Joh. 5:1-18 – Aangeraakt, maar niet bewogen

Johannes 5 beschrijft de geschiedenis waarin Jezus naar Bethesda gaat en er tussen alle zieken één uitpikt om te genezen. Een merkwaardig verhaal, omdat op zoveel andere plaatsen staat dat Jezus allen genas.

joh5-01
joh5-02
joh5-03
joh5-04
joh5-05
joh5-06Toen ik begon met het bestuderen van het verhaal over de genezing van de verlamde in Bethesda, wist ik hiervan niet veel meer dat het stereotype beeld dat wij over het algemeen hebben van genezingsverhalen: Jezus predikt de komst van het Koninkrijk en laat de kracht hiervan zien door wonderen en tekenen te verrichten. De zieke die wordt genezen, herkent de Zoon van God in Hem en eert Hem voor wat Hem is overkomen.
Maar al gauw kwam ik erachter dat het in het verhaal van de genezing te Bethesda allemaal wat anders loopt en naarmate ik hierop verder studeerde, ontdekte ik dat hier meer aan de hand is. Uiteindelijk blijkt het helemaal niet om de genezing te gaan. Er is veel meer aan de hand. Ik zal proberen u uit te leggen waar het hier om gaat, maar ook wat het ons kan leren.

joh5-07

Allereerst is daar het merkwaardige fenomeen van de Bethesda-genezingen. Water dat door een geestelijk wezen wordt beroerd en vervolgens (heel even) een geneeskrachtige werking blijkt te hebben. Is dat iets dat wij serieus moeten nemen?
Archeologisch onderzoek heeft uitgewezen dat de vijvers van Bethesda in verbinding stonden met de vijver van Salomo en langs deze weg van vers water werden voorzien. Maar zo af en toe werd het water ook ververst door opkomende stroompjes die rijk waren aan mineralen. Wanneer dit gebeurde, was er een opvallende beroering van het water. Er borrelde iets. Oude getuigenverklaringen vertellen ons dat het water soms zelfs rood kleurde.

Ik weet niet of hiermee het verschijnsel van Bethesda hiermee afdoende kan worden verklaard. Misschien was hier inderdaad een bovennatuurlijke invloed aan het werk. Maar eigenlijk is dat voor ons niet zo belangrijk om te weten. Waar het ons om gaat is dat er in Bethesda mensen aanwezig waren, die rotsvast in deze kracht geloofden en al hun vertrouwen hierop gevestigd hadden. Mensen die letterlijk hun heil van Bethesda verwachtten.

Zij zetten ons stil bij de vraag waarop wij onze verwachtingen gebaseerd hebben…

joh5-08

Onder de zieken in de zuilengalerij bevond zich ook de man waarover Johannes schrijft in het gedeelte dat wij hebben gelezen. Hij vertelt ons dat de man al 38 jaar ziek was.

Hoewel de tekst niet zegt dat de man 38 jaar in Bethesda heeft doorgebracht, wordt wel de indruk gewekt dat hij daar al langere tijd kwam. De man wist immers hoe het was om bij het water te komen en te merken dat anderen hem vóór waren.  Het is niet ondenkbaar dat hij in die periode dagelijks naar de zuilengang is gebracht, maar het kan ook zijn dat hij daar alleen maar naar Bethesda kwam wanneer er een beweging van het water werd verwacht. De Schrift geeft ons hierover geen duidelijkheid. In ieder geval is het zo, dat Jezus wist dat de man al heel lang ziek was.

Wat hij precies mankeerde, wordt ons niet verteld. Maar alles wijst erop dat hij verlamd moet zijn geweest, of in ieder geval hee l erg zwak, want volgens vers 7 kon hij zich niet zelfstandig voortbewegen en had hij anderen nodig om hem in het water te werpen.

joh5-09

Weet u wat ik zo vreemd vind? Toen Jezus daar kwam, pikte Hij tussen al de zieken en gehandicapten die daar waren, deze ene man eruit. Waarom eigenlijk? Waarom heeft Hij de andere zieken die daar waren, niet eveneens genezen? We lezen elders in de Evangeliën toch ook dat Jezus allen die tot Hem kwamen, genas? Velen zien dit als een bevestiging dat Jezus niet iedere zieke geneest.

Ik geloof er niets van dat dit de boodschap is, die de Here Jezus heeft willen afgeven: “Hallo mensen, Ik ben hier wel, maar Ik kom niet voor jullie. Lekker puh!” Misschien waren de aanwezigen wel zó op dat water gefixeerd dat Jezus hen helemaal niet is opgevallen. Het enige dat de Bijbel ons hierover zegt, is dat de Here wist dat deze man al lange tijd ziek was. Kennelijk was Hij bewogen met zijn lot en vond Hij dat zijn lijden lang genoeg had geduurd. Hiermee moeten wij genoegen nemen.

Dit zet ons stil bij de vraag hoe Jezus vandaag de dag naar ons zou kijken. Zijn wij ons ervan bewust dat Hij ons misschien wel met diezelfde bewogenheid aanziet? Waar twee of drie in Zijn naam vergaderd zijn, daar is Hij zelf… Hij is erbij!

joh5-10

Maar er valt nog meer te zeggen over de reden waarom Jezus juist deze man uitkiest en geneest. We komen dit op het spoor als we verder lezen. We zien dan dat Jezus het gesprek opent met een vraag: ‘Wil je gezond worden?

Dit lijkt een merkwaardige vraag om te stellen aan iemand die al zó lang zijn hoop op dat water heeft gevestigd. Jezus zou toch moeten weten dat hij gráág genezen wilde worden, anders zou hij hier niet zitten!?

Maar niet alleen de vraag is merkwaardig, ook met deze man is ook iets merkwaardigs aan de hand. Waarom zou hij dag in dag uit bij dat water gaan zitten, als hij weet dat er niemand is om hem – als het zover is – naar het water te begeleiden? Wie doet nu zoiets?

Het antwoord dat de man aan Jezus geeft, getuigt helemaal niet van een vurig verlangen om beter te worden. In de volle overtuiging dat alleen de eerste die het water bereikt, wordt genezen, kan hij niets anders dan verzuchten dat ‘er niemand is, die hem helpt om tijdig in het water te komen.’ Telkens weer is iemand hem voor. Heeft u in de gaten wat hier gebeurt? Eigenlijk krijgt de Heer helemaal geen antwoord op zijn vraag! In plaats van te antwoorden, begint hij een klaagzang. Deze man lijkt heel goed te weten dat hij niets van dat water in Bethesda heeft te verwachten. Omdat er niemand is om hem te helpen zit hij goed beschouwd zijn tijd te verdoen.

Waarschijnlijk heeft hij de hoop om te genezen al lang geleden opgegeven. En toch blijft hij daar maar bij dat water zitten, tussen al die mensen die naar het water zitten te turen en nog wèl een verwachting hebben. Daarmee onderscheidt hij zich van al die anderen die daar zitten. Hij blijft zich verwarmen aan een zich steeds weer herhalend ritueel dat voor hem al lang geleden volkomen koud en betekenisloos is geworden. Wat ooit een droom voor hem is geweest, is op een nachtmerrie uitgelopen. Dit is volgens mij nu precies de reden dat Jezus juist hem opzoekt. Deze man was uitgekeken op het water van Bethesda.  Als iemand Zijn uitgestoken hand nodig had, was hij het wel.

Daarom is de vraag die de Heer de man hier stelde, bij nader inzien nog niet zo merkwaardig. ‘Wil je gezond worden?’ Hiermee raakte Hij precies de kern van zijn probleem en werd de man zich bewust van het uitzichtloze van zijn situatie. De Here Jezus had hem op deze manier stilgezet bij de hopeloosheid van zijn situatie en werd duidelijk dat hij zich met de verkeerde dingen heeft beziggehouden.

joh5-11

Wie denkt dat deze man nu tot inkeer komt en zijn hoop op de Here Jezus vestigt, komt bedrogen uit. Hij wordt aangeraakt, maar niet bewogen.

Aan Jezus zal het niet liggen. Wil je gezond worden? Met deze vraag reikt Hij de man iets aan wat hij al lang geleden uit het oog is verloren. Genezing. Terwijl de zieke man nog onder de indruk is van de heilloze weg waarop hij zich bevindt, brengt Jezus genezing naar voren als een nieuwe mogelijkheid. Dit is het laatste waar deze man aan heeft gedacht. Maar zonder het vervolg af te wachten, spreekt Jezus het verlossende woord voor hem uit: ‘Sta op, neem uw ligmat op en ga lopen. En zo geschiedde.

Onvoorwaardelijk. In tegenstelling tot andere genezingsverhalen speelt het hebben van geloof hier geen rol.

Dat de man geen geestelijk krachtfiguur is, die al zijn hoop op Jezus gevestigd heeft en vol geloof zijn genezing verwacht, blijkt wel wanneer hij even later door de Joden wordt aangesproken. Zij vallen hem lastig omdat hij op sabbat zomaar met zijn ligmat rondloopt, iets wat volgens de Joodse wetgeving ten strengste verboden was.

In zijn reactie op hun verwijten, blijkt hij net zo gemakkelijk de schuld bij Jezus neer te leggen als hij bij Hem is weggelopen. ‘Je moet niet bij mij wezen, maar bij Hem die mij genezen heeft’.

En wanneer de joden hem vervolgens vragen naar de naam van zijn weldoener, moet hij deze schuldig blijven. Het is niet te geloven, maar hij weet niet eens wie Degene is, die hem genezen heeft!

Ook schroomt hij er niet voor om – wanneer hij Jezus even later in de tempel opnieuw tegen het lijf loopt – naar de Joden terug te keren om zijn naam alsnog aan hen bekend te maken. Aangezien overduidelijk was dat zij Hem vijandig gezind waren, mogen we dit zeker niet als een eerbetoon opvatten!

Uit dit alles blijkt overduidelijk dat deze ex-verlamde niet op Jezus reageert zoals je zou mogen verwachten. In zijn reactie is geen spoortje dankbaarheid terug te vinden.

joh5-12

Toen Jezus hem in de tempel voor de tweede keer tegenkwam, vond er opnieuw een kort gesprek tussen beiden plaats. Het was opnieuw een zeer merkwaardig gesprek. Het enige dat Jezus tegen hem zei, was het volgende: “Zondig niet meer, opdat u niet iets ergers overkome.”

Behalve de ziekte, blijkt er dus ook een zonde in het leven van de man te zijn. Uit de tekst wordt niet duidelijk of deze zonde verband hield met de ziekte waaraan hij leed, maar het is zonneklaar dat – wanneer hij hierin zou volharden – de consequenties veel erger zouden zijn dan de ziekte waarvan hij zojuist was genezen.

Hoe kort dit gesprek ook is geweest, er treedt uit de woorden van de Heer een ongelooflijk belangrijk inzicht naar voren. Jezus was in staat om de ziekte van de man weg te nemen zonder dat hij geloof in zijn genezing toonde, maar van zijn zonde kon hij alleen maar bevrijd worden wanneer hij zelf deze verandering wilde. Het feit dat de man zich direct daarop naar de Joden haastte, beloofde in dit opzicht niet veel goeds.

joh5-13

Hoe langer ik over dit gedeelte nadacht, hoe meer ik mij bewust werd van de enorme spanning die er in dit verhaal schuilt. En ik bedoel dan niet alleen dit laatste gesprek, maar het hele verhaal.

Eerst worden we stilgezet bij de spanning tussen de uitzichtloze verwachting van het Bethesda-wonder en de genezende kracht van onze Heer.

Vervolgens worden we geconfronteerd met de spanning tussen het wetticisme van de Joden en de vrijheid waarmee onze Heer zich beweegt door zomaar op sabbat een verlamde te genezen en hem met zijn matras onder de arm te laten vertrekken.

En ten slotte worden we bepaald bij de spanning tussen de vergevende en bevrijdende kracht van onze Heer en de mens die zich met zijn hart daarachter moet scharen en zich als een ‘doulos’, een slaaf, aan Hem moet overgeven.

Met deze drie spanningsvelden wordt duidelijk dat wij hier niet alleen maar te maken hebben met Iemand die uit barmhartigheid zieken geneest, ‘weldoende en genezende’, zoals er elders in het Nieuwe Testament staat geschreven. Dit verhaal is met een andere bedoeling beschreven. De Schrift wil ons hier duidelijk maken dat een ontmoeting met Jezus niet alleen maar heil brengt, maar ook om een keuze vraagt. Om overgave.

In alles lijkt duidelijk te worden dat wij in deze verzen geconfronteerd worden met een mens, die zich door Jezus’ macht en woorden – hoe bevrijdend zij ook mogen zijn – niet laat bewegen om het Koninkrijk van God te betreden. Een mens die niet bereid blijkt het nieuwe leven aan te doen.

Ondanks het feit dat de Heer hem heeft aangeraakt, heeft het er alle schijn van dat deze man, die uiterlijk opgericht lijkt te zijn, zich in al zijn doen en laten blijft richten op een stagnerende en verlamde gevestigde orde – het maakt niet uit of dat nu Bethesda is, met dat onbereikbare water, of het joodse wetticisme met zijn knellende regels. Telkens weer verliest deze man zich in zaken die hem wegleiden van Hem die hem werkelijk heil kan schenken.

joh5-14

Maar de keerzijde van de spanning die door het verhaal wordt opgeroepen, is dat Jezus bij machte is om dit allemaal te doorbreken.

Hij is in staat om een hulpeloze man in een uitzichtloze situatie te genezen, Hij maakt duidelijk dat Hij zich niet laat knechten door de strenge sabbatswetten van de joden, maar toont met gezag aan dat Hij óók de Heer van de sabbat is, en Hij blijkt van de zonde – hoe groot ook – alles af te weten en is Hij bereid deze te vergeven.

Wanneer wij het laatste vers van ons Schriftgedeelte lezen, wordt uiteindelijk duidelijk waar het in al deze spanningsvelden om draait en waar het allemaal op uitloopt, namelijk dat Hij God zijn Vader noemt en daarmee Zichzelf met God gelijk stelt. “Mijn Vader werkt tot nu toe en Ik werk ook.” Het gaat erom wat wij daarmee doen. Wat onze reactie daarop is.

Johannes vertelt ons niet hoe het uiteindelijk met deze man is afgelopen. Maar volgens mij ging het hem daar ook niet om. Het ging hem om de spanning die in de ontmoeting met Jezus wordt opgeroepen. Die spanning wil hij doorgeven. Ook aan u en aan mij. Uiteindelijk is het voor ons niet van belang wat die man ermee heeft gedaan, maar wat wij ermee doen.

In het verhaal over de genezing van de verlamde te Bethesda worden wij stilgezet bij de vraag of wij bereid zijn een radicale keuze voor Hem te maken. Of wij bereid zijn om Hem onvoorwaardelijk in ons leven toe te laten en Hem de ruimte willen geven om ons te veranderen. Niet alleen aan de buitenkant, maar ook aan de binnenkant. In ons hart. Willen wij dat?

Het is geweldig om in deze verzen te lezen hoe ver de Heer de verlamde man – en  in hem ook ons –tegemoet is gekomen:

  1. Hij heeft Zelf het initiatief genomen om hem te benaderen;
  2. Hij is het geweest die hem onvoorwaardelijk heeft genezen;
  3. Hij heeft hem zelfs een tweede kans gegeven toen zij elkaar opnieuw ontmoetten in de tempel.

Willen wij ons leven toevertrouwen aan de Man die God zijn Vader noemt en Zichzelf aan Hem gelijk stelt? Willen wij werkelijk navolgers zijn van die Heer?

banner_mjdehaan_2011

Aantal keren bekeken: 2156

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *