Luk. 1:5-33 – U is heden een kind geboren!

Kerstfeest wordt groots gevierd. Toch weten maar weinig mensen waar Kerst écht voor staat. Nog minder mensen weten wat de échte feiten zijn…

luk1-01
luk1-02
luk1-03
luk1-04
luk1-05
luk1-06
luk1-07
luk1-08December is voor de meesten van ons een donkere, maar bijzondere maand. Aan het begin van de maand vieren we het sinterklaasfeest met snoepgoed, surprises en cadeaus. Zodra de goedheiligman zijn hielen heeft gelicht, worden de etalages leeggeruimd om plaats te maken voor zijn goedlachse broer: de kerstman. Bomen en gevels worden rijkelijk versierd met lichtkabels en overal tref je de typische kerstattributen aan. In winkelcentra en op trein- en metrostations krijgen de passanten via de geluidsinstallaties traditionele kerstmelodieën te horen, van ‘Jingle Bells’ tot ‘De herdertjes lagen bij nachte’. In de meeste huiskamers komt op een opvallende plaats een grote kerstboom te staan, die al dan niet van kunststof is gemaakt. Deze boom is opgetuigd met een groot aantal namaakkaarsjes, slingers en ballen. Hoewel wij ook hierin steeds modieuzer worden, komt het er tot op heden nog steeds op neer dat alles in de boom moet glimmen en blinken en dat wij daar spullen voor nemen, die wij de rest van het jaar ‘kitsch’ plegen te noemen. In deze periode moet het vooral ‘gezellig’ zijn en besteden we veel aandacht aan de familie- en gezinsbanden. Als klap op de vuurpijl geven wij dan in de laatste dagen van de maand gezamenlijk nog eens miljoenen euro’s uit om het jaar op een feestelijke manier met vuurwerk te kunnen afsluiten. We blijven dan tot in de kleine uurtjes op en hopen dat het nieuwe jaar ons nog meer goeds zal brengen dan het afgelopen jaar heeft gedaan. Kunt u zich in dit beeld herkennen?

luk1-09

Ergens tussen al deze festiviteiten in ligt het kerstfeest zoals wij dat als christenen gewend zijn om te vieren. Gek genoeg zijn de meeste mensen die we in de kerstdrukte in de winkelstraten tegen het lijf lopen, niet meer op de hoogte van het feit dat al deze feestelijkheden oorspronkelijk te maken hebben met het gedenken van een belangrijke Bijbelse gebeurtenis. Het besef van een christelijke oorsprong is er misschien nog wel, maar zij hebben in ieder geval geen idee meer welke concrete gebeurtenis dat dan is geweest en weten al helemaal niet welk belang dit diende. Voor hen gaat de kerstgedachte niet verder dan het aanbieden en ontvangen van menselijke warmte en aandacht. En heel veel romantiek.

Ik ga er vanuit dat mensen die regelmatig een kerk of gemeente bezoeken, beter op de hoogte zijn. Zij weten dat wij met kerst gedenken dat de Here Jezus naar deze wereld is gekomen en als klein baby’tje is geboren in Bethlehem. Deze gebeurtenis was zo bijzonder omdat Hij niet ter wereld kwam als zoon van Jozef en Maria, maar als Zoon van God. In de Here Jezus is God Zelf mens geworden om zo voor ons een weg te banen, waarlangs wij verlossing kunnen vinden en opnieuw een relatie met Hem kunnen aangaan. En het is heel belangrijk en kostbaar om dit te weten.

Wanneer ik zou doorvragen, zou er nog heel wat meer informatie op tafel komen, denk ik. En ik ben ervan overtuigd dat er dan ook veel informatie tevoorschijn komt, die de toets der kritiek uiteindelijk niet kan doorstaan, om de doodeenvoudige reden dat deze informatie niet Bijbels of historisch onderbouwd kan worden. Deze informatie is mythisch en hoort eigenlijk niet thuis in ons geloofsbouwwerk. Het leidt af van wie Jezus werkelijk is. Daarom lijkt het mij goed om het hier eens met elkaar over te hebben. Wat zijn dan die dingen waarin wij ons niet door de Schrift hebben laten leiden, maar door onze fantasie? In welk opzicht heeft de traditie het beeld dat wij ons van het kerstgebeuren hebben gevormd, ingekleurd en hier en daar zelfs behoorlijk misvormd? Daarover wil ik in deze overdenking met u nadenken.

luk1-10

Om maar met de deur in huis te vallen, heb ik een aantal kreten opgeschreven waarin ik vind dat onze beeldvorming van het kerstverhaal mythisch is geworden. Ik denk dat u ze wel herkent en kunt plaatsen:

  • Armoede
  • Middenin de winternacht
  • Geen plaats in de herberg
  • Geboren in een stal
  • Een voederbak voor dieren als wieg
  • Zoon van een timmerman

In woorden klinkt dit ongeveer als volgt: “Het kindje Jezus werd geboren als kind van armoedige ouders – Maria ’s aanstaande echtgenoot Jozef was een eenvoudige timmerman. Zij waren onder barre winterse omstandigheden naar Bethlehem gegaan en werden daar allesbehalve gastvrij ontvangen. Het was vreselijk druk omdat iedereen vanwege een volkstelling op reis was. Ondanks het feit dat Maria hoogzwanger was, lukte het hen niet om onderdak te vinden en uiteindelijk moesten zij genoegen nemen met een rustplaats in een stal, waar de kleine Jezus werd geboren en midden tussen de dieren in een kribbe werd gelegd. Er was voor Hem geen plaats in deze wereld. Ik zal proberen aan te tonen dat er voor deze hele inkleuring onvoldoende Bijbelse onderbouwing aanwezig is.

In de Bijbel komen wij het geboorteverhaal van de Here Jezus slechts in twee Evangeliën tegen: in Matteüs en in Lucas. De informatie die zij ons hierover verstrekken, is eigenlijk heel summier. Bovendien geven beide evangelisten verschillende informatie, zodat de indruk wordt gewekt dat er twee verschillende geboorteverhalen zouden zijn. Dat maakt het extra moeilijk voor ons om een beeld te vormen. Wat kunnen we nu met zekerheid zeggen over het gebeurde?

luk1-11Ik begin met de achtergrond van de Here Jezus. In Matteus 13:55 wordt Hij aangeduid als “de zoon van de timmerman”. Hieruit zouden we kunnen afleiden dat Jozef – en later ook Jezus – een timmerman zou zijn geweest. Maar zo eenvoudig is het niet. Het Griekse woord dat hier wordt gebruikt, is tekton (we vinden dit ook terug in ons woord architect). Hoewel onze vertaling hier kiest voor het woord timmerman, weten we dat dit woord in het Palestina van die tijd ook werd gebruikt voor huizenbouwer, metselaar of steenbewerker. Daarbij komt dat hout in die streken een schaars product was, dat in de bouw nauwelijks werd toegepast. Steen was het hoofdbestandsdeel bij de bouw van huizen. Wanneer we kijken naar de woorden van de Here Jezus, zien we dat Hij niet één enkele keer refereert aan het handwerk van een timmerman. Dat moet toch te denken geven. Een leraar maakt immers bij zijn onderwijs graag gebruik van voorbeelden uit zijn eigen leefwereld. In plaats daarvan zijn veel van de woorden en gelijkenissen die Jezus noemt, ontleend aan de leefwereld van een bouwvakker of een steenbewerker. Mogen we dit niet zien als een belangrijke aanwijzing voor de achtergrond van de Here Jezus? Ik denk van wel.

luk1-12

Als dit waar is, krijgt het stadje Bethlehem ook een heel andere betekenis. Verschillende bronnen maken melding van het feit dat Bethlehem destijds een plaats was, die veel bouwvakkers telde en op dit gebied een uitstekende reputatie had opgebouwd. Eigenlijk was dit aan het begin van de twintigste eeuw nog steeds het geval. Bethlehem lag dichtbij Jeruzalem en daar werd altijd wel gebouwd. Bovendien waren veel bouwvakkers werkzaam als seizoenarbeiders. Zij namen overal werk aan en verbleven daardoor gedurende een bepaalde periode in een ander deel van het land. Vooral ongehuwde, jonge mannen konden om deze reden lange tijd van huis zijn. Het is heel goed mogelijk dat Jozef één van hen is geweest en dat dit de reden was, dat hij in Nazareth is terecht gekomen. Historici hebben ontdekt dat er in die tijd en in die omgeving een groot, langlopend bouwproject is geweest. Daar zou Jozef goed betaald werk hebben kunnen verrichten en Maria hebben leren kennen. Hieruit kunnen wij dan weer de conclusie trekken dat Bethlehem niet alleen de plaats van Jozefs voorouders, maar ook zijn feitelijke woonplaats is geweest. Jozef woonde in Bethlehem. Dit klopt precies met de woorden die Lucas in 2:3 schrijft over de volkstelling: ieder moest zich laten inschrijven in zijn stad. In het grote Romeinse rijk was het ondoenlijk om iedereen naar de plaats van zijn voorouders te laten reizen om zich daar te laten inschrijven. Dit diende ook geen praktisch doel en zo waren de Romeinen wel ingesteld.

Voor Jozef was Bethlehem de plaats waar hij familie- en vrienden had achtergelaten. Familie en vrienden waar hij aan het einde van het seizoen ook weer naar kon terugkeren. Familie die naar de gewoonte van die tijd vrijwel zeker een stuk grond in bezit moet hebben gehad. Dit verklaart waarom Jozef zich na zijn verblijf in Egypte met vrouw en kind definitief in Bethlehem wilde vestigen, zoals Matteus  2:22 suggereert. Er waren daar voldoende voorzieningen om zich met zijn gezin te vestigen en een bestaan op te bouwen. Het was uitsluitend vanwege de dreiging die uitging van de opvolger van koning Herodes, dat zij dit niet hebben gedaan en in Nazareth zijn gaan wonen.

luk1-13Dit werpt een ander licht op het verhaal van de herberg die hen geen plaats kon bieden. Omdat Jozef familie in Bethlehem had, was het helemaal niet nodig dat zij in een herberg zouden overnachten. Het is niet de Bijbel die hier de mist in gaat, maar onze vertaling. Het Griekse woord kataluma wordt in onze Bijbel ten onrechte met herberg vertaald. De letterlijke betekenis van kataluma is ‘zich neervlijen’, maar het is heel moeilijk om hiervoor een Nederlands equivalent te vinden. In feite wordt hiermee een soort gastenkamer bedoeld, een plaats waar logees de nacht konden doorbrengen. Een dergelijke voorziening maakte deel uit van de Oosterse gastvrijheid. Wat wij ons hierbij moeten voorstellen, is geheel afhankelijk van de context waarin het wordt gebruikt. In Lucas 22:11 wordt dit woord gebruikt om een opperzaal aan te duiden, maar bij een gemiddelde arbeiderswoning is het heel goed mogelijk dat men hiermee doelde op een kleine uitsparing in de kamer waar net een persoon kon liggen. Volgens Lucas 2:7 was de kataluma in het huis waar Jozef en Maria verbleven, te klein om hen drieën een slaapplaats te bieden.

luk1-14

Om deze reden werd het kind door Maria in een phatne gelegd, een woord dat in onze vertaling wordt weergegeven met ‘kribbe’. Wie op internet hiernaar op zoek gaat, kan op een aantal plaatsen een prachtige alternatieve uitleg tegenkomen (die bij nader onderzoek in de meeste gevallen gewoon van elkaar gekopieerd zijn). Het woord phatne wordt dan naast de betekenis ‘voederbak’ ook vertaald als ‘bewaarplaats voor voedsel’. Men kiest voor deze vertaling, omdat Jozef en Maria er – als vrome Joden – absoluut niet aan gedacht zouden hebben om hun kind in een onreine voederbak voor dieren te leggen. Stel je voor dat er een kameel uit gegeten zou hebben! Nee, volgens deze uitleg zou een Jood in die dagen bij het woord phatne in eerste instantie hebben gedacht aan een bewaarbak voor brood. Een broodmand. Jozef en Maria zouden het baby’tje niet in een kribbe, maar in een broodmand gelegd hebben. Als we dit tot ons laten doordringen, krijgen de woorden van de Here Jezus, dat Hij ‘het brood des levens’ is, wel een hele speciale betekenis. Hij zou dit niet alleen maar als metafoor hebben bedoeld, maar daarmee ook hebben willen verwijzen naar zijn allereerste rustplaats op deze aarde. Een baby in een broodmand. In een plaats die letterlijk Huis van Brood betekent: Bethlehem.

Ik vind deze uitleg zo mooi dat ik zou willen dat hij waar was. Ik heb daarom mijn uiterste best gedaan om hiervoor bewijzen te vinden en ben op zoek gegaan naar plaatsen in de Griekse literatuur waar het woord phatne in de betekenis van ‘broodmand’ wordt gebruikt? Ik heb er een groot aantal woordenboeken, bijbelcommentaren en theologische boeken op nageslagen, maar ben niet eenmaal een citaat tegengekomen, waarin het woord phatne op deze manier wordt gebruikt. Jammer! Totdat het tegendeel blijkt, houd ik het er daarom op dat Jozef en Maria hun baby in een voederbak hebben gelegd, die voor dieren werd gebruikt.

luk1-15

Dat betekent alleen niet dat wij daarom nu maar kunnen concluderen dat zij hun intrek in een stal hebben genomen. Nergens in de geboorteverhalen wordt er gesproken over een stal, laat staan dat er iets gezegd wordt over de aanwezigheid van dieren. Dit is een overlevering die pas veel later is ontstaan. Een verzinsel dus. De Here Jezus is niet in een stal geboren. In een oosters huis woonden mens en dier meestal onder één dak. Het gezin woonde in een soort opkamer, terwijl het vee zich in een lager gelegen deel bevond. Over het algemeen was er weinig tot geen meubilair in de huizen aanwezig. De Bijbel vertelt ons niet waar Maria zich heeft teruggetrokken om het kind te baren. Misschien hebben ze iets geïmproviseerd. Misschien is de familie van Jozef tijdelijk weggegaan. We weten het niet. Er staat alleen dat het gastenverblijf voor hen te klein was en dat zij het kind daarom in een kribbe hadden gelegd. Het is heel goed mogelijk dat zij deze uit het lager gelegen gedeelte van het huis hebben weggehaald en tijdelijk in de woonkamer hebben geplaatst. Maar als het erop aankomt, weten wij het niet.

Mensen die denken dat met de kribbe een broodmand wordt bedoeld, denken dat hierin het brood werd bewaard dat werd meegenomen in de tent die werd gebouwd voor het Loofhuttenfeest. Jozef en Maria zouden dan hun intrek hebben genomen in een Loofhut. Dit zou meteen een goede verklaring zijn voor het feit dat de herders de baby ‘s nachts hebben kunnen vinden. De engelen hadden hen immers geen adres meegegeven en het lijkt niet erg geloofwaardig dat zij ‘s nachts op elke deur hebben aangeklopt om te kijken of er in dat huis misschien een baby was geboren. Een loofhut had een open structuur waar je doorheen kon kijken. Hierdoor was het vrij gemakkelijk om te zien wie erin zaten, zeker als er binnen een lampje zou branden.

Toen ik dit las, dacht ik opnieuw: Tjonge, als dit toch eens waar zou zijn! Dan zou de symboliek van het Loofhuttenfeest zijn vervulling vinden in de geboorte van de Messias. Dat zou geweldig zijn!? Maar het gaat er niet om wat ik geweldig vind, maar om wat de Bijbel ons laat weten. En als ik dan eerlijk ben, dan denk ik met wat ik nu weet dat de Bijbel onvoldoende aanleiding geeft om tot een dergelijke conclusie te komen. Het woord voor Loofhut komen we in de geboorteverhalen niet tegen. En zou Lucas geen melding hebben gemaakt van het Loofhuttenfeest als Jezus precies in deze periode was geboren? Zoiets zou je wel mogen verwachten, denk ik. En wat de herders betreft: nergens staat dat Jozef en Maria op het laatste nippertje in Bethlehem zijn aangekomen. Integendeel, het lijkt er veel meer op dat zij er al even waren. Als dit klopt, dan is het heel goed mogelijk dat het gerucht van een hoogzwangere vrouw in de familie van Jozef hen al had bereikt en zij precies wisten waar zij in het kleine dorp een baby moesten zoeken.

luk1-16

Al deze overwegingen zetten ons stil bij de volgende vraag en daarmee komen wij eindelijk uit bij de schriftlezing van deze overdenking: Wanneer was Jezus eigenlijk geboren? Is dit – zoals het lied ons wil doen geloven – inderdaad ‘middenin de winternacht’ geweest? Op 25 december? Ik liep al snel tegen een paar contra-indicaties aan.

In de eerste plaats was het in december te koud om nog met de kudde buiten te zijn. Meestal brachten de herders hun kudde rond half oktober naar de stal om ze te beschermen tegen het koude, regenachtige weer dat in de periode daarna zou overheersen (vgl. Hoogl. 2:11, Matt. 24:20, Ezra 10:9, 13).

In de tweede plaats was het winterseizoen niet de meest geschikte periode om te reizen. Het is maar de vraag of de Romeinen in deze periode een volkstelling zouden plannen, maar het is ronduit ondenkbaar dat Jozef in deze periode met zijn hoogzwangere vrouw een reis van een paar dagen zou maken.

De geschiedenis leert ons dat het kerstfeest pas sinds de vierde eeuw op 25 december wordt gevierd. Het is keizer Constantijn geweest die de geboorte van de Here Jezus heeft gekoppeld aan het door de Romeinen gevierde zonnefeest en het Germaanse en Noorse midwinterfeest. Waarschijnlijk heeft men met deze maatregel gemeend dat de populariteit van deze feesten zou kunnen helpen om het christendom te verspreiden. De kans is dus heel erg klein dat de Here Jezus werkelijk op 25 december is geboren.

luk1-17

Maar wanneer heeft Zijn geboorte dan plaatsgevonden? Lange tijd heeft men gemeend dat hierover niets gezegd kan worden. Toch geeft de Bijbel ons in Lucas 1:5 een aanwijzing waarmee wij mogelijk iets verder kunnen komen. Op internet wordt deze breed uitgemeten, vandaar dat ik hem ook hier wil behandelen. Op het eerste oog lijkt het om een nietszeggende mededeling te gaan: Zacharias was een priester die behoorde tot de afdeling van Abia. Maar de Bijbel is zelden nietszeggend. Met deze informatie kunnen we in het Oude Testament meer te weten komen over de periode waarin dit zich afspeelde. Ik zet de feiten kort op een rijtje.

  • In 1 Kronieken 24 wordt de inrichting van deze afdelingen beschreven. In totaal waren er vierentwintig afdelingen. De afdeling van Zacharias was de achtste op rij (vers 10).
  • In 1 Kronieken 28:11-13 wordt aangegeven dat deze afdelingen worden ingezet voor het dienstwerk in het huis des Heren.
  • In 1 Kronieken 9:25-32 lezen we dat de diensten van deze afdelingen op bepaalde tijden plaatsvonden en zeven dagen duurden. Daarbij vond de wisseling van de wacht telkens plaats op de sabbat.

Een Joods jaar dat de loop van de maan volgt, telt 51 weken. Dit betekent dat iedere afdeling tweemaal per jaar een week dienst moest doen. Tweemaal vierentwintig is achtenveertig weken. Slechts drie weken hoefden dan nog te worden ingevuld. Hoe dit werd gedaan, kunnen we afleiden uit Deut. 16:16: ‘Driemaal per jaar zal ieder die onder u van het mannelijk geslacht is, voor het aangezicht van de Here, uw God verschijnen op de plaats die Hij verkiezen zal: op het feest der ongezuurde broden, op het feest der weken en op het loofhuttenfeest….’ De conclusie ligt voor de hand: tijdens deze drie feesten was de drukte in Jeruzalem zo groot dat alle afdelingen dienst moesten doen. Iedere afdeling verrichtte dus in totaal vijf weken per jaar dienst in de tempel.

In Lukas 1: 8 staat dat Zacharias diende ‘in de beurt zijner afdeling’. Hij was lid van de achtste afdeling. Dat betekende dat het de achtste week van de eerste of tweede cyclus was, in het late voorjaar of in het late najaar. In de prachtige verhalen die we op internet aantreffen, wordt de tweede cyclus als mogelijkheid meestal buiten beschouwing gelaten, maar daar is geen aanleiding voor.

Eigenlijk zou ik nu een uiteenzetting moeten houden over de Joodse jaarindeling, maar als we rekenen vanaf de eerste week van de eerste maand van het Joodse religieuze jaar en we tellen daar de roosterweken, feestweken en veertig weken zwangerschap bij elkaar op, dan moet Johannes de Doper omstreeks het paasfeest, in het voorjaar, zijn geboren en de Here Jezus een half jaar later, in het najaar, inderdaad: omstreeks het Loofhuttenfeest…

Maar als Zacharias niet in de eerste, maar in de tweede cyclus aan het werk is geweest, dan vallen beide data precies andersom uit. Dan is Johannes in september geboren en de Here Jezus in maart. De Bijbel geeft niet duidelijk aan of Zacharias in zijn eerste of tweede cyclus aan het werk was. We moeten met onze conclusies daarom voorzichtig zijn.

  • Persoonlijk geef ik de voorkeur aan de eerste cyclus omdat het veel meer voor de hand ligt om een volkstelling in het najaar te plannen omdat de economische bedrijvigheid dan wat tot rust is gekomen en de wegen nog goed begaanbaar zijn.
  • Bovendien past het beter bij het moment waarop Jozef naar Bethlehem terugkeert: als het werk van het seizoen erop zit.
  • Het klopt ook beter met het moment van lijden en sterven van onze Heer. Jezus is ongeveer op dertigjarige leeftijd met Zijn bediening begonnen en heeft bijna 3,5 jaar predikend door het land heengetrokken. Als we dit terugrekenen, komen we ook ongeveer in september uit.

luk1-18

Inmiddels ziet ons kerstverhaal er al heel anders uit. We hebben Jozef nu leren kennen als een bouwvakker uit Bethlehem die in Nazareth seizoensarbeid heeft verricht en daar met Maria in contact is gekomen. De twee zijn verliefd geworden en hebben besloten om te gaan trouwen. Zij hopen in Bethlehem een bestaan op te kunnen bouwen. Aan het einde van het seizoen vertrekken zij daarom uit Nazareth, zodat Jozef nog op tijd kan voldoen aan de verplichting om zich te laten inschrijven. Maria is inmiddels hoogzwanger. Nadat zij in Bethlehem zijn aangekomen, nemen zij hun intrek bij de familie van Jozef en wordt hun eerste kind geboren.

Het kleurrijke kerstverhaal dat wij allemaal kennen, is hiermee teruggebracht tot een geschiedenis over een man en een vrouw die van Nazareth naar Bethlehem verhuizen en vlak na hun aankomst een kind krijgen. Na het afpellen van alle romantische schillen blijft er slechts een onooglijk en onopvallend verhaal over. Het kan bijna niet gewoner en alledaagser. Zelfs mijn pogingen om de geboorte van de Here Jezus te koppelen aan de Joodse feestdagen, zijn op niets uitgelopen. Is dit dan de boodschap die ik u met deze overdenking wil meegeven: Maak u niet druk, er is niets bijzonders aan de hand? Integendeel. Ik ben ervan overtuigd dat we door het weglaten van alle toeters en bellen scherper gaan zien waarom het hier eigenlijk gaat.

Als ik nu de Bijbelse geboorteverhalen lees, dan zie ik behalve een belangrijke historische gebeurtenis dat deze gebeurtenis zich voltrekt middels situaties waarin ik ook terecht zou kunnen komen. Hele gewone situaties met hele gewone mensen. En ik wordt geraakt door de manier waarop de mensen in deze verhalen hierop reageren.

Deze hele gewone situaties met hele gewone mensen worden door God op een hele bijzondere wijze bijzonder gemaakt. Hij stuurt Zijn engelen, laat Zijn profetieën spreken, geeft openbaringen in dromen. Al deze bijzondere manifestaties wijzen maar naar één ding: de komst van de Messias, Gods Zoon. En het merkwaardige is: de mensen begrijpen het.

Neem bijvoorbeeld de herders in het veld. Ineens staat daar die engel voor hen, omstraald door de heerlijkheid des Heren. En alsof dat nog niet bijzonder genoeg is, zien zij even later dat hij in gezelschap is van een hemelse legermacht die God de lof toebrengt. Dat moet een indrukwekkend schouwspel geweest zijn!

In opdracht van de engel gaan de herders vervolgens naar Bethlehem en treffen daar Maria, Jozef en het kind aan. Eigenlijk doet het er ook niet zoveel toe of zij door hen in een stal of in een huis worden aangetroffen, wanneer zij weer naar hun kudde terugkeren, loven en prijzen zij God ‘om alles wat zij hadden gehoord en gezien, gelijk het hun door de engel was gezegd’. Het buitengewone, dat zij hadden gezien, was niets vergeleken bij het gewone dat zij hadden mogen aanschouwen.

Ik ben bang dat als u en ik deze ervaringen zouden hebben gehad, wij een heel ander verhaal zouden hebben verteld. Wij zouden misschien iets hebben gezegd in de trant van: “Luister eens. Wij hebben vannacht een pasgeboren baby bezocht, maar weet je hoe dat kwam? Nou, dat zal ik je eens haarfijn uit de doeken doen. Toen wij bij het vuur op onze kudden zaten te passen, is ons een engel verschenen. Enne…” De rest kunt u, denk ik, zelf wel invullen.

Maar de herders reageren zo niet. Zij hebben op de een of andere manier gezien dat die gewone baby heel bijzonder is. Zó bijzonder dat zelfs de engelen er in al hun glorie bij in het niet vallen.

Hoe komt dat? Wat was er dan zo bijzonder aan die baby? Had hij misschien een stralenkransje boven zijn hoofd, zoals we in veel Middeleeuwse schilderijen zien?

Ik denk het niet. Ik denk dat er noch aan Jozef, noch aan Maria, noch aan de kleine baby iets bijzonders te zien geweest is. Misschien dat als u en ik de baby zouden hebben bezocht, wij het een dag later weer vergeten zouden zijn. Het leven gaat door, immers. Maar de herders vergaten het niet. Zij geloofden en kwamen daardoor als vanzelf tot aanbidding. Dit is waar het volgens mij bij het kerstfeest om zou moeten gaan. Als wij hen hierin zouden kunnen volgen, hebben wij begrepen waar het om gaat…

banner_mjdehaan_2010

Aantal keren bekeken: 418

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *