Jak. 1:2-8 – Volkomen & Onberispelijk

Wat denkt u als er tegen u wordt gezegd: Houd het voor enkel vreugde wanneer u in velerlei verzoekingen valt? Ik zou denken dat deze persoon mij het slechtste toewenst. Toch is dit een aansporing die we in de brief van Jakobus tegenkomen. Wat moeten we ermee?

jak 1:2-8 - 01
Schriftlezing: Jak. 1:2-8
jak 1:2-8 - 02
Tekst en Thema:
jak 1:2-8 - 02“Houdt het voor enkel vreugde, mijn broeders, wanneer gij in velerlei verzoekingen valt.” Wat zou u zeggen als iemand zo’n opmerking tegen u zou maken? Ik weet niet of ik zo blij zou zijn als dit mij zou overkomen. Het klinkt namelijk alsof iemand mij zegt dat ik blij moet zijn met het aller-slechtste.

jak 1:2-8 - 04

— ‘Wees blij dat je geen vaste baan hebt, want daar word je sterk van.’
— ‘Wees blij dat je al meer dan een jaar dubbele maandlasten hebt omdat je je oude huis niet kwijtraakt. Je wordt er vast een beter mens van.’
— ‘Wees blij dat je die nare ziekte hebt, dat je huwelijk op de klippen is gelopen, dat je je kinderen niet meer ziet, enzovoort, enzovoort, enzovoort.
Zou dit de boodschap zijn die Jacobus aan zijn lezers — en dus ook aan ons — wil meegeven?

Jacobus roept ons inderdaad op om ons te verheugen. Dat klopt. Het klopt ook dat hij ons oproept om ons te verheugen in omstandigheden die niet altijd even goed voor ons uitpakken. Maar hij zegt daar niet bij om wat voor soort omstandigheden het gaat. Het lastige is dat hij er geen nadere omschrijving van geeft. In plaats daarvan gebruikt hij een verzamelterm. In de NBV worden ze aangeduid met het woord ‘beproeving’, in de NBG-vertaling staat ‘verzoeking’. En deze termen roepen bij ons allerlei onplezierige associaties op.

— Ik denk bijvoorbeeld aan Job die lijden te verduren krijgt omdat Satan zich afvraagt of zijn ontzag voor God wel oprecht genoeg is en dan van God alles met hem mag doen wat hij wil. We weten wat er gebeurt: hij verliest zijn gezin, zijn bezit en zijn gezondheid.
— Ik denk dan ook aan Adam en Eva die in de Hof van Eden ertoe worden gebracht om van de verboden vrucht te eten. Ik stel mij voor dat die vrucht mooi, aantrekkelijk en smaakvol is geweest, maar dat kan van de gevolgen niet worden gezegd.
— Ik denk dan ook aan de Here Jezus die in de woestijn driemaal door de boze wordt verzocht. Hij heeft de boze weerstaan, maar wie ben ik om mij met Hem te meten? Bovendien heeft deze overwinning zijn leven er niet bepaald makkelijker op gemaakt.
— Als ik hierover zo nadenk, dan ben ik geneigd om de woorden van het Onze Vader na te zeggen, waar staat: “Leidt ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze” (Mat. 6:13).

jak 1:2-8 - 05Het is toch veel beter om helemaal niets met verzoeking te maken te hebben! Ik luister dan ook veel liever naar predikers die mij voorhouden dat ik een koningskind ben, dat ik op grond daarvan recht heb op welvaart, succes, respect en gezondheid. Sommigen van hen hebben de daad bij het woord gevoegd en wonen in een penthouse, hebben een buitenhuisje met uitzicht op de zee en verplaatsen zich in een auto met chauffeur en een privévliegtuig. Zo zou ik ook wel willen leven. Eigenlijk zou het leven van alle koningskinderen er zo uit moeten zien. Toch?

jak 1:2-8 - 06“Houdt het voor enkel vreugde, mijn broeders, wanneer gij in velerlei verzoekingen valt.”

jak 1:2-8 - 07Toch schrijft Jacobus nu juist deze woorden in zijn brief. Daar kunnen wij niet omheen. En als wij Gods Woord serieus willen nemen, dan moeten wij hier iets mee en proberen te begrijpen waarom deze woorden zo haaks lijken te staan op de woorden van het Onze Vader, die deze beproeving juist uit de weg lijken te willen gaan. Daarom is het eerste dat wij ons af moeten vragen: Wat bedoelt Jacobus met deze uitspraak? En daarvoor moeten we zijn brief nauwkeurig lezen. Hij geeft namelijk zelf een toelichting op zijn woorden.

jak 1:2-8 - 08

“Want gij weet, dat de beproefdheid van uw geloof volharding uitwerkt. Maar die volharding moet volkomen doorwerken, zodat gij volkomen en onberispelijk zijt en in niets te kort schiet.”

Ik heb daarnet al gezegd dat het Griekse woord peirasmos twee betekenissen kan hebben: verzoeking en beproeving. De NBG vertaalt het meestal met ‘verzoeking’, terwijl de NBV consequent kiest voor ‘beproeving’. Maar wat is eigenlijk het verschil tussen deze twee woorden? En welke vertaling is hier dan de juiste?

Als iemand wordt verzocht, dan bedoelen we daarmee dat hij wordt verleid om te zondigen. Dit is wat er gebeurde met Adam en Eva in het paradijs en met de Here Jezus in de woestijn. Degene die handelt, is er op uit om de ander ten val te brengen. Met het woord verzoeking heeft hij een negatief doel voor ogen.

Als iemand wordt beproefd, dat bedoelen we daarmee dat hij in moeilijke omstandigheden wordt gebracht om zijn houding en kracht te testen. Dit is bijvoorbeeld het geval met Naäman die van Elia de opdracht krijg om zich zevenmaal in de Jordaan te baden (2 Kon. 5). Elia had de genezing van Naäman op het oog, maar wilde hem dit niet zomaar schenken. Hij moest beseffen dat hij zijn genezing niet van hem zou ontvangen, maar van de God van Israël en daarom kreeg hij van de profeet deze ogenschijnlijk onzinnige opdracht. Als beproeving. Maar uiteindelijk had deze beproeving wel een positief doel voor ogen. Toen Naäman zijn opdracht had volbracht, werd hij inderdaad door God genezen.

We weten allemaal dat de Bijbel verschrikkelijk veel beloften bevat. Uiteraard zijn deze beloften bedoeld om vervuld te worden, maar aan veel van deze beloften blijkt een voorwaarde te zijn verbonden. Dat betekent dat er van onze kant óók iets verwacht wordt en dat de belofte alleen vervuld kan worden als wij bereid zijn om daaraan gehoor te geven. We zouden deze voorwaarden daarom ook wel beproevingen kunnen noemen, denk ik. Het zijn stuk voor stuk opdrachten die ons geloof testen.

— Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden. (Mar 16:16)
— Bidt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en u zal opengedaan worden. (Mat 7:7)
— Wanneer hij de proef heeft doorstaan, zal hij de kroon des levens ontvangen. (Jak 1:12)

Het onderscheid tussen een beproeving en een verzoeking is voor degene die haar ondergaat, niet altijd even duidelijk. In de situatie van Job was de satan uit op zijn val en daarom verzocht hij hem, terwijl de Here God er volkomen van overtuigd was dat Job Hem trouw zou blijven. Voor Hem was dit alles slechts een beproeving. En voor Job? Ik denk dat er voor hem er alleen maar ellende was. Ik kan mij niet voorstellen dat hij zich in zijn situatie heeft afgevraagd of hij werd verzocht of beproefd.  Toch laat deze geschiedenis ons heeft veel zien over de intenties van degenen die hierbij betrokken zijn.

jak 1:2-8 - 09

In onze tekst hebben wij onmiskenbaar te maken met een beproeving, want we hebben hier te maken met positief doel. In vers 3 staat waartoe dit alles moet leiden: hupomonè. Dit woord wordt door de Leidse vertaling weergeven met geduld, door de Statenbijbel met lijdzaamheid, door de NBG vertaling met volharding, en door de Willibrordbijbel en de NBG-vertaling beiden met standvastigheid. Ik houd het zelf maar op de betekenis van standvastigheid, evenwichtigheid, stabiliteit. Al die beproevingen hebben tot doel dat wij ons niet meer zo snel van ons stuk laten brengen. In schema ziet dit er als volgt uit:

Beproevingen  > Standvastigheid

Dit lijkt een heel eenvoudig schema. Toch hebben sommige mensen — ook al weten ze dat het om een test gaat — nog steeds niet in de gaten wat er gebeurt. Zij zien beproeving als een soort test, waarbij je — als je geslaagd bent — hebt gewonnen. En ze raken in de war wanneer een nieuwe beproeving zich aandient.

— Zij denken dat een beproeving net is alsof je met je paspoort voor de douane staat en de douanier kritisch kijkt of de foto op het paspoort wel op jou lijkt. Zodra je door het hekje heen bent, is de test voorbij en vraagt er niemand meer naar je identiteitsbewijs. Maar zo is het niet.

Andere mensen begrijpen dat een beproeving zich kan herhalen.

— Zij denken dat een beproeving is alsof je Monopoly aan het spelen bent en je moet minstens VIER gooien om langs die dure straten heen te komen en niet failliet te gaan. Je neemt de dobbelsteen in twee handen, schudt langdurig en laat dan de steen op tafel vallen: ZES! Je pakt je pion op en telt een-twee-drie-vier vijf-zes: GERED! Tot je in de volgende ronde opnieuw bij die moeilijke straten terechtkomt. Maar zo is het ook niet!

De beproevingen waarover Jacobus spreekt, hebben niets met dit soort testen te maken. Zij zijn niet bedoeld als een soort examen dat je moet afleggen en ook niet als een steeds weer terugkerende proeve van bekwaamheid waarvoor je telkens (met veel geluk) dezelfde handeling moet uitvoeren.
De beproevingen waarover Jacobus spreekt zijn bedoeld om ons tot verandering te brengen. Dat betekent dat het niet gaat om de test als zodanig, maar om datgene wat die test met ons doet. Wat ie in ons uitwerkt. Standvastigheid betekent niet dat we zo lang mogelijk (onveranderd) in het spel blijven, maar dat we als spelend steeds sterker worden.

Je zou dit kunnen vergelijken met een jongen die door een voetbalclub wordt gescout. Iemand die verstand heeft van voetballen, ziet dat hij talent heeft, pikt hem eruit en biedt hem een speciaal trainingsprogramma aan. Het is een traject waarin hij de meest uiteenlopende oefeningen moet doen en voortdurend tegen zijn eigen grenzen oploopt. Soms is hij helemaal wanhopig en wil hij er de brui aangeven. Maar telkens weer blijkt hij in staat om zijn grenzen te verleggen en uiteindelijk ontwikkelt hij zich tot een profvoetballer die zijn club tot kampioen maakt. Hij behaalt de ene overwinning na de andere.

Zoals deze jongen door alle oefeningen heen een ander mens is geworden, zo wil ook God door alle beproevingen heen een beter en sterker mens van ons maken. En als ik zo de gesprekken om mij heen opvang, dan krijg ik de indruk dat iedereen wel ervaringen heeft met beproevingen. Het klinkt misschien raar, maar heeft u er ooit bij stilgestaan dat dit betekent dat God met u bezig is?
Maar hoevelen van ons weten dat deze beproevingen bedoeld zijn om een ander mens van ons te maken? Mag ik eens vragen: wie van u weet zeker dat hij hierdoor een beter en sterker mens geworden is?

In de praktijk is het zo dat mensen door beproevingen meestal wel tot verandering komen, maar niet zelden veranderen zij in een karikatuur van wie zij hadden kunnen zijn. Ik heb jarenlang in de ouderenzorg gewerkt en in allerlei ontmoetingen met eigen ogen gezien dat mensen door het leven waren getekend. Maar de tragiek was dat dit meestal betekende dat hun slechtste eigenschappen waren uitvergroot. Ik weet nog hoe sommige mensen urenlang konden klagen over alles dat zij niet hadden en geen idee hadden van de mogelijkheden waarover zij wel beschikten. Andere mensen waren verbitterd over wat hun was aangedaan en torsten deze zware last iedere dag met zich mee. Zij wisten niets van de vrijheid die vergeving kan brengen. Weer andere mensen waren blijven steken in hun verdriet en in een depressief geraakt. Zij waren vergeten hoe het voelt om vreugde in hun hart te hebben. Ik weet zeker dat wij allemaal wel mensen kennen die in dit plaatje passen. Maar mag ik u vanmorgen eens vragen: zijn er misschien gebieden in uw leven waarin u bent uitgegroeid tot een karikatuur? En is dat wat u wilt zijn? Want dan heeft Jacobus u wat belangrijks te zeggen vandaag.

jak 1:2-8 - 10

Jacobus heeft namelijk een heel ander perspectief voor ogen. Hij zegt in vers 4: “De volharding moet volkomen doorwerken, zodat gij volkomen onberispelijk zijt en in niets te kort schiet.” Dat is nogal wat. Maar tegelijkertijd is het ook niets. Want ik weet dat deze tekst bij veel mensen meer vragen dan antwoorden oproept. Zij weten niet wat zij met deze tekst aan moeten, omdat hier de indruk wordt gewekt dat het mogelijk is om volmaakt te worden: ‘volkomen onberispelijk te zijn’ en ‘in niets te kort te schieten’. En dat klinkt bijna hetzelfde als: zonder zonde zijn. Maar dat is toch niet mogelijk?

— Wie van ons kan dit van zichzelf zeggen? Niemand toch?
— Wie van ons kent er iemand anders die aan deze kenmerken voldoet? Toch ook niemand?
— Zegt Jacobus zelf niet in hoofdstuk 3:2 dat wij allemaal struikelen?

Ik denk dat we de plank inderdaad zouden misslaan als we gaan denken dat we helemaal geen fouten meer maken. Wanneer iemand mij vertelt dat hij zo iemand heeft ontmoet, zeg ik altijd: Ga maar eens heel hard op zijn tenen staan en let goed op wat er dan gebeurt. Ik geloof daar niet in. Maar dat is ook niet wat er met deze tekst wordt bedoeld. Dan leggen wij het woord volmaakt op de verkeerde manier uit. We moeten het woord namelijk heel letterlijk nemen, in de zin van: vol-gemaakt, af. Het Griekse woord teleios dat hier wordt gebruikt, kan ook de betekenis hebben van gerijpt of volwassen. En dat is de manier waarop het hier wordt gebruikt.

Als we nu proberen al het voorgaande samen te vatten, dan zou je kunnen zeggen dat we in ons leven situaties tegenkomen die functioneren als een beproeving. Zij hebben niet als doel om ons ten val te brengen, maar zij willen ons versterken met als uiteindelijke doel dat wij volwassen worden.
We kunnen ons schema daarom op de volgende manier aanvullen:

Beproevingen  > Standvastigheid > Volwassenheid

Ik heb u daarnet gevraagd in hoeverre u door beproevingen bent veranderd. Ik zou u nu kunnen vragen waar u zich bevindt op de weg naar volwassenheid. Dit is niet de plaats om hierop nader in te gaan, maar ik verwijs u graag naar het boek Met vreugde man zijn, dat via deze website verkrijgbaar is.

jak 1:2-8 - 11

Weet u, God heeft ons allemaal op de groei geschapen. We komen ter wereld als een klein baby’tje en kunnen nog niets. We zijn in alles van anderen afhankelijk. Maar geleidelijk aan groeien we en kunnen we ons ontwikkelen. Als het goed is, leren we om van datgene wat we hebben ontvangen, ook weer uit te delen. God heeft zich bij een ieder van ons een voorstelling gemaakt van hoe wij zouden moeten zijn.
Maar in hoeverre voldoen wij aan die voorstelling? Sommigen van ons zijn aan de buitenkant misschien wel gegroeid, maar van binnen — in hun emotionele ontwikkeling — zijn zij ergens blijven steken. En als zij daar zelf geen last van ondervinden, dan geldt dat in ieder geval wel voor hun omgeving. Anderen zijn misschien wel gegroeid, maar zijn de verkeerde richting opgegaan in hun leven. Zij hebben een stuk scheefgroei ontwikkeld waarmee zij het zichzelf en hun omgeving moeilijk maken.

We hadden het daarnet over zonde en ik wil hier toch nog even op terugkomen, want de manier waarop we hiermee omgaan heeft alles met zonde te maken. Maar we beseffen het niet, omdat we in onze calvinistische cultuur gewend zijn om zonde op een heel eenzijdige manier uit te leggen. Voor de meesten van ons staat zondigen gelijk aan het doen van verkeerde dingen. ‘Gij zult niet…’ vul maar in (Gods naam ijdel gebruiken, stelen, echtbreken, vals getuigenis spreken, enzovoort), en als je het dan toch doet, dan zondig je. Het begrip zonde gaat echter veel dieper dan dat.
Het woord dat in de Bijbel voor zonde wordt gebruikt, heeft zijn betekenis ontleend aan het boogschieten. Zoals u weet gaat het er bij boogschieten om een pijl met behulp van een boog vanaf een afstand naar een doel te schieten. Dat doel kan op twee manieren worden gemist. Zo kan de schutter te weinig kracht in de boog leggen waardoor de pijl niet in staat is om de afstand te overbruggen en voordat het doel bereikt is ter aarde valt. Maar de schutter kan ook verkeerd mikken en de pijl langs het doel heen schieten. Twee manieren om het doel  te missen. En dat is zonde. Ziet u het verband tussen de loop van de pijl en de levensloop van een mens?

Ik wil u daarom oproepen om uw doel niet te missen en er op toe te zien dat u groeit! En wel in de juiste richting! En met Jacobus wil ik u zeggen dat u zich mag verheugen als u in velerlei beproevingen valt, want al deze beproevingen zijn erop gericht om deze groei te bewerken.

banner_mjdehaan_2010

Aantal keren bekeken: 379

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *