Geen steen van de tempel blijft op de andere

In 2000 publiceerde Ernest L. Martin het boek The Temples that Jerusalem Forgot, waarin hij uitgebreid uiteenzet dat de tempel van Jeruzalem niet op de Tempelberg heeft gestaan, maar meer zuidwaarts. De muren die zich om deze plaats bevinden, zouden niet aan de tempel, maar aan de burcht Antonia hebben toebehoord, die in werkelijkheid veel groter was dan wetenschappers denken. Dit is een opmerkelijk standpunt, aangezien de Tempelberg door zowel joden, moslims als christenen wordt beschouwd als de meest heilige plek op aarde. We mogen dan ook verwachten dat hij hiervoor een gedegen onderbouwing geeft. Zijn er ook Bijbelse aanwijzingen die deze opvatting ondersteunen? Lees verder

Aantal keren bekeken: 160

“De tempel stond niet op de tempelberg”

[contact-form][contact-field label=’Naam’ type=’name’ required=’1’/][contact-field label=’E-mail’ type=’email’ required=’1’/][contact-field label=’Reactie’ type=’textarea’ required=’1’/][/contact-form] 1. 1ste zicht jeruzalem

In 2012 ben ik voor de tweede keer in Israël geweest. Ditmaal was ik samen met mijn vrouw en maakten we deel uit van een reisgezelschap. Zoals waarschijnlijk bij de meeste toeristen het geval is, stapten wij op het vliegveld in een touringcar om naar Jeruzalem, onze eerste halteplaats, te rijden. Ik had geen jas bij mij, omdat ik er geen rekening mee had gehouden dat het in februari ook in Israël erg koud kon zijn. In feite was het in Jeruzalem 10 graden kouder dan thuis in Nederland. Lees verder

Aantal keren bekeken: 124

Het Woord in de eredienst

Met verhoogde concentratie liep ik de kerkzaal in. Gemeenteleden waren druk doende om de laatste hand te leggen aan het gereedmaken van de ruimte. Alle voorzieningen voor het muziekteam waren in gereedheid gebracht, naast het projectiescherm waren decorstukken opgehangen en vooraan op het podium prijkte een aantal fleurige bloemstukken. ‘Waar is de lessenaar gebleven?’ vroeg ik, enigszins verontrust. ‘Die hebben we weggehaald,’ was het antwoord, ‘Je moet maar proberen om de overdenking zonder lessenaar te doen. Dat komt beter over.’

De kerkdienst verandert

Het zal voor niemand een verrassing zijn wanneer ik meen dat de kerkdienst in de achterliggende periode een ingrijpende wijziging heeft ondergaan, dan wel op het punt staat ingrijpend gewijzigd te worden. Met het eerste deel van mijn opmerking doel ik op de evangelische gemeenten, met het laatste op de ‘behoudende’ kerken die – zo voorspel ik – deze ontwikkeling op termijn niet kunnen tegenhouden. Eigentijdse liederen met eigentijdse muziek doen hun intrede en de inbreng van gemeenteleden wordt steeds groter. Veel van wat hier gebeurt, vloeit voort uit een veranderde opvatting over gemeente-zijn en een erkenning van de gaven van de Geest. Een voor een worden de schillen van de traditie afgepeld in een poging om het Evangelie dichter bij de harten van mensen te brengen. Dit zou ons tot grote vreugde moeten stemmen, ware het niet dat deze ontwikkeling ook een donkere keerzijde heeft. Immers, met het wegwerpen van de traditie wordt niet alleen ballast, maar ook iets waardevols weggedaan. En helaas blijft het daar niet bij. De traditie is niet het enige dat wordt afgepeld. Vanwege de enorme kloof die er is ontstaan, moet ook het Woord van God het ontgelden.

Er staat geschreven…

Het Sola Scriptura is een van de pijlers van de Reformatie. Sinds die tijd is voor Protestanten de geschreven, door God gegeven openbaring de enige bron voor geloof en leven. Men heeft daarmee afstand willen nemen van het Rooms Katholieke standpunt dat de kerkelijke traditie als de enige ware uitlegster van de Schrift zag. Daarmee kreeg de traditie een hoger gezag toebedeeld dan de Bijbel. Dit heeft de kerk van de Reformatie willen rechtzetten. Zij beoogde niet de traditie terzijde te stellen, maar wilde haar de plek toekennen die haar toekomt, n.l. ondergeschikt aan de Schrift. Dat werd ook zichtbaar gemaakt in de vorm van de eredienst. De verkondiging kreeg in Protestantse diensten een centrale plaats en in de verkondiging werd de uitleg van de Schrift centraal gesteld. Dit is zo gebleven totdat de roep tot verandering hier het mes in zette.

Hermeneutiek

Onder het woord hermeneutiek verstond men van oudsher de kunst en de kunde om de Schrift te verstaan. Je zou het de methodiek van de exegese kunnen noemen. Exegese moeten we dan opvatten als het handwerk dat tot begrip van de Schrift leidt. Wanneer wij de Bijbel bestuderen dan is het feitelijk onderzoek van de tekst de exegese en de instrumenten die wij daarbij gebruiken ontlenen wij aan de hermeneutiek. Eén zo’n instrument is de regel dat je tekst met tekst moet vergelijken om tot een goed verstaan te komen. Een ander instrument is dat je de tekst in zijn context moet lezen. Weer een ander instrument is dat je moeilijke teksten moet uitleggen aan de hand van makkelijk uit te leggen teksten. Zo vormden allerlei richtlijnen en technieken een gereedschapskist voor de bijbellezer die hem hielpen om de Bijbel uit te leggen. Kenmerkend voor deze vorm van hermeneutiek is dat alle aandacht gericht was op het Woord. De Schrift stond centraal. Men meende dat het Woord van God door en door betrouwbaar was en dacht positief over de mogelijkheid om (met studie) zijn betekenis te doorgronden.

Naar een pluralistische schriftuitleg

Na de Verlichting is hierin heel geleidelijk aan een verandering opgetreden. Allereerst deed de schriftkritiek zijn intrede, waardoor de betrouwbaarheid van het Woord in twijfel werd getrokken. De Bijbel was niet langer het Woord van God, maar het woord van mensen die verhaalden over hun ervaringen met God. Vervolgens ging men steeds minder positief denken over de mogelijkheid om tot verstaan van de oorspronkelijke betekenis te komen. De kloof tussen de lezer en de bijbelse leefwereld werd zo groot geacht en de hoeveelheid aanvullende informatie bleek zo gering dat men steeds meer tot de conclusie kwam dat de oorspronkelijke betekenis niet meer te reconstrueren is. Hierdoor heeft zich langzaam maar zeker een verschuiving voorgedaan waarin de aandacht werd verlegd van het Woord naar de lezer of hoorder van het woord. En daarbij ging het uiteindelijk niet meer om de betekenis van de tekst, maar om de vraag wat de tekst voor jou te betekenen heeft. De pluralistische schriftuitleg was daarmee een feit.

De mens is de maat aller dingen

Onlangs voerde ik met enkele anderen een discussie over een voor ons actueel thema. Ik was het niet geheel met mijn gesprekspartners eens en had hen ter voorbereiding op ons gesprek een bijbelstudie uitgereikt waarin alle schriftplaatsen die handelen over dit thema, uitgebreid werden besproken. Eén van de aanwezigen reageerde gelaten toen hij het materiaal had doorgekeken. ‘Ik heb hier al eerder kennis van genomen,’ zei hij, ‘en van een aantal andere studies met een andere uitkomst.’ Met behulp van de nieuwe hermeneutische ‘bril’ is het mogelijk geworden om de Bijbel te laten ‘buikspreken’ en ieder standpunt er in te laten doorklinken. Zo heeft de Bijbel een boodschap voor revolutionairen, feministen, homoseksuelen en… de moderne mens. En meestal ligt deze boodschap in het verlengde van wat men zelf wil horen.

Vraaggericht werken

In onze samenleving is het ‘vraaggericht werken’ tot een magische formule geworden, die de hedendaagse, westerse mens de indruk geeft dat alles in het leven op hem moet worden afgestemd. Iets moet hem aanspreken, anders heeft hij de neiging zich ervan af te keren. Met dit criterium wordt ook in de moderne eredienst rekening gehouden. Kerkdiensten moeten laagdrempelig zijn, het zingen moet op de beleving worden betrokken en de predikant moet een welluidende boodschap in ‘groentemannentaal’ laten horen. Soms lijkt het wel of er in een drietrapsraket met de woordverkondiging wordt afgerekend. Eerst moet alles eenvoudiger, dan moet alles korter en positiever, en ten slotte verdwijnt de hele woordverkondiging naar de zijlijn. Voor wie er op let zal het duidelijk zijn dat er nog maar heel weinig preken zijn waarin de uitleg van een schriftgedeelte centraal staat. Onze hedendaagse predikers kunnen charismatisch, welbespraakt, humoristisch of ontroerend zijn, onder hen bevinden zich nog maar heel weinig bijbelleraars.

Terug naar af?

We leven in een vreemde tijd. Nooit eerder waren mensen zo hoog opgeleid, maar nooit eerder was de kloof tussen een verstaan van de Schrift zo groot. Betekent dit dan dat wij terug moeten naar waar wij vandaan komen? Natuurlijk niet. Al zouden wij willen, dan zou al snel blijken dat dit niet mogelijk is. Wij leven nu eenmaal in een tijd waarin de kloof groter geworden is. Dit valt niet te ontkennen en heeft te maken met de totaal andere wijze waarop wij onze leefwereld hebben ingericht. Maar dat betekent niet dat wij ons dan maar moeten losmaken van de wereld en de taal die wij in de Bijbel tegenkomen. Wij zullen deze kloof door studie moeten overbruggen om vervolgens anderen enthousiast de maken over de rijkdom die wij aan gene zijde van de kloof hebben ontdekt. En daarbij mogen wij alle moderne communicatiemiddelen inzetten. Graag zelfs!

Archippus - Banner 2010

Aantal keren bekeken: 2290

Het mysterie van de maan

mysterie van de maan

Vroege fascinatie

Sinds mensenheugenis staat de maan in de belangstelling vanwege haar grote kracht en schoonheid. Al heel vroeg was men zich ervan bewust dat men met behulp van de maan de tijd kan indelen.[1] Ook wist men dat er een verband moest zijn tussen de fasen en cyclus van de maan en de menselijke vruchtbaarheid.[2] In beschavingen over de hele wereld ging men ervan uit dat de maan van invloed kon zijn op de geestelijke gesteldheid van de mens.[3] Het zal dan ook niemand verbazen dat men haar met een godin associeerde en vereerde.[4] Vandaag de dag nemen velen aan dat een aantal mysterieuze bouwwerken uit de oudheid, waarvan nog vele restanten aanwezig zijn, hiertoe zijn opgericht.[5]

Megalithische yard

Alexander Thom heeft een groot aantal van deze restanten onderzocht. Tot zijn grote verbijstering kwam hij tot de conclusie dat deze zogenaamd primitieve mensen een lengtemaat moeten hebben gebruikt die internationale bekendheid genoot. Hij noemde deze maat de megalitische yard (ca. 82,97 cm).[6] Omdat hij echter niet kon uitleggen hoe dit mogelijk was, werd zijn vondst door archeologen als ongeloofwaardig van de hand gewezen. Zij achtten de mens in dit stadium van zijn evolutie niet tot een dergelijke prestatie in staat. In ‘Het mysterie van de maan’ wordt dit vraagstuk door Knight en Butler opgepakt en verder uitgewerkt. Zij komen uiteindelijk tot de conclusie dat de megalitische yard een geodetische eenheid was, gerelateerd aan de polaire omtrek van de aarde.

Zij ontdekten dat de megalithische bouwers een cirkel in 366 graden verdeelden in plaats van 360, zoals wij gewend zijn. Dit is gelijk aan het aantal rotaties van de aarde in zijn jaarlijkse omloopbaan om de zon. Kennelijk nam men aan dat als de cirkel van de hemel uit 366 delen bestond, dit voor iedere cirkel moest gelden. De beste polaire cirkel is de lijn met de minste uitstulpingen, dus met de meeste zee. Gek genoeg loopt deze lijn precies over Stonehenge. De denkbeeldige omtrek van de aarde vanaf dat punt loopt voor 98% over zee — meer dan ieder ander punt van de aarde. Tegenwoordig weten wij dat de omtrek van de aarde ca. 40.000 km is, hetgeen neerkomt op 48.211.838 megalitische yards. Dit is op zich een nietszeggend getal, maar als we de omtrek onderverdelen in graden, minuten en seconden, komen we uiteindelijk tot de slotsom dat 1 boogseconde exact overeenkomt met 366 megalitische yards. En dat is op zijn minst een opmerkelijke uitkomst te noemen.

Verrassende overeenkomsten

Knight en Butler tonen aan dat de megalitische yard eenvoudig kan worden gereconstrueerd met behulp van een slinger en de beweging die de planeet Venus door de avondhemel maakt. Iedere bouwvakker met een paslood kon deze berekening maken. Van daaruit was het niet moeilijk om deze lengtemaat met behulp van kubussen om te zetten in een volume-eenheid en een inhoudsmaat. Echter, de schok was groot toen bleek dat de uitkomsten nagenoeg overeenkwamen met moderne maten als de pint, de gallon, de bushel, de pond en de liter.[7] Vergelijkend onderzoek met de maatsystemen in de Minoïsche en Soemerische cultuur brachten dezelfde overeenkomsten aan het licht. Knight en Butler stuitten in hun speurtocht zelfs op een brief van de latere Amerikaanse president Thomas Jefferson waarin hij de Senaat voorstelde om een nieuw systeem van maten en gewichten in te voeren met de hemel als basis en de slinger als instrument, met opnieuw treffende overeenkomsten als resultaat.[8]

Toepassing van de megalitische geometrie op de andere planeten (en hun manen) in het zonnestelsel leverde geen zichtbare patronen op. Maar met de zon en de aardse maan bleek dit anders te zijn. Waar 1 boogseconde op de aarde overeenkwam met 366 megalitische yards, komt 1 boogseconde bij de maan overeen met 100 en bij de zon met 40.000 megalitische yards.[9] Er was iets in de verhoudingen van zon, maan en aarde dat niet aan toeval kon worden geweten, maar de indruk wekte van een bewust ontwerp. Eerder hadden de schrijvers hun verbazing al uitgesproken over het merkwaardige feit dat de maan die 400 keer kleiner is dan de zon, zich op 1/400e van de afstand tussen de aarde en de zon bevindt, een rotatiesnelheid heeft van 400 km per aardse dag, en precies groot genoeg is om de zon bij een eclips volledig te bedekken.[10] Buitengewoon merkwaardig vonden zij het dat er evenveel doorsneden van de aarde in de doorsnee van de zon gaan als er doorsneden van de zon tussen de aarde en de zon zijn.[11] Ook had men zich verrast getoond over het gegeven dat de maan erin slaagt om de waargenomen bewegingen van de zon maandelijks te imiteren.[12] Hoe meer onderzoek zij dezen, hoe groter hun verwondering werd.

Ontstaan van de maan

Dit alles bracht de vraag naar het ontstaan van de maan op indringende wijze bij hen naar boven. Sinds de evolutietheorie zijn intrede heeft gedaan, zijn er verschillende scenario’s voorgesteld die geen van allen in staat bleken een bevredigend antwoord te leveren. Tegenwoordig heeft de Grote Inslagtheorie de meeste aanhangers. Deze komt er kort gezegd op neer dat de maan is ontstaan als gevolg van een botsing tussen twee planeten, w.o. de aarde. Echter, door zo’n gebeurtenis zou de rotatie van de aarde zijn versneld tot een niveau dat veel hoger ligt dan de huidige situatie. Daarom veronderstelt men tevens een tweede inslag die dit heeft gecorrigeerd. Knight en Butler zijn duidelijk in hun oordeel: ‘Voor ons riekt deze uitleg naar wanhoop!’[13] Naast interne problemen van deze theorie, werpen zij een aantal vragen op die hun eigen onderzoek heeft opgeleverd en door deze theorie niet worden beantwoord. Zo heeft de Grote Inslag bijvoorbeeld geen verklaring voor de opmerkelijke verhouding die de maan en de zon of de maan en de aarde ten opzichte van elkaar hebben. Uiteindelijk concluderen zij dat de maan groter is dan hij zou moeten zijn, klaarblijkelijk ouder dan hij zou moeten zijn[14] en veel lichter qua massa dan hij zou moeten zijn. [15] Zij citeren dr. Gordon McDonald, een toonaangevend wetenschapper bij NASA die verklaarde dat de maan waarschijnlijk hol is. Algemeen wordt echter aangenomen dat een natuurlijke satelliet geen hol object kan zijn. Als deze conclusie waar is, betekent dit dat iets of iemand de maan moet hebben gemaakt.

Voorwaarde voor leven

De betekenis van de maan voor het leven op aarde blijkt veel groter dan wij in eerste instantie zouden vermoeden. De aarde staat in een hoek van 22,5 graden ten opzichte van de zon, waardoor de seizoensveranderingen worden veroorzaakt. Als zij in plaats daarvan rechtop zou staan, zouden de temperaturen aan de evenaar extreem hoog en aan de polen extreem laag zijn. In de kleine tussenliggende strook zouden zich catastrofale weersomstandigheden voordoen, waardoor het leven op onze planeet vrijwel onmogelijk zou zijn. Het andere denkbare scenario, waarbij de aarde 90 graden is gekanteld en zich met één pool naar de zon keert, levert eveneens onleefbare omstandigheden op. Alleen door zijn huidige, bijzondere stand is de aarde in balans. En deze stand is mogelijk doordat de maan functioneert als een enorme stabilisator.[16] De conclusie is duidelijk: zonder de maan zouden er geen mensen zijn.

Een ander specifiek aards verschijnsel is de platentektoniek. Hieronder verstaat men de onderlinge beweging van de starre aardschollen op de astenosfeer. Op de andere planeten van ons zonnestelsel komt dit niet voor. Wetenschappers hebben geopperd dat dit verschijnsel mogelijk is geworden doordat er materiaal aan de aarde is onttrokken om de maan te formeren. Hierdoor kwam er zoveel ruimte vrij dat het aardoppervlak kon gaan schuiven. Zonder deze platentektoniek zou de aarde grotendeels bedekt zijn met oceanen en was het leven voor de mens onmogelijk geweest. Opnieuw lijkt de conclusie te zijn dat er de mens zonder maan niet zou bestaan.

Tot slot oefent de maan een grote invloed uit op de getijden. Als zij tien keer zo dicht bij de aarde zou staan dan nu, dan zouden de getijden duizend maal sterker zijn. Als zij er helemaal niet zou zijn, dan zouden de getijden slechts een derde zijn van wat ze nu zijn. Dit gegeven heeft voor evolutionisten vergaande consequenties voor de mogelijkheid dat er leven op aarde kon ontstaan. Dit zou ofwel geheel onmogelijk zijn geweest, ofwel oneindig veel meer tijd in beslag hebben genomen dan nu wordt aangenomen.

Een vingerwijzing, maar van wie?

Het is nogal wat dat overtuigde evolutionisten tot de conclusie komen dat de maan een kunstmatig object is dat door een creatieve geest is vervaardigd met als doel om het leven voor mensen mogelijk te maken.[17] Voor mij komt dan onmiddellijk Romeinen 1:20 tot leven, waar staat: “Zijn onzichtbare eigenschappen zijn vanaf de schepping van de wereld zichtbaar in zijn werken, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid zijn voor het verstand waarneembaar.” Het lijkt wel alsof de Schepper in zijn schepping een vingerwijzing heeft geplaatst waarmee Hij Zichzelf kenbaar wil maken aan degene die onderzoek doet.

Ik vind het dan ook verbijsterend te lezen dat Knight en Butler deze vingerwijzing herkennen, maar daar vervolgens een geheel andere conclusie aan verbinden. Allereerst verwerpen zij de gedachte dat hier sprake zou zijn van een inmenging van een buitenaardse beschaving: ‘Voor zover wij op dit moment weten, zijn we alleen.’[18] De waarschijnlijkheid van een dergelijk contact schatten zij erg gering in, gezien de gigantische hoeveelheid tijd en ruimte die hiermee gemoeid is. Toch kunnen zij niet om het feit heen dat de maan een intelligente ontwerper verraadt en er verschillende niet met elkaar verbonden culturen zijn geweest die op hetzelfde moment in de tijd een grote stap voorwaarts hebben gedaan. Zij nemen daarom aan dat er sprake moet zijn van een OCE (Onbekende Creatieve Entiteit). Maar gek genoeg identificeren zij deze uiteindelijk niet als God, maar als ‘mensen van de toekomst’. Hun redenering luidt als volgt: ‘Allereerst dient erkend te worden dat er nergens in het heelal andere mogelijke kandidaten zijn. God bestaat in het geloof, niet als gevolg van bewijs, en buitenaardse wezens kunnen al dan niet bestaan. Het is heel goed mogelijk dat we volstrekt alleen zijn, hetzij in ons deel van de ruimte of in het hele heelal. Wie zou echter meer gebaat zijn bij een planeet die leven produceert dan het zeer intelligente wezen dat het meeste heeft geprofiteerd van zijn bestaan, te weten de mensheid?’[19] Voor hen is het volstrekt duidelijk dat de OCE bestaat uit mensen van de toekomst die verschillende keren in de tijd zijn teruggereisd om in te grijpen in het evolutieproces en hun handtekening achter te laten als prikkel om hun voorouders te stimuleren om de wereld te redden en hun bestaan veilig te stellen. Het is bizar te lezen dat zij een oplossing die is gebaseerd op het Von Münchhausen Syndroom,[20] aannemelijker vinden dan de erkenning dat er een goddelijke Schepper moet zijn.

Noten

  1. De schrijvers maken melding van een bot dat in Abri Blanchard (Frankrijk) werd opgegraven waarop een tweemaandelijkse maankalender was ingekerfd. Zij dateren deze vondst op ‘25.000 jaar geleden’. Chr. Knight en A. Butler, Het mysterie van de maan (2006), p. 16.
  2. De Venus van Laussel (gevonden in 1911) wekt de indruk dat vrouwen ‘20.000 jaar geleden’ de tijdsduur van hun menstruatiecyclus kenden en ze relateerden aan de fasen van de maan. Chr. Knight en A. Butler (2006), p. 20.
  3. Recent onderzoek heeft aangetoond dat moord en mishandeling statistisch significant toenemen rond volle maan. Chr. Knight en A. Butler (2006), p. 81.
  4. Voor de Grieken was zij Artemis, voor de Romeinen Diana of Selene. Haar Finse naam was Kuu en de Kelten aanbaden haar als Cerridwen. In Mexico sprak met van Tlazolteotli en de Maya’s noemden haar Ixchup. Chr. Knight en A. Butler (2006), p. 24.
  5. Genoemd wordt onder andere de astronoom Gerald Hawkins die meent dat Stonehenge deels is gebouwd om eclipsen te voorspellen. Chr. Knight en A. Butler (2006), p. 27.
  6. Deze eenheid werd frequent gebruikt in haar dubbele en halve vorm en werd opgedeeld in veertig kleinere eenheden voor gebruik in ontwerpen: megalithische inches. Chr. Knight en A. Butler (2006), p. 32.
  7. Chr. Knight en A. Butler (2006), p. 36.
  8. Chr. Knight en A. Butler (2006), p. 38
  9. Chr. Knight en A. Butler (2006), p. 48.
  10. Chr. Knight en A. Butler (2006), p. 12, 151.
  11. Chr. Knight en A. Butler (2006), p. 142.
  12. Als de zon midden in de winter op zijn laagst en zwakst is, is de volle maan op zijn hoogst en felst; als de zon hartje zomer op zijn hoogst en felst schijnt, is de maan op zijn zwakst. Chr. Knight en A. Butler (2006), p. 13.
  13. Chr. Knight en A. Butler (2006), p. 59.
  14. De oudste stenen die van de maan werden gehaald zijn aanmerkelijk ouder dan welk gesteente op aarde ook. De auteurs spreken over 3,5 tegenover 4,5 miljard jaar. Toch bestaat de maan alleen uit aards gesteente. Chr. Knight en A. Butler (2006), p. 62 en 104.
  15. Er zijn op de maan enorme variaties in zwaartekracht (p.68). NASA houdt het erop dat de maan een ongewoon lichte kern of helemaal geen kern heeft. Chr. Knight en A. Butler (2006), p. 77.
  16. Volgens Jacques Laskar van het National Scientific Research Center zou de aarde kantelen als er geen maan zou zijn. Chr. Knight en A. Butler (2006), p. 89.
  17. Op een andere plaats maken zij melding van het feit dat Jupiter de positie heeft als vanger van ruimteobjecten die anders op aarde zouden inslaan en suggereren dat ‘het hele zonnestelsel is ontworpen ten gunste van de mensheid’. Chr. Knight en A. Butler (2006), p. 192.
  18. Chr. Knight en A. Butler (2006), p. 122.
  19. Chr. Knight en A. Butler (2006), p. 198-199.
  20. Baron von Münchhausen vertelde fantastische verhalen en wilde de ander onder meer doen geloven dat hij zichzelf aan zijn eigen haren uit het moeras heeft getrokken.

Archippus - Banner 2010

Aantal keren bekeken: 3108

Wie was Archippus?

ArchipusArchippus betekent letterlijk: “heer van de paarden”. Tweemaal wordt er in de Bijbel gesproken over iemand met deze naam, namelijk in: Kolossenzen 4:17 en Filemon 1:2. Door de associatie met Filemon en Appia, wordt wel aangenomen dat hij een zoon of broer van Filemon was. De aanduiding ‘onze medestrijder’ (Fil. 1:2) kan bedoeld zijn als een zinspeling op zijn naam, maar doet ook vermoeden dat deze Archippus écht actief was in de ‘christelijke strijd’. Heel concreet kan deze aanduiding wijzen op een conflict dat Paulus in het verleden had tijdens zijn werk onder de Efeziërs, of op een recentere strijd die zich tussen Archippus en de leiders van de Kolossenzen zou voordoen (cf. Kol. 4:17). Deze laatste suggestie brengt Archippus in verband met de kerk te Kolosse, ofschoon sommigen op basis van de context beweren dat hij een bediening in het nabijgelegen Loadicea had. Volgens de overlevering is Archippus te Chonae, vlakbij Laodicea, door steniging om het leven gekomen, samen met Filemon en Appia. De dag waarop hij herdacht wordt, is 20 maart.

In Kolossenzen 4:17 schrijft de apostel Paulus de volgende woorden: “En zeg tegen Archippus: Let op de bediening die u aangenomen hebt in de HERE, dat u die vervult.” Het zijn deze woorden geweest, die hebben geïnspireerd tot de oprichting van een stichting die zijn naam draagt: stichting Archippus.

Aantal keren bekeken: 256