Gen. 26:1-25 – Izaäk, graaf de putten uit!

Izaäk is één van de drie aartsvaders, maar wist je dat hij eigenlijk helemaal geen indrukwekkende persoon was?

Izaäk - dia 01
Izaäk - dia 02

Izaäk - dia 03

Zoals u weet gaat het boek Genesis grotendeels over de drie aartsvaders Abraham,Izaäk en Jacob. Maar wat opvalt, is dat er niet aan ieder van hen evenveel aandacht wordt besteed. Met name de middelste, Izaäk, komt er bekaaid af. Ondanks het feit dat hij van alle drie de aartsvaders het langste heeft geleefd, is het zesentwintigste hoofdstuk het enige hoofdstuk waarin hij centraal staat. In het gedeelte dat hieraan vooraf gaat, komt hij ook wel voor, maar toch gaat het daar voornamelijk om zijn vader, Abraham. Over hoe híj denkt en handelt en over hoe God door middel van hém zijn plan uitwerkt. Hetzelfde geldt voor het gedeelte na hoofdstuk 26. Ook hier wordt Isaäk nog wel genoemd, maar gaat het eigenlijk om zijn zoon, Jacob.

Izaäk - dia 04

In de schaduw van vader en zoon

Isaäk lijkt dan ook helemaal niet zo’n indrukwekkend figuur te zijn. Niet zo’n krachtpatser, zo’n sterke persoonlijkheid als zijn vader en zijn zoon. Dat dat zo is, kunnen wij ook vaststellen, wanneer wij dit hoofdstuk lezen. In Genesis 26 gaat het helemaal over Isaäk.

Een herhaling van zetten. Geen sterke persoonlijkheid, die Izaäk. Schril afstekend tegenover zijn vader en zoon. Zelfs in het hoofdstuk dat helemaal aan hem gewijd is, kunnen we dat merken. Want ook hier wordt heel duidelijk een verband gelegd met de voorafgaande geschiedenis, die van Abraham. Het lijkt wel of een aantal gebeurtenissen uit het leven van Abraham zich hier herhaalt en Isaäk niets beters weet te doen dan in alles in de voetsporen van zijn vader te treden. En tóch is deze Izaäk een man geworden, die een belangrijke rol heeft gespeeld in de geschiedenis van God en zijn volk. Wanneer wij willen begrijpen waardoor dit is gekomen en wat het leven van Isaäk ons kan leren, zullen wij moeten proberen om zijn verhaal heel goed in beeld te krijgen.

Hongersnood.Het hoofdstuk over Izaäk begint nota bene al met een verwijzing naar het leven van zijn vader: “Eens kwam er een hongersnood in het land, behalve de eerste hongersnood, die er geweest was in de dagen van Abraham”.
De hongersnood is een herhaling van een specifieke gebeurtenis uit het leven van Abraham waar in de tekst heel duidelijk naar wordt verwezen. We kunnen deze gebeurtenis nalezen in Genesis 12, vanaf vers 10.

Egypte. We lezen hier hoe Abraham, toen nog Abram geheten, door een ernstige hongersnood uit Kanaän wordt verdreven en naar Egypte gaat om daar als vreemdeling te vertoeven.

Leugen. Omdat hij bang was dat de Egyptenaren hem zouden doden om zich zo over zijn mooie vrouw te kunnen ontfermen, sprak hij met haar af dat hij haar zou voorstellen als zijn zus. Wanneer het dan zover mocht komen dat zij een aanzoek van een Egyptenaar zou krijgen, dan zou hij de verloving lang genoeg kunnen rekken om het einde van de hongersnood af te wachten en met zijn vrouw een veilig heenkomen te zoeken. Een snood plan dat er niet best vanaf komt en vraagtekens plaatst bij Abrams vertrouwen in God.

Izaäk - dia 05

 

Hongersnood 2. Wanneer er ten tijde van Izaäk ook een hongersnood uitbreekt, blijkt hij niets beters te kunnen verzinnen dan in de voetsporen van zijn vader te treden en ook naar Egypte te gaan. Maar dan verschijnt God aan hem en verbiedt hem te gaan: “Trek niet naar Egypte, maar woon in het land dat Ik u zeggen zal”. Het lijkt wel alsof Hij hem wil zeggen om op dezelfde voet door te gaan als hij in betere tijden zou hebben gedaan. Om te handelen alsof er geen hongersnood in het land was. Het Woord van God dat tot Izaäk kwam, was echter meer dan dat. Hij beloofde Isaäk ook de eed gestand te doen, die Hij aan zijn vader Abraham gezworen had.

Izaäk - dia 06Egypte 2. Hier zien wij opnieuw een verwijzing naar een gebeurtenis uit het verleden: het verbond dat God met Abraham had gesloten, was voor Izaäk de basis waarop hij op God moest vertrouwen. God vroeg van hem om een afspraak uit het verleden hoger te achten dan de omstandigheden waarin hij op dat moment verkeerde. Waarom? Omdat het een afspraak met GOD was!  En Izaäk gehoorzaamde, tenminste, daar lijkt het op. Van de drie aartsvaders is hij de enige die zijn gehele leven in het beloofde land heeft gewoond. In plaats van het voorbeeld van zijn vader na te volgen en naar Egypte te vluchten, luisterde hij naar de stem van God. Hij bleef en vestigde zich te Gerar, in het zuiden van Kanaän. Goed gedaan, Izaäk! Of niet?

Izaäk - dia 07

Wat we ook van Izaäk vinden, hij verzuimt gehoor te geven aan het tweede gedeelte van het Woord van God: “Woon in het land dat Ik u zeggen zal”. Letterlijk staat er: doortrek het land. In plaats daarvan bleef hij in Gerar, in het uiterste zuiden van Kanaän. Je zou misschien beter kunnen zeggen: dat hij nèt niet naar Egypte ging. Izaäk gehoorzaamde God door nèt op het randje te blijven en daar niet aan voorbij te gaan. Door zijn Woord tot het uiterste te beproeven en daar nèt niet aan voorbij te gaan. Slim bekeken van Izaäk, maar uit zijn gedrag wordt duidelijk dat hier van geloofsvertrouwen absoluut geen sprake was. Izaäk koos voor een halfslachtige oplossing door net tussen Kanaän en Egypte in te blijven hangen en daarmee God wel te gehoorzamen, maar niet op Hem te vertrouwen (wat lijken wij vaak op Izaäk).

Leugen 2. Dat Izaäk niet werkelijk op God vertrouwt, wordt ook duidelijk wanneer blijkt dat ondanks het feit dat Izaäk niet naar Egypte gaat, de geschiedenis van Abram uit hoofdstuk 12 zich herhaalt. Want ook Izaäk vervalt in de leugen dat hij zijn vrouw laat doorgaan voor zijn zus. Uit de beschrijving van deze gebeurtenis blijkt dat hij qua persoonlijkheid de mindere van zijn vader Abram is. Deze heeft de leugen met voorbedachten rade gepland, terwijl Izaäk er pas op terugvalt wanneer de situatie zich aandient. Wat het gebrek aan geloofsvertrouwen betreft, doen zij hier echter niet voor elkaar onder. Izaäk die de oorspronkelijkheid en het initiatiefvolle temperament van zijn vader mist, liegt als het erop aankomt net zo hard over zijn vrouw als Abram. Ja, zelfs harder, want Sara, de vrouw van Abram, wás in feite zijn half-zus, en dat kon hij van Rebekka niet zeggen. Natuurlijk komt zijn bedrog uit en Izaäk verliest daarmee het respect van zijn omgeving. Hij wordt niet weggestuurd, zoals bij Abram gebeurde (nog niet), maar getolereerd.Izaäk - dia 08

In de schaduw van de almachtige God

Uit het gedeelte dat nu volgt, blijkt hoe groot de genade van God is. Als er Een het recht zou hebben om Izaäk links te laten liggen of zelfs te verwerpen, was het God wel. Maar uit niets blijkt dat dit gebeurt. In plaats daarvan zien we hoe Izaäk door God wordt gezegend en uitgroeit tot een rijk man. Ondanks zijn gebrek aan geloofsvertrouwen wordt de hakken-over-de-sloot, NET-GENOEG gehoorzaamheid van Izaäk toch door God beloond. Deze geschiedenis laat ons een heel andere God zien dan het beeld van een hardvochtig God, dat wij er soms op na houden. God doet altijd wat Hij belooft.

Izaäk - dia 09

 

Alleen als wij, mensen, Hem hierin niet volledig navolgen, kan deze zegen zich op een gegeven moment tegen ons keren. We lezen dat in ieder geval bij Izaäk, die op een gegeven moment zó in aanzien toenam dat de Filistijnen hem begonnen te vrezen en hem het leven moeilijk begonnen te maken. Uiteindelijk vroegen zij hem zelfs om weg te gaan.  Hier worden we opnieuw bepaald bij een element dat ons terugvoert naar de voorgeschiedenis van Abram: de waterputten.

Izaäk - dia 10

De waterputten. Izaäk bleef volharden in de levensstijl van zijn vader door ook nu weer zijn voetsporen te volgen en allemaal plaatsen aan te doen waar zijn vader had gewoond. “En Isaak groef de waterputten, die men gegraven had in de dagen van zijn vader Abraham, en die de Filistijnen na Abrahams dood hadden dichtgestopt, weer op, en noemde ze met dezelfde namen, waarmee zijn vader ze genoemd had.” (vers 18). Opnieuw zien we dat Izaäk weinig oorspronkelijk is geweest en leunt op de inzichten van zijn vader.
Voor ons is het moeilijk ons voor te stellen wat de betekenis van deze waterputten is geweest, maar voor de tijdgenoten van Izaäk was het duidelijk dat het slaan van een waterput verband houdt met een claim op het land. Wanneer een veehouder met zijn kudde ergens neerstreek, zijn tenten opsloeg en een put ging slaan, gaf hij daarmee te kennen dat hij het land als het zijne beschouwde. Met het slaan van een waterput wilde hij voor zichzelf en zijn gezin de voorwaarde creëren om daar – op die plaats – een nieuw bestaan op te bouwen.
Het was dan ook veelbetekenend dat de Filistijnen alle mogelijke moeite namen om de putten weer dicht te stoppen. Het was ook veelbetekenend dat Izaäk, telkens wanneer er ruzie over een put ontstond, aan het kortste eind trok en zich genoodzaakt zag om verder te trekken. We lezen driemaal hoe hij zelf een put liet slaan en het tweemaal moest afleggen tegen de andere herders die de put voor zichzelf claimden.

Als je dit leest, vraag je je af wat Izaäk zich nog voorstelde bij de belofte van God om hem al het land waar hij doorheen trok, in bezit te geven. Ik vermoed dat van deze verwachting erg weinig is overgebleven. Izaäk moet – net als zijn tijdgenoten – een religieus man zijn geweest. En ik denk dan ook dat hij dwars door al deze omstandigheden heen heeft geprobeerd om de wil van God in deze gebeurtenissen te herkennen. Zijn fout was alleen dat hij zich niet liet leiden door de belofte van God, die in vers 2 tot hem was gekomen, maar uitsluitend door de wijze waarop de concrete omstandigheden zich voor zijn ogen uitwerkten. Izaäk was een man die wachtte tot deuren vanzelf voor hem opengingen zonder enig vertrouwen te hebben op de beloften die God hem hierin gedaan had. Zijn weg werd bepaald door het vinden van water en het uitblijven van ruzie. Kon aan deze twee voorwaarden niet worden voldaan, dan trok hij verder. Wat een rusteloos bestaan!

Wanneer Izaäk voor de derde maal een put laat slaan, zien we dat er in dit patroon van zoeken naar een geopende deur ineens een verandering komt. We lezen dat “hij een andere put groef, waarover zij niet twistten”. Dat moet geweldig zijn geweest! Een waterbron waarover geen ruzie werd gemaakt. Eindelijk zou hij zich ergens kunnen vestigen. Hier zou hij een nieuw bestaan kunnen opbouwen. “Nu heeft de Here ons ruimte gemaakt, zodat wij vruchtbaar kunnen zijn in het land”.

Izaäk - dia 11

 

Uit de schaduw getreden

En dan lezen we iets heel merkwaardigs. In plaats van daar zijn tenten op te slaan en zijn kudde te laten grazen, staan er de veelbetekenende woorden: “En hij trok vandaar op naar Berseba”. Waarom bleef Izaäk niet bij zijn nieuwe bron nu hij eindelijk rust gevonden had? Wat bewoog hem om nu ineens af te zien van de grond die hij de zijne mocht noemen en voldeed aan de voorwaarden die hij zich steeds had gesteld? Hierop kan maar één antwoord worden gegeven: Izaäk kwam tot het inzicht dat het leven dat hij leidde, niet voldeed aan de eisen die God aan hem stelde. Zeker, God had hem gezegend, rijkelijk gezegend zelfs. Maar hij kwam tot het inzicht dat niet God, maar hij te kort was geschoten door geen acht te slaan op de belofte die Hij hem had gegeven. En daarom pakte hij zijn spullen bij elkaar en vertrok naar Berseba.

Izaäk - dia 12Berseba was de plaats waar alles is begonnen. De plaats waar hij met zijn vader Abraham naartoe was gegaan nadat hij op de berg Moria het offer had gebracht en waar zijn vader en hij van God die geweldige belofte hadden ontvangen. Dit opmerkelijke initiatief van Izaäk – die tot dusverre steeds zo passief en volgzaam was geweest – bleef niet onbeantwoord. God was hem in zijn rusteloze bestaan steeds heel nabij geweest, maar door de afstand die hij steeds tot Hem hield, kon Hij niet echt tot hem naderen en hem de rust en vrede geven waarnaar hij zo verlangde. Maar nu hij dan eindelijk bereid was om zichzelf aan Hem over te geven, laat Hij niet op zich wachten. En in diezelfde nacht verschijnt God aan Izaäk en bevestigt aan hem de belofte die Hij ook aan zijn vader Abraham had gedaan.

Izaäk - dia 13

 

Vanaf dat moment is Izaäk een ander mens. En we zien dat ook meteen terug in zijn handelen. “Toen bouwde hij daar een altaar en riep de naam des Heren aan. Hij spande zijn tent, en de knechten van Isaäk groeven daar een put”. Niet langer werd zijn leven bepaald door het zoeken naar rust, het trekken van de ene plaats naar de andere in de hoop dat hij er water zal vinden en zijn aanwezigheid geen strijd zal oproepen.  Wanneer wij nauwkeurig naar zijn handelen hier kijken, dan zien wij dat Izaäk hier precies vanaf de andere kant begint. Het eerste dat hij doet, is God zoeken: hij bouwt een altaar. Vervolgens zet hij zijn tent op en pas daarna gaat hij op zoek naar water. Izaäk laat zijn leven niet langer bepalen door zijn omstandigheden. Hij heeft rust gevonden in de belofte van God. Vanuit die rust zoekt hij Zijn aangezicht en in het vertrouwen op God slaat hij zijn tent op en gaat op zoek naar water. Wat een totaal andere levenswijze zien wij hier!

In Romeinen 15 lezen wij de volgende woorden: “Al wat namelijk tevoren geschreven is, werd tot ons onderricht geschreven, opdat wij, in de weg der volharding en van de vertroosting der Schriften, de hoop zouden vasthouden” (Rom. 15:4) De vraag die ons dus rest vanmorgen, is wat deze geschiedenis van Izaäk ons te leren heeft. En na alles wat hierover gezegd is, lijkt mij dit niet meer zo moeilijk.

Misschien kennen ook wij geen rust in ons leven en laten ook wij ons lot bepalen door onze omstandigheden. Misschien bent u wel zo iemand die de ene dag blij is met de zegeningen die God u geeft, maar de andere dag weer ten einde raad vanwege de teleurstellingen die op uw weg komen. Misschien is er vanmorgen wel iemand in ons midden die van zichzelf vindt dat hij niet zo doortastend is en het zicht is verloren op de allesomvattende belofte van zijn verlossing.

Izaäk - dia 14

Weet dan dat God met ons in de Here Jezus een verbond gesloten heeft dat ver uitstijgt boven de belofte die Hij aan Izaäk heeft gedaan. Dat verbond is tot stand gekomen aan het kruis van Golgotha, waar het bloed van onze Heer is vergoten voor al onze zonden.  De geschiedenis van Izaäk roept ons op om niet langer op onze omstandigheden te kijken, maar op dat kruis. Op het verbond dat God daar met ons gesloten heeft. En om daarna in vertrouwen ons leven in zijn Hand te leggen. Dan wordt ons leven – net als bij Izaäk – niet langer beheerst door onze omstandigheden, onze tradities, of onze persoonlijke beperkingen, maar dan zal God zelf de grondslag van ons leven zijn.

Wanneer wij bereid zijn om zó alles in Zijn hand te leggen, dan ben ik er van overtuigd dat God ons de rust en vrede zal schenken die Hij ook aan Izaäk heeft geschonken. Maar wat ik misschien nog wel belangrijker vind, is dat God dan u en mij – net als Izaäk – gaat gebruiken en gaat inzetten om een nieuw hoofdstuk aan zijn heilsgeschiedenis toe te voegen. En is dan niet waar wij allemaal naar verlangen?

banner_mjdehaan_2010

Aantal keren bekeken: 1991

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *