld bent met Gods Geest zul je dit ook beleven. Als de theorie over het vreugdecentrum dat ontwikkeld moet worden zou kloppen, hoe zit dat dan als je tot geloof komt en het vreugdecentrum in je hersenen is niet ontwikkeld? Kun je dan niet blij zijn in de Heer? Moet je eerst door het langdurig aangaan van liefdevolle relaties je vreugdecentrum ontwikkelen voordat je blij kunt zijn in de Heer?

De Bijbel zegt tegen elke christen. “Verblijdt u in de Here te allen tijde. Wederom zeg ik u: Verblijdt u” (Fil. 4:4). De bijbel spreekt over onuitsprekelijk vreugde waarin wij ons in de Heer kunnen verheugen. “Hem hebt gij lief, zonder gezien te hebben; in Hem gelooft gij, zonder Hem thans te zien, en gij verheugt u met een onuitsprekelijke vreugde, daar gij het einddoel des geloofs bereikt, dat is de zaligheid der zielen” (1 Petr. 1:8). Misschien gaat het verhaal van de schrijvers van het boek op natuurlijk (psychologisch) vlak geheel of gedeeltelijk op, maar het is duidelijk dat de schrijvers geen enkele rekening houden met de werking van Gods Geest die vreugde in ons bewerkt, vanaf het moment van onze bekering.

16.  De noodzaak van gemeenschap te absoluut gesteld

De schrijver stelt dat zonder liefdevolle relaties een mens niet naar volwassenheid kan groeien. Dat is veel te absoluut. De liefde van God de Vader kan ook het ontbreken van liefde door een aardse vader, en aardse broeders, compenseren. Als je werkelijk bekeerd bent en je wilt God gehoorzamen, op de punten waar je licht over hebt,  dan zal God je op allerlei manieren zijn liefde en vaderlijke zorg doen ervaren. Hij zal je ‘bevestigen’. Hij heeft altijd tijd voor je. Bij Hem kun je terecht met je pijn. Je mag je hart voor Hem uitstorten, Hij is een toevlucht. Bij God is er altijd weer een nieuw begin mogelijk, als je gestruikeld bent. De enige voorwaarde is dat je jezelf verootmoedigt en je zonden en/of falen belijdt. Hij houdt je vast. Hij roept je terug waar nodig. Hij tuchtigt ons als we koppig zijn. Ik heb mensen zien genezen van trauma’s toen ze de liefdevolle bemoeienis van God de Vader met hun leven telkens weer opmerkten en beleefden. De gemeenschap met God door de Heilige Geest is een feit. Als je zo met God wandelt zal God terrein voor terrein in je leven gaan aanpakken.

17. Te optimistisch over het resultaat

Op verschillende plaatsen lijken me de schrijvers veel te optimistisch te zijn over de mogelijkheid dat hier op aarde reeds alle trauma’s volledig genezen kunnen worden. De pastorale praktijk lijkt dit anders uit te wijzen. Tegen een lichamelijk zieke zeggen dat God altijd geneest is misleidend en wreed. Tegen getraumatiseerde mensen zeggen dat God altijd zal genezen is ook misleidend en wreed. Niet ieder zal volledig genezen maar in de pijn en de beschadiging van de ziel zal Gods genade wel genoeg zijn om er doorheen te komen. Het volledig afwissen van de tranen van onze ogen zal pas op de nieuwe hemel en nieuwe aarde plaats hebben.

18. Conclusies

Het boek en de methode zijn niet christelijk. Het gebruiken van wat christelijke termen maakt het nog niet christelijk. Zeer ernstig is de gnostiek, de mystieke geest en boodschap die in het boek te vinden is. Het boek is een bijna onontwarbare knoop van psychologische inzichten, Bijbelse gegevens, zij dit laatste in zeer geringe mate, en gnostieke gedachten. Er staan zeker nuttige dingen in. Mijn inzicht in bepaalde zaken is verdiept, maar het boek is toch te gevaarlijk om het aan te bevelen.

Wat is dat voor een “LIFE-Model”? dat niet over zonde spreekt? Wat is dat voor geestelijk groei waar zonde geen thema is? Als christenen hebben we Gods ‘LIFE-Model’ in de bijbel. Daar moeten we ons op richten. De Geest die door het woord heen werkt zal ons sturen, reinigen, overtuigen van zonde, bemoedigen, troosten, opbouwen, genezen.  En misschien komt in dit leven geen volledige genezing voor ons lichaam of onze ziel, maar dan zal zijn genade genoeg zijn.

Je vraag je af hoe de eerste gemeenten met getraumatiseerde en beschadigde mensen omgingen. Hoe moesten toen de beschadigde mensen naar volkomenheid groeien zonder helpers die  kennis van de hedendaagse psychologie, geneeskunde en neurologie hadden. Want Jim Wilder kon met het Live Model komen omdat hij gebruik kon maken van de grote hoeveelheid informatie over ‘geestelijke’ groei uit de theologie, psychologie, geneeskunde en neurologie (Zie p. 23).

Ik heb horen zeggen dat in deze tijd er veel meer getraumatiseerde mensen zijn als er in de tijd van Jezus waren. Dat lijkt me onzin. In veel opzichten was de tijd van Jezus veel harder dan de situatie waarin wij ons nu bevinden. De medische wetenschap was nauwelijks bestaande, veel mensen overleden op jonge leeftijd, denk aan al de trauma’s die dat veroorzaakte bij de achterblijvers. Geen sociale voorzieningen, bittere armoede. Een land dat door een buitenlandse macht werd bezet, slavernij met alle onrecht en wreedheid die daar mee samenhangt, etc.

De nood van getraumatiseerde mensen rechtvaardigt niet het uitdragen van een gnostische leer zoals dit boek doet.

Het is nodig dat mensen hun trauma’s erkennen en dat ze verwerkt worden. Behandeling van de gevolgen van trauma’s is heilzaam, mist dat vakkundig wordt gedaan. Een liefdevolle gemeenschap waar ze deel van uitmaken zal inderdaad een grote steun zijn bij de verwerking. Dat moet ten volle erkend worden. Inzicht in wat trauma’s zijn en doen met een mens is nuttig. Maar het grote bezwaar tegen het boek is dat gezonde informatie en noties vervlochten zijn met verwerpelijke, zelfs gnostische, gedachten.

Dit model is absoluut niet te rijmen met de Bijbel. Er wordt een andere evangelie gebracht.

Met de critici delen wij het verlangen dat christelijke hulpverlening ook Bijbelse hulpverlening is. Vandaar dat wij hetgeen in dit artikel wordt gezegd, ook serieus willen nemen. Elders op deze website wordt een eerste poging gedaan om het LIFE-Model in een afzonderlijk artikel theologisch te doordenken en te onderbouwen.

Archippus - Banner 2010

Aantal keren bekeken: 1741

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *