Hand. 8:4-25 – Geef mij ook deze macht!

Wij leven in een tijd van crisis. In Handelingen 8 is er ook sprake van een crisistijd. Er dienen zich zelfs twee crisissen aan. Wat kunnen wij hiervan leren?

hand08-01Deze dag (de opening van het studiejaar 2012-2013 van het Evangelisch College) staat in het thema van Crisis. Vanmiddag worden hierover twee lezingen verzorgd. Eén vanuit het Oude Testament en één vanuit het Nieuwe Testament. Ook ik heb als opening van het nieuwe studiejaar gekozen voor een Bijbelgedeelte waarin sprake is van een crisistijd. Handelingen 8:4-25. Je zou zelfs kunnen zeggen dat hier sprake is van twee crisissen.

hand08-02“Zij dan die overal verspreid waren, trokken het land door en verkondigden het Woord.” In de eerste plaats lezen we hier over de gemeente uit Jeruzalem die als gevolg van vervolging verstrooid wordt. In vers 3 staat dat niemand minder dan Saulus was begonnen om de gemeente te verwoesten. Het gevolg was dat mensen verspreid werden en overal het evangelie gingen verkondigen. Zij maakten als het ware van de nood een deugd. Iets dat negatief is, werd omgebogen tot iets dat positief is. Wat een prachtige manier om een crisis te bezweren. Maar als we goed kijken, zien we dat er toch iets meer aan de hand is dan alleen dit.

hand08-03In Hd. 1:8 had de Here Jezus zijn volgelingen opgedragen om Zijn getuige te zijn, “zowel in [1] Jeruzalem als in heel [2] Judea (joden) en [3] Samaría (niet-joden) en [4] tot aan het uiterste der aarde (heidenen). De eerste christenen deden hier precies wat hen was opgedragen. Filippus was al bij de derde ring aangekomen en bracht het evangelie aan Samaritanen, niet-joden. Als hij later de Ethiopische kamerheer ontmoet, maakt hij een begin met de vierde ring. Dan brengt hij het evangelie aan een heiden. Precies zoals zijn Heer het had opgedragen.

hand08-04

Het klinkt mooi om van de nood een deugd te maken, maar zoiets gaat niet vanzelf. Als wij een moeilijke situatie ontvluchten, gaan we waarschijnlijk op zoek naar een rustig plekje waar we onze wonden kunnen likken. Maar Filippus deed dat niet. Hij daalde vanuit Jeruzalem af naar Samaría, terwijl hij wist dat de verhouding tussen Joden en Samaritanen op zijn minst problematisch was. Samaría was voor hem geen plek voor een warm welkom. En toch ging hij. Waarom? Om van de nood een deugd te maken en iets negatiefs om te buigen in iets positiefs? Nee, zijn motivatie zat veel dieper. Hij ging omdat de Here het hem had opgedragen. Hij ging in gehoorzaamheid aan Zijn Woord. Dat is niet alleen een prachtige, maar ook de beste manier om een crisis te bezweren.

Hoe zit het met onze motivatie. Gaat deze net zo diep als bij Filippus?

hand08-05De tweede crisis heeft te maken met ene Simon die het volk verbijsterd deed staan door de toverkunsten die hij verrichtten. Hij is onder de indruk van wat hij Filippus hoort zeggen en ziet doen en komt dan keihard in aanvaring met Petrus, wanneer hij hem de volgende vraag stelt: “Geef mij ook deze macht, opdat eenieder wie ik de handen opleg, de Heilige Geest ontvangt!” Bij deze crisis die het leven van Simon raakt, maar ook de zuiverheid van de gemeente, wil ik wat langer stilstaan.

hand08-06

Meestal wordt er heel snel afgerekend met deze Simon. Hij deugt niet en daarmee zijn we klaar met hem. Ik weet niet hoe deze vraag bij jullie binnenkomt, maar ik vind het een heel intrigerend verzoek dat Simon aan Petrus doet. Zijn vraag boeit mij, omdat ik hem herken in mijn eigen hart. Hoe vaak gebeurt het niet dat ik wens dat ik mensen het geloof kan GEVEN. Dat ik maar met mijn vingers hoef te knippen en zij zullen gelovigen zijn. Dat ik het hen met de paplepel kan ingeven. Vrienden, familie, kinderen. Natuurlijk WEET ik dat het niet kan, dat is wel gebleken, maar – als ik heel eerlijk ben – moet ik zeggen dat ik zou willen dat ik het ZOU KUNNEN. Die WENS van Simon kom ik ook in mijn hart tegen.

hand08-07

Ik kan soms zo’n moeite hebben met ziekte en lijden. Wij hebben best een aantal zieken in onze gemeente. Sommigen van hen zijn zelfs ernstig ziek. En dan zou ik zo graag willen zeggen: Broeder, zuster, wees genezen, in Jezus’ Naam! En tegen mensen met psychische problemen zou ik willen zeggen: Angst, ga uit van deze persoon en keer niet terug! Dan kan niemand eromheen dat God leeft en almachtig is! Als ik heel eerlijk ben, kan ik het niet uitstaan dat wij in deze tijd aan wonderen en tekenen NIET zien gebeuren wat in Handelingen WEL gebeurde. Ik begrijp die WENS van Simon wel.

Maar het zou mij niets verbazen als er iets van deze Simon in ons allemaal zit. Hebben wij niet allemaal het verlangen om iets van Gods grootheid te zien en dat wij daar ons steentje aan bij kunnen dragen? Is dit niet de reden dat wij hier zijn?

hand08-08

Daarom vind ik het zo intrigerend dat Simon door Petrus zo scherp wordt terechtgewezen. “Laat uw geld met u naar het verderf gaan, omdat u dacht dat Gods gave door geld verkregen wordt! U hebt part noch deel aan deze zaak, want uw hart is niet oprecht voor God. Bekeer u dan van deze slechtheid van u en bid God of deze gedachte van uw hart u misschien vergeven wordt. Want ik zie dat u zo bitter als gal bent en een kluwen van ongerechtigheid.”

Het zal je maar gezegd worden. Het is niet mis wat Petrus tegen Simon zegt en door Lucas is opgeschreven. Reageert hij niet een beetje te fel? Had hij niet wat meer rekening moeten houden met waar Simon vandaan komt en wat empathischer kunnen zijn? Deze Simon was nota bene zelf een prediker die dingen deed waarvan de mensen versteld stonden (vs 9).

hand08-09

“En een zeker man, van wie de naam Simon was, bedreef reeds hiervoor in de stad toverij en deed het volk van Samaría versteld staan, terwijl hij van zichzelf zei dat hij een groot man was.”

De Bijbel zegt dat de mensen zich aan hem hielden en hem ‘de grote kracht van God’ noemden. Kennelijk was hij niet de enige die groot over zichzelf dacht, maar kreeg hij bijval en erkenning van het volk. Hij was daar in Samaría een man van aanzien. “Allen, van klein tot groot, hingen hem aan.” En toen kwam Filippus en trok met zijn optreden alle aandacht bij Simon vandaan. In mijn beleving moet het voor deze man een enorme stap zijn geweest om zich door zijn ‘concurrent’ Filippus te laten overtuigen, het geloof te aanvaarden en gedoopt te worden. En dat had hij allemaal gedaan. Dan moet je het hem als jonggelovige toch vergeven dat hij nog niet precies weet wat wel en wat niet gepast is?

Ik weet zeker dat wij daar vandaag de dag alle begrip voor zouden hebben en geduld zouden oefenen om zo iemand in de gelegenheid te stellen te groeien in zijn geloof en van daaruit te veranderen. Misschien is dit ook wel de opstelling van Philippus geweest, want de Schrift zegt nadrukkelijk dat Simon altijd in zijn buurt was te vinden (vs 13).

hand08-10

“Hij bleef voortdurend bij Filippus; en toen hij de tekenen en grote krachten zag die er gebeurden, stond hij versteld.”

Ik heb mij afgevraagd waarom Simon de vraag die hij aan Petrus stelde, niet eerder aan Filippus heeft gesteld. De prediking van Filippus ging immers ook vergezeld van grote tekenen en wonderen. Tekenen en wonderen die ook hem versteld deden staan. De uitdrukking ‘versteld staan’ komt in dit gedeelte een paar keer voor. Eerst stonden de mensen versteld van wat hij deed en nu stond hij versteld van wat Filippus deed. Zou hij toen ook al niet het verlangen hebben gehad? Waarom heeft hij het niet aan Filippus, maar wel aan Petrus gevraagd?

hand08-11Zouden de manifestaties bij Petrus en Johannes indrukwekkender zijn geweest dan bij Filippus? Of zou de bijzondere positie van de apostelen hiermee te maken kunnen hebben? Wilde hij misschien onder het motto ‘Wie betaalt bepaalt’ met zijn aanbod iedereen de baas zijn?

hand08-12

Ik denk dat het juiste antwoord is, dat het optreden van Petrus en Johannes hem liet zien dat de manifestatie van de kracht van de Heilige Geest overdraagbaar was. Het was niet iets dat alleen maar bij Filippus hoorde, maar ook bij Petrus en Johannes. En zij deelden het uit. Niet alleen genezing en bevrijding, zoals Filippus had gedaan. Maar ook de Bron van genezing en bevrijding. En toen dacht Simon: Dat wil ik ook!

En daarmee beging hij een fout. De fout die hij maakte, was dat deze wens voor 100% werd ingegeven door zijn oude manier van denken waarin magie en bijgeloof centraal stonden. Hij wilde het ritueel in de vingers krijgen en had daar geld voor over. Zo was hij waarschijnlijk ook aan zijn andere trucs gekomen. Simon had geen benul van wat genade was en hij kon al helemaal niet begrijpen dat de gave van de Heilige Geest echt een Gave was. Hij had zich een beeld van God gevormd dat in de verste verte niet leek op Wie Hij werkelijk was.

hand08-13Petrus wijst hem onmiddellijk terecht met dezelfde heftigheid waarmee hij Ananias en Saffira bestraft heeft. Wat opvalt is dat hij in zijn reactie meteen door de buitenkant heen prikt en de binnenkant aan de kaak stelt. “Laat uw geld met u naar het verderf gaan”, maar eigenlijk gaat het daar helemaal niet om. “Uw hart is niet oprecht voor God.” En om daar geen misverstand over te laten bestaan legt hij meteen uit wat er dan niet in de haak is. “U bent zo bitter als gal en een kluwen ongerechtigheid.”

hand08-14

 

Wij denken hierbij meteen aan een sluwe zuurpruim, maar Petrus heeft waarschijnlijk een heel andere associatie op het oog gehad.

hand08-15De uitdrukking “bitter als gal” refereert aan Deut. 29:18, waar staat: “Laat onder u geen man of vrouw zijn, die zijn hart heden van de Here, onze God, afkeert, om de goden van deze volken te gaan dienen. Laat onder u geen wortel zijn die gal en bitterheid voortbrengt.” Vanuit dit perspectief bekeken, betekent ‘gal en bitterheid’ dat Simon zijn hart van de Here God had afgekeerd. Hij is alleen maar geïnteresseerd in macht en wil in wezen niet weten van een machtige God.

hand08-16Nu begrijpen we ook waarom Petrus hem hier oproept zich te bekeren.

hand08-17De uitdrukking die in onze Bijbel wordt vertaald met “kluwen van ongerechtigheid”, wordt ook gebruikt in Jes. 58:6: “Is dit niet het vasten dat Ik verkies, dat u de kluwen van ongerechtigheid ontwart?” Het denken van Simon is een warboel waarin veel dingen zitten die daarin niet thuishoren en waarmee hij zou moeten breken. In zijn denken staat hij zelf centraal; hij is nog steeds de tovenaar die op bovennatuurlijke wijze macht wil uitoefenen op mensen, dingen en situaties. Dit gedrag was niet te tolereren.

hand08-18

Nu begrijpen we ook waarom Petrus hem hier oproept om vergeving te vragen. Hij moet een heleboel dingen opruimen in zijn leven.

In de traditie wordt de crisis tussen Simon en Petrus als iets fundamenteels gezien. Hij wordt ook niet opgelost. In alle christelijke geschriften wordt Simon buitengewoon negatief neergezet. Men noemt hem wel de vader van alle ketters.

hand08-19

 

Aan het begin van de vierde eeuw schrijft Eusebius het volgende over hem in zijn Kerkgeschiedenis.

“Simon deed net of hij echt wilde luisteren; hij wilde zelfs gedoopt worden onder voorwendsel dat hij in Christus geloofde.”

Hieruit blijkt dat Simon min of meer uit de kerkgeschiedenis is geschreven, alsof hij nooit een volgeling van de Heer is geweest. Toch is het boek Handelingen hierover heel duidelijk:

“En Simon geloofde zelf ook en nadat hij gedoopt was, bleef hij voortdurend bij Filippus.”

hand08-20Ik beperk mij liever tot wat de Bijbel ons over Simon vertelt. Hier kunnen we lezen dat hij schrikt van de reactie van Petrus. Het is duidelijk dat hij dit niet heeft verwacht en hij doet zijn best om de situatie een positieve wending te geven. Toch maken zijn woorden mij niet blij. Hij vraagt Petrus om voor hem te bidden in plaats van dat hij dat zelf doet en om vergeving vraagt, zoals Petrus aangeeft. In plaats van inkeer zien we vooral angst. Hij wil niet dat de dingen die Petrus zegt, hem zullen overkomen. Maar wil hij ook veranderen? Wat wil hij eigenlijk nu zijn motivatie om de Heilige Geest te ontvangen, is ontmaskerd? Naar mijn mening geeft de Bijbel ons hierover geen uitsluitsel en blijven we min of meer met een open einde zitten.

hand08-21Met dit open einde houdt de Schrift ons als het ware een spiegel voor. Als we in de spiegel kijken, zien we in de onopgeloste crisis waarin Simon verkeert, onszelf staan en ons eigen verlangen naar de kracht van de Heilige Geest. De twee thema’s die door Petrus worden aangesneden, kunnen wij ook op onszelf toepassen. Hoe zitten wij daar in?

hand08-22Simon zat verstrikt in een leven waarin hij op bovennatuurlijke wijze invloed wilde uitoefenen op mensen, dingen en situaties. In onze tijd is dit niet anders. Maar meer dan ooit leven wij in een tijd waarin mensen op natuurlijke wijze invloed willen uitoefenen op mensen, dingen en situaties. Nooit eerder zijn wij hierin zo geraffineerd geweest. Psychologie, management, marketing. We passen dit toe op de plek waar we in de supermarkt de koffie uitstallen, maar ook op de manier waarop we onze eredienst inrichten, bezoekers in de kerk uitnodigen en het aantal leden laten groeien. Is dit geen seculiere magie die we al dan niet in een christelijk jasje hebben gestoken? Onze methoden en technieken zijn zo verfijnd dat we denken dat we daarmee alles kunnen sturen en manipuleren.

hand08-23

 

Het appèl dat Petrus op Simon doet, is daarom ook een appèl op ons om in al ons doen en laten te beseffen dat het er niet in de eerste plaats om gaat door methodisch handelen een optimaal rendement te bereiken, maar dat wij vooral doen wat God van ons vraagt.

hand08-24Simon lijkt dit niet te hebben begrepen. Hoe anders was de reactie van Saulus – waarover we in vers 4 hebben gelezen dat hij met macht en dwang de gemeente vervolgde. Hij was ook zo iemand die erop uit was om invloed uit te oefenen op mensen, dingen en situaties. Maar toen de Here Jezus hem bij de kraag greep, was het eerste dat hij tegen Hem zei: “Here, wat moet ik doen?” (Hd. 22:6) Hij liet alles uit zijn handen en toonde zich afhankelijk van Hem. Ik hoop echt dat wij dit met hem kunnen nazeggen, want deze houding ligt ten grondslag aan alles en is bepalend voor al het andere.

hand08-25Ten tweede. Simon zat verstrikt in een denken waarin allerlei opvattingen een plek hadden gekregen, die haaks stonden op hoe God het heeft bedoeld. Deze opvattingen heeft hij zich in de loop van zijn leven eigen gemaakt. Ook bij ons kan dit het geval zijn. Wij maken deel uit van een cultuur waarin steeds minder christelijke elementen zitten. De cultuur waarin wij leven, het gezin waarin wij zijn opgegroeid, het onderwijs dat wij hebben genoten, eigenlijk alles waarmee we in aanraking zijn gekomen, heeft invloed op ons gehad en ons denken gevormd. Mede hierdoor is dit denken niet altijd in overeenstemming met hoe God het heeft bedoeld.

hand08-26Daarom geldt de oproep aan Simon om iets aan dit warnet in zijn hoofd te doen, ook voor ons. Ook wij worden opgeroepen om ons denken te ‘ontwarren’ en te vervangen met denkbeelden en opvattingen die passen bij zoals God het heeft bedoeld.

hand08-27

Simon heeft dit waarschijnlijk niet begrepen, maar opnieuw zien we dat dit in het leven van Saulus wel heeft gewerkt. Hij was een geleerd en invloedrijk man. Toch zegt hij in Filippenzen 3:8 dat hij dit alles als verlies heeft beschouwd en het heeft prijsgegeven om Christus te winnen.

Zijn wij bereid om onze manier van denken en doen tegen het licht van Gods Woord en Geest te houden en weg te doen wat daar niet hoort?

Het Evangelisch College besteedt veel aandacht aan methoden en technieken. Dat moet ook, maar ik hoop dat we daarbij niet uit het oog verliezen dat we afhankelijk zijn van onze Heer.

Het Evangelisch College staat met beide benen in deze tijd. Dat moet ook, maar ik hoop dat we daarbij kritisch zijn en ons telkens opnieuw afvragen of ons denken en doen in overeenstemming is met zoals God het heeft bedoeld.

Ik bid dat de Heer aan een ieder van jullie de kracht van de Heilige Geest zal geven, zodat je die kan uitdelen en je zo een zegen kunt zijn voor je omgeving, tot eer van Zijn Naam.

banner_mjdehaan_2012

Aantal keren bekeken: 287

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *