Gen. 2:4-7 – Waar, maar niet waar gebeurd?

Vormen de eerste hoofdstukken van het boek Genesis slechts een ode aan het ontstaan van ons universum of is het echt zo gebeurd zoals het wordt beschreven?

dia01 dia02

De eerste hoofdstukken van Genesis zijn misschien wel de bekendste uit de hele Bijbel. Zij beschrijven hoe de Here God in zes dagen tijd onze werkelijkheid heeft geschapen, inclusief onszelf: de mens. Ik denk dat er niemand onder ons is, die deze hoofdstukken niet kent. Maar hoe lang is het geleden dat er over dit onderwerp uit deze hoofdstukken is onderwezen? Wanneer zijn de eerste twee hoofdstukken van Genesis uitgebreid in een preek of Bijbelstudie aan de orde gekomen? Ik kan vanmorgen alleen maar voor mijzelf spreken, maar ik kan het mij niet eens herinneren. Het is misschien wel meer dan dertig jaar geleden…

Ik ben bang dat dit niets te maken heeft met het feit dat deze hoofdstukken zo bekend zijn. Ik kan mij niet voorstellen dat er iemand is, die zegt dat er niet meer over Genesis 1 en 2 nagedacht hoeft te worden omdat iedereen hierover al voldoende is geïnformeerd. Vindt u dat u voldoende bent geïnformeerd over wat er in Genesis 1 en 2 staat? Ik ben ervan overtuigd dat wij hier niet meer over nadenken omdat wij ermee verlegen zijn. Wij weten heel goed wat er in Genesis 1 en 2 staat, maar wij kunnen het geen plek meer geven in het beeld dat wij ons van de werkelijkheid hebben gevormd. Wij hebben te veel informatie meegekregen, die haaks lijkt te staan op de boodschap die Genesis 1 en 2 ons geven. Bovendien lijkt het alsof er in de tekst zelf te veel problemen en tegenstrijdigheden zitten om deze tot in de punt en komma als betrouwbare informatie te zien.

dia03Eind jaren zeventig, begin jaren tachtig heeft de Evangelische Omroep veel aandacht besteed aan het ontstaan van de wereld en van de Bijbel. Naast een serie televisie-uitzendingen zijn er twee boeken over dit onderwerp uitgegeven. Misschien heeft u ze nog wel in de kast staan. Hierin wordt het standpunt ingenomen dat de eerste twee hoofdstukken van Genesis historisch betrouwbaar zijn en de wereld in zes dagen van vierentwintig uur is geschapen. Eén van de samenstellers van deze boeken was Willem Ouweneel. Hij was een krachtig verdediger van deze opvatting en heeft een grote invloed gehad op de evangelische beweging in Nederland. Dwars tegen de oprukkende evolutiegedachte in bleef hij vasthouden aan de betrouwbaarheid van Gods Woord en verschafte ons – evangelische christenen – daarvoor de argumenten. Velen – waaronder ook ik – waren hem hiervoor dankbaar, want zo konden wij weerstand bieden tegen de toenemende vrijzinnigheid die voor een enorme kaalslag in de kerken heeft gezorgd. Het was zonder meer geruststellend om te weten dat de Bijbel onfeilbaar door Gods Geest was geïnspireerd en dat dit met goede argumenten onderbouwd kon worden.

Daarna is het rondom dit onderwerp vele jaren stil gebleven. Evangelische christenen hielden vaak nog wel vast aan het standpunt van een letterlijke uitleg van Genesis 1 en 2, maar de argumenten hiervoor raakten steeds meer in de vergetelheid. Ondertussen groeide er een nieuwe generatie op zonder deze argumenten mee te krijgen. Wat wel gebeurde, was dat zij op school, universiteit en via de media uitgebreid werden geïndoctrineerd met de evolutiegedachte. Zij zijn de mensen die nu de leidinggevende posities in kerken en gemeenten hebben overgenomen of gaan overnemen. We zijn daarmee in een situatie beland waarin veel gelovigen de woorden van Genesis 1 en 2 nog wel kennen, maar deze niet meer kunnen inpassen in het beeld dat zij zich van de werkelijkheid hebben gevormd.

dia04Inmiddels weten wij dat zich bij Willem Ouweneel een soortgelijke ontwikkeling heeft voorgedaan. Een belangrijk verschil is alleen dat hij zich in dit veranderingsproces wèl bewust is geweest van de argumenten. Kennelijk is het bij hem zo gegaan dat de argumenten van vroeger hem niet meer konden overtuigen en is hij geleidelijk aan tot andere inzichten gekomen. ‘De Bijbel is geen historisch betrouwbaar krantenverslag’, heeft hij zijn toehoorders tijdens een lezing in Amersfoort voorgehouden. Volgens hem is de letterlijke manier waarop in evangelische en orthodoxe kring de Bijbel wordt gelezen, geworteld in de Verlichting en niet juist. Tevens heeft hij afstand genomen van de opvatting dat de wereld door God in zes dagen is geschapen. ‘Ik ben er te veel problemen in gaan zien’, heeft hij hierover in een interview met het RD gezegd. Ergens anders zei hij: ‘Hoe graag ik het misschien ook zou willen, het is niet waar.’

Daar staan we dan, met onze evangelische traditie van een geïnspireerde, betrouwbare Bijbel, leiders die een andere richting zijn ingeslagen, en te weinig argumenten. Wat moeten wij nu beginnen? Laten wij onze verlegenheid omslaan in verslagenheid? Moeten wij ons door angst laten leiden en krampachtig vasthouden aan het weinige dat wij hebben, of moeten wij erkennen dat wij ernaast hebben gezeten en al onze oude zekerheden overboord gooien? Als u het mij zou vragen, zou ik zeggen: wij moeten helemaal niets van dit alles doen. Laten wij kalm blijven, Gods Woord erbij nemen en zelf onderzoeken of dit Woord realistisch en consistent genoeg is om te kunnen vertrouwen op wat daar staat. Ik wil hieraan vanmorgen een kleine bijdrage leveren door twee vragen aan de orde te stellen en te proberen met antwoorden te komen.

De eerste vraag is: Waar komt het boek Genesis eigenlijk vandaan? Ik weet niet of u er ooit bij hebt stilgestaan, maar de Bijbel waarover wij beschikken, is niet op bovennatuurlijke wijze uit de hemel komen neerdalen. Zij is een verzameling van afzonderlijke boeken die over een periode van vele honderden jaren, ja zelfs duizenden jaren zijn geschreven. Van sommige van deze boeken is het niet moeilijk te achterhalen wie deze geschreven heeft. De brieven van Paulus zijn door Paulus geschreven, ook al zijn er onder theologen genoeg die zelfs hieraan twijfelen. Voor het boek Genesis is deze vraag wat moeilijker te beantwoorden en dat geldt in het bijzonder voor Genesis 1 en 2, want als het gaat over het ontstaan van de wereld dan staat het vast dat daar geen mens bij geweest is. Hoe komen wij dan aan deze kennis?

De tweede vraag is: Hoe verhoudt Genesis 1 zich tot Genesis 2? Mensen die het moeilijk vinden om deze hoofdstukken letterlijk te nemen, doen dat om redenen die zowel binnen als buiten de tekst liggen. Zo kan iemand het gewoonweg ondenkbaar vinden dat het universum met alles erop en eraan in zes dagen van vierentwintig uur tot stand is gekomen. Dit is dat een reden buiten de tekst om. Maar als iemand het moeilijk vindt om deze hoofdstukken letterlijk te nemen omdat de inhoud tegenstrijdigheden vertoont of niet logisch is, dan is dit een reden die binnen de tekst ligt. Welnu, veel mensen vinden dat Genesis 2 een ander scheppingsverhaal vertelt dan Genesis 1, twee verhalen die zich niet met elkaar laten rijmen. We zullen zien of dit zo is.

dia06Maar ik wil beginnen met de eerste vraag: Waar komt Genesis vandaan? Hierover bestaan verschillende theorieën. De hedendaagse theologie laat zich voornamelijk leiden door de uitgangspunten van de zogenaamde Bronnentheorie. Deze is ontwikkeld door o.a. Julius Wellhausen, een Duits theoloog uit de negentiende eeuw. Aanhangers van deze theorie gaan er vanuit dat de mens tot aan de tijd van koning David niet in staat is geweest om dingen op te schrijven. Daarom meende men dat het boek Genesis pas na vele eeuwen van mondelinge overlevering is opgeschreven, vermoedelijk in de tijd van de Babylonische ballingschap. Dit zou gebeurd zijn door een zogenaamde redacteur waarvan we de naam niet kennen, die de verschillende mondelinge verhalen die in die tijd de ronde deden, bij elkaar heeft gebracht en samengevoegd. Zo meent men in de eerste vijf boeken van de Bijbel nog steeds een viertal verhaallijnen te kunnen onderscheiden: die van de Jahwist, de Elohist, de Deuteronomist en de Priestercodex. Drie van deze lijnen worden ook in Genesis herkend. Deze opvatting is zo dominant aanwezig dat wij hem zelfs tegenkomen in de Inleiding op Genesis in onze Bijbel. Ik citeer: ‘Tegenwoordig nemen velen aan dat deze boeken (de vijf boeken van Mozes) in hun huidige vorm het resultaat zijn van een langdurig proces van overleveren en redigeren. Het redactieproces is al in de tijd van de koningen van Israël en Juda begonnen en werd pas afgesloten na de Babylonische ballingschap.’ Ik hoef niet te zeggen dat deze theorie weinig overlaat van de betrouwbaarheid van Genesis.

  • Door te veronderstellen dat er sprake is van een lange mondelinge overlevering ligt het voor de hand dat er fouten in het verhaal zijn geslopen (de verschillende tradities wijzen daar ook op, anders zouden er geen drie of vier verhalen zijn);
  • Door te veronderstellen dat de schrijfkunst pas ten tijde van koning David is ontstaan, wordt de rol van Mozes als wetgever als onwerkelijk voorgesteld en lijkt het verhaal iets te vertellen wat niet mogelijk is geweest;
  • Door te veronderstellen dat er een onbekende redacteur betrokken is geweest, is het onmogelijk om de intenties van deze persoon te toetsen en zijn werkwijze na te gaan.

Tot aan de dag van vandaag is dit de dominante visie binnen de theologie, maar dat is niet altijd zo geweest.

dia07Vóór de opkomst van de Schriftkritiek ging men er algemeen vanuit dat Mozes de auteur van de eerste vijf boeken van de Bijbel was, dus ook van Genesis. Een belangrijke reden was dat in de Bijbel zelf Mozes als auteur wordt genoemd. Ook de Here Jezus ging hiervan uit. In Marcus 12:26 kunnen we lezen dat Hij aan de Sadduceeën de volgende vraag stelde: “Hebt gij niet gelezen in het boek van Mozes hoe God bij de braamstruik tot hem sprak?” – Het boek VAN Mozes.

De evangelische beweging, maar ook de reformatorische kerken, hebben lang aan deze opvatting vastgehouden. Eigenlijk tot aan vandaag zou je kunnen zeggen, hoewel de eerste scheuren hierin al zichtbaar worden. Met de vraag hoe Mozes aan zijn informatie is gekomen, heeft men zich echter nooit erg beziggehouden. Men nam veelal simpelweg aan dat hij deze rechtstreeks van God had ontvangen, wellicht tijdens zijn verblijf van veertig dagen op de berg Sinaï of mogelijk zelfs eerder, gedurende zijn verblijf van veertig jaar in de woestijn van Midian. Natuurlijk is dit mogelijk, maar we kunnen hiervoor in de Bijbel geen aanwijzingen vinden. En dat is vreemd, want wanneer de Here God aan Mozes een openbaring geeft, wordt dat in de Schrift steeds aangegeven. In Exodus 34:1 staat: ‘de Here zeide tot Mozes: Hou u twee stenen tafelen.’ In vers 27: ‘De Here zeide tot Mozes: Schrijf u deze woorden op.’ Wanneer de Here spreekt, staat er geschreven: “De Here zeide.” Deze aanduiding ontbreekt echter in de hoofdstukken die handelen over de Bijbelse geschiedenis vóór Mozes. Maar als God hem dit niet heeft geopenbaard, hoe is hij dan aan deze informatie gekomen?

dia08In de jaren dertig van de vorige eeuw is er iemand geweest, die ons meer inzicht in dit vraagstuk heeft gegeven. Zijn naam was Percy Wiseman. Hij was officier bij de Britse luchtmacht en raakte als amateur-archeoloog betrokken bij opgravingen in Babylonië. Eén van de dingen die de archeologie in de loop der jaren heeft aangetoond, was dat de mens de schrijfkunst veel eerder machtig is geweest dan algemeen werd aangenomen. Er zijn kleitabletten opgegraven, die dateren uit de periode van Abraham en daarvoor. In tegenstelling tot wat de theologie beweerde en nog steeds beweert, was er dus al heel vroeg sprake van schriftelijke overlevering. Deze Wiseman nu heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar deze kleitabletten (ik heb geen foto van hem kunnen vinden; wel van zijn zoon die als doctor in de archeologie het werk van zijn vader heeft voortgezet).  Een van de dingen die hij tijdens zijn onderzoek heeft ontdekt, was dat veel kleitabletten eindigden met de zinsnede: ‘Dit zijn de nakomelingen van…’, ‘dit is de geschiedenis van…’ Hij kwam erachter dat deze zin als een soort colofon onderaan een kleitablet werd geschreven, met de bedoeling om de eigenaar of schrijver van het kleitablet aan te duiden. Deze ontdekking wierp ineens een heel andere blik op het boek Genesis, want ook hier komen we deze tekst een aantal malen tegen.

dia09Het Hebreeuwse woord dat hier wordt gebruikt, is ‘toledot’, vandaar dat wel wordt gesproken van de toledot-formules. Dat dit woord een belangrijke rol speelt in de structuur van het boek is al lang bekend, want de Griekse vertaling van het woord is ‘Genesis’. Kennelijk vond men dit woord zó cruciaal dat het de titel van het hele boek is geworden. De letterlijke betekenis van toledot is: ‘wat voortgebracht werd’. Ik heb de belangrijkste vindplaatsen op een rijtje gezet.

  • Gen. 2:4 (hemel en aarde)
  • Gen. 5:1 (Adam)
  • Gen. 6:9a (Noach)
  • Gen. 10:1 (zonen van Noach)
  • Gen. 11:10a (Sem)
  • Gen. 11:27a (incl. Gen. 25:12) (Terach)
  • Gen. 25:19a (Izaäk, de zoon van Abraham)
  • Gen. 37:2a (incl. Gen. 36:1, 9) (Jacob)

Voor enkele van deze plaatsen geldt dat zij een geslachtsregister inleiden; voor de overige plaatsen geldt dat de toledotformule geen inleiding op, maar de afsluiting van een gedeelte vormt. Zij vervullen hier exact dezelfde functie als de colofons die Wiseman op de kleitafels heeft aangetroffen. We mogen hieruit de conclusie trekken dat Mozes de auteur van Genesis is, maar dat hij daarbij een aantal bronnen heeft gebruikt, die terugvoeren tot personen die de beschreven gebeurtenissen zelf hebben meegemaakt. Zij worden zelfs met naam en toenaam genoemd: Adam, Noach, Terach… Deze bronnen zijn kleitabletten geweest, die door Mozes nauwkeurig zijn overgeschreven. Zo nauwkeurig dat hij zelfs de colofons heeft overgenomen. Zo nauwkeurig dat duidelijk herkenbaar is waar hij voor zijn tijdgenoten een aanvullende opmerking heeft geplaatst. Een voorbeeld hiervan vinden we in Gen. 23:2 waar gesproken wordt over “Kirjath-Arba”. Daar staat als verklaring achter: “Dat is Hebron, in het land Kanaän”. In plaats van de onbegrepen naam te vervangen, liet Mozes deze staan en plaatste hij een verklarende toelichting zodat zijn tijdgenoten begrepen wat hiermee werd bedoeld.

Van alle toledot-formules neemt de eerste een bijzondere plaats in. Dat is de formule uit onze Schriftlezing. Hier wordt namelijk geen naam genoemd: “Dit is de geschiedenis van de hemel en aarde, toen zij geschapen werden.” Zoals we nu begrijpen, slaat deze opmerking terug op het voorafgaande: het eerste hoofdstuk van Genesis – de schepping van hemel en aarde. Het is dan ook niet zo gek dat hier geen naam wordt vermeld, want het gaat hier niet over de ontstaansgeschiedenis van een persoon, maar van hemel en aarde. Door het gebruik van de toledot-formule kunnen we wel vermoeden dat deze geschiedenis oorspronkelijk op een kleitablet was geschreven. Maar door wie? Dat is niet bekend. Misschien is dit door Adam gedaan en heeft hij uit respect voor de Here hieraan niet zijn eigen naam willen verbinden. Misschien heeft een engel het scheppingsverhaal opgeschreven en aan Adam overgedragen. Misschien is het God zelf geweest die de kleitafel heeft beschreven. In alle drie de gevallen geldt dat we deze woorden uiterst serieus moeten nemen…

dia10Daarmee kom ik uit op de tweede vraag die wij onszelf hebben gesteld: Hoe verhouden de eerste twee hoofdstukken ven Genesis zich tot elkaar? Is het inderdaad zo dat we hier te maken hebben met twee scheppingsverhalen die een aantal tegenstrijdigheden bevatten, die zich niet met elkaar laten rijmen? Als we de critici moeten geloven, is dit inderdaad het geval. Ik noem de belangrijkste verschillen die door hen worden waargenomen:

  • Zo wijzen critici erop dat de planten in Gen. 1 op de derde dag werden geschapen, terwijl de mens op de zesde dag werd geschapen. Hoe kan het dan dat we in Gen. 2 lezen dat er geen planten waren omdat de mens nog niet was geschapen?
  • Volgens de critici staat er in Gen. 2:19 dat God de dieren en vogels uit de aardbodem formeerde en hen vervolgens bij Adam bracht om van hem een naam te krijgen. Hoe verhoudt dit zich tot het verhaal van Gen. 1, waar staat dat God de dieren en vogels op de vijfde en zesde dag voor de mens heeft geschapen?
  • Volgens de critici schept God in Gen. 1 de mens als man en vrouw tegelijk. Hoe kan het dan dat in Gen. 2 eerst de man wordt geschapen waarna vervolgens de vrouw uit één van zijn ribben wordt gevormd?

dia11

Een deel van het probleem wordt veroorzaakt door de vertaling, maar met de informatie ik hiervoor over de toledot-formule heb gegeven, lukt het al om in deze materie veel meer inzicht te krijgen. Er is namelijk alleen sprake van tegenstrijdigheden als je ervan uitgaat dat het in Gen. 2 om een tweede scheppingsverhaal gaat – en dat is niet het geval. In Gen. 2:4b – zo weten we inmiddels – begint de toledot van Adam waarin hij vertelt over zijn ontstaansgeschiedenis vanaf de hof in Eden. Adam gaat verder waar de eerste toledot is opgehouden.

dia12De volgorde in vers 5 en 6 geven daarom niet de scheppingsvolgorde aan, maar zijn slechts een flashback om aan te geven dat zaken die op dat moment (het moment waarop Adam zijn kleitafel beschreef) als vanzelfsprekend werden geacht, er toen nog niet waren: “Ten tijde dat God de hemel en aarde maakte, heeft God de mens geformeerd. Alles wat ons nu zo vertrouwd is, was er toen nog niet; ik weet alleen van een damp die de aardbodem bevochtigde.”

dia13Ten aanzien van het tweede probleem wil ik opmerken dat de woorden uit vers 19 verkeerd zijn vertaald. In plaats van “En de Here God formeerde als het gedierte des velds” zou er moeten staan: “En de Here God HAD geformeerd”, zoals de Statenvertaling ook aangeeft. Hierdoor werd er eerst gerefereerd aan de schepping van de dieren als een gebeurtenis in verleden, waarna vervolgens werd aangegeven dat zij op dat moment aan Adam werden voorgesteld om een naam te krijgen. Van een tegenstrijdigheid is dan geen sprake meer.

dia14Ten slotte moeten we het ook nog even hebben over de derde vermeende tegenstrijdigheid: de schepping van de mens. Wanneer we Gen. 2 lezen als een uitvergroting van datgene wat in Gen. 1 in één regel werd beschreven, valt iedere zweem van tegenstelling weg. Niet de zeven dagen staan hier centraal, maar de zevende dag waarop Adam en Eva werden geschapen. Waar dit in Gen. 1 in één adem werd genoemd, wordt dit in hoofdstuk 2 op een dynamische manier uitgewerkt.

Natuurlijk is hiermee nog lang niet alles gezegd. De tijd is te beperkt om op alle aspecten voldoende in te zoomen en ik ben bang dat mijn verhaal voor sommigen onder u nu al te ingewikkeld is geworden. Ik hoop in ieder geval dat ik één ding duidelijk voor het voetlicht heb gebracht: De Here God en de gelovigen van het eerste uur hebben Zijn Woord uiterst serieus genomen. Dit nodigt ons uit om hetzelfde te doen.

dia15Ik sluit af met een paar vragen om over na te denken of met elkaar over door te praten.

  • Waarom is het nodig om zo veel aandacht te besteden aan Genesis 1 en 2?
  • Wat betekent het voor de rest van de Bijbel wanneer Genesis 1 en 2 niet langer betrouwbaar blijken te zijn?
  • Wat is voor u de kern van het Evangelie en wat heeft dit met Genesis te maken?

banner_mjdehaan_2010

 

Aantal keren bekeken: 1319

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *