2 Kon. 2-23-25 – Kaalkop, ga op!

Soms weet je je met een Bijbelgedeelte niet goed raad. Wat moet je bijvoorbeeld met het verhaal waarin jongeren de profeet voor “Kaalkop” uitschelden en vervolgens “voor straf” door een beer worden verslonden?

2ko02-01
2ko02-02
2ko02-03

Ik kan mij nog heel goed herinneren dat ik voor het eerst van dit Bijbelverhaal hoorde. Dat was in de vierde klas van de lagere school, tegenwoordig zouden we zeggen: groep zes van de Basisschool. De juffrouw was een strenge vrouw die de kinderen uit de klas regelmatig sloeg. Wanneer één van hen zich maar even misdroeg, was hij aan de beurt. Dan daalde er een regen van klappen op zijn hoofd neer en prevelde zij aan één stuk door: ‘Jij miserabele jongen!’. Ik denk dan ook dat dit Bijbelgedeelte haar op een bijzondere manier heeft geïnspireerd. Op indringende wijze vertelde zij ons hoe een groep kinderen het leven van de profeet zuur maakte en hem lelijke scheldwoorden naar het hoofd slingerde. Scheldwoorden die te maken hadden met zijn uiterlijk. Kale! Maar zij hadden net zo goed kunnen roepen: Schele! Rooie! Brillie! Beugelbekkie!

Als u erbij was geweest, had u kunnen zien hoe de kinderen in de klas zich probeerden te verbergen door weg te schuilen achter te rug van degene die vóór hen zat. Iedereen wist wat er komen ging. Op niet mis te verstane wijze maakt zij ons duidelijk hoe fout het was om je niet te gedragen en andere mensen te pesten en uit te schelden. ‘Stel je voor dat God jullie hiervoor ook op deze manier zou straffen! Gruwelijk, maar wel verdiend!’ Deze vertelling heeft een diepe indruk bij mij achtergelaten. Het is niet voor niets dat ik het nooit meer vergeten ben. Het was een indrukwekkende geschiedenis die op een indrukwekkende manier werd verteld. Maar was het ook Bijbels? Daar wil ik het in deze overdenking met u over hebben.

2ko02-04

Als volwassenen anno 2009 lezen wij dit Bijbelgedeelte toch met iets andere ogen.

  • Sommigen van u vinden wij het misschien wel ongeloofwaardig dat tweeënveertig kinderen door twee berinnen worden verscheurd, vanwege het feit dat zij de profeet hebben uitgescholden. In het boek ‘Dierenleven en de Bijbel’ wordt over deze gebeurtenis gesproken als ‘een bloederig verhaal, dat zijn weerga niet heeft in de wereldgeschiedenis en de natuurhistorie’. Beren zijn enorm sterke dieren, maar staan niet bepaald bekend om hun agressieve gedrag jegens mensen. Is het dan wel aannemelijk dat twee beren hier tweeënveertig slachtoffers maken? Nico ter Linden gaat in zijn Bijbelvertelling ‘Het verhaal gaat…’ bijna geheel aan deze geschiedenis voorbij. Het enige dat hij hierover zegt, is dat het ‘een grimmig sprookje is dat vertelt hoe het de kinderen Israëls zal vergaan die God en zijn profeet minachten.’ Met andere woorden: de onderliggende boodschap is belangrijk, maar het voorval zelf is niet echt gebeurd.
  • Anderen zijn misschien geschokt door het feit dat tweeënveertig kinderen zo maar door twee berinnen worden verscheurd vanwege het feit dat zij de profeet hadden uitgescholden. Als dit voorval wèl echt is gebeurd, dan is dit toch een bizarre straf? Het kan toch niet zo zijn dat Elisa alleen maar op deze manier hiertegen kon optreden? Had het niet wat minder gekund? Had hij niet gewoon kunnen doen alsof hij niets hoorde en weglopen? Zo’n overtrokken reactie past toch niet bij een man Gods? Dit is het gedrag van iemand met een kort lontje. Vandaag de dag zouden wij dit ‘zinloos geweld’ noemen.
  • Weer anderen gaan met hun vragen misschien nog wel een spaatje dieper en onderkennen dan God achter dit alles moet zitten. Zij vragen zich af of dit wel een reactie is, die past bij de God die zij dienen, en als dit zo is, of zij deze God wel willen dienen. Onze God is toch een God van liefde? Hoe kan Hij dan bij zoiets vreselijks betrokken zijn?

In deze overdenking wil ik bij elk van deze vragen kort stilstaan.

2ko02-05

Hebben wij hier te maken met een ongeloofwaardig verhaal? De meesten van ons houden er een geromantiseerd beeld van de beer op na. Wij denken dan aan Winnie de Poeh die zo van honing houdt, of aan de lapjesbeer die wij vroeger naast ons in bed hadden. Voor ons is iedere beer eigenlijk een knuffelbeer. Wij kunnen ons niet voorstellen dat hij iemand kwaad zal doen.

Een tijdje terug heb ik op televisie de film ‘Grizzly Man’ gezien. Deze documentaire gaat over een man die helemaal gek was van beren en dertien jaar lang onder hen heeft geleefd. Hij voelde zich bij hen meer thuis dan bij mensen. Telkens wanneer hij weer even in de stad was, kreeg hij heimwee naar de wildernis en wist hij niet hoe snel hij weer naar ‘zijn’ dieren moest terugkeren. Toch zijn hij en zijn vriendin uiteindelijk door deze dieren om het leven gebracht en voor een deel opgegeten.

Beren zijn ontzettend sterk en razendsnel. Zij kunnen met gemak een snelheid van 50 of 60 kilometer per uur bereiken. Zij hebben grote klauwen met lange, scherpe nagels waarmee zij flink kunnen uithalen. Omdat zij de neiging hebben om mensen uit de weg te gaan, staan zij bekend als ‘gevaarlijk, maar niet direct bedreigend’. Hierop is echter één uitzondering. Wanneer een berin jongen heeft, gedraagt zij zich ten opzichte van haar kroost heel erg beschermend. Wanneer zij iets of iemand als een bedreiging ervaart, gaat zij onmiddellijk tot de aanval over. De Bijbel weet waartoe het dier dan in staat is. In Hosea 13:8 staat: “Ik val hen aan als een van jongen beroofde berin, Ik rijt hun borstkas open.” En dat is nu precies wat er in deze geschiedenis is gebeurd.

2ko02-06Toch blijft het onvoorstelbaar dat twee berinnen tweeënveertig slachtoffers maken, mompelt de scepticus dan. Ik moet zeggen dat ik er lang naar heb gezocht, maar ik heb inderdaad geen ander incident kunnen vinden waarbij een beer zoveel slachtoffers heeft gemaakt. Maar betekent dit dan ook dat het onmogelijk is? Zou het niet kunnen zijn dat de groep zo groot was dat men heeft gedacht dat zij deze twee beren wel konden overmeesteren? In plaats van heel hard weg te lopen, heeft men zich dan bovenop deze beesten geworpen. Helaas had men niet gerekend op de enorme woede die zich van deze dieren meester had gemaakt. De twee berinnen hoefden alleen nog maar met hun poten om zich heen te slaan. Succes verzekerd!

2ko02-07Weet u, we kunnen rationaliseren wat we willen, maar uiteindelijk zullen wij toch moeten toegeven dat er in deze geschiedenis sprake is van een wonder. Hier is iets gebeurd dat heel bijzonder is. Zelfs al waren er maar twee slachtoffers gevallen dan nog is het heel uitzonderlijk dat deze beren op dit specifieke moment tevoorschijn kwamen en tot de aanval overgingen. Wanneer wij dit ongeloofwaardig vinden, dan vinden wij de hele Bijbel ongeloofwaardig, want de Bijbel staat vol met dergelijke wonderen. Wij kunnen de betrouwbaarheid van deze geschiedenis alleen maar aanvaarden vanuit het besef dat er Iemand is die alles in Zijn Hand heeft.

2ko02-08

Onze eerste vraag ging over de betrouwbaarheid van het gebeurde. We willen nu een kort moment stilstaan bij de aard van het gebeurde, want dat lijkt minstens even onbegrijpelijk. Waarom was zo’n heftige reactie nodig? Hebben wij hier niet te maken met zinloos geweld? Om hier achter te komen, is het nodig om op vier woorden die wij in onze vertaling tegenkomen, een nadere toelichting te geven. Wat wordt er bedoeld met ‘kleine knapen’? Wat wordt er bedoeld met: ‘Kaalkop, ga op!’ Wat wordt er bedoeld met ‘vervloeken’? En wat wordt er bedoeld met ‘verscheuren’?

In het Hebreeuws wordt voor ‘kleine knapen’ de uitdrukking ‘nahar qatan’ gebruikt. We komen deze uitdrukking ook tegen in 1 Sam. 16. Hier slaat deze uitdrukking op David die de reus Goliath verslaat. Ik denk dat wij het erover eens zijn dat David ten tijde van dit voorval geen klein kind meer was. In 1 Kon. 3 komen we dezelfde uitdrukking tegen voor Salomo. Hij was op dat moment net koning over Israël geworden en ook geen kind meer. Het lijkt er daarom op dat met de uitdrukking ‘nahar qatan’ net zo goed een jongvolwassene kan worden bedoeld. Hierdoor wordt de beeldvorming van dit Bijbelgedeelte al behoorlijk veranderd. In plaats van een groep kleine kinderen hebben wij nu te maken met een welkomstcomité van jonge mannen. Als wij daarbij in overweging nemen dat Betel in die dagen een bolwerk van afgoderij was, dan belooft hun aanwezigheid niet veel goeds. Ineens hangt er een uitgesproken grimmige sfeer over ons tekstgedeelte heen.

2ko02-09Dat wordt versterkt door de verwensingen die zij Elisa toeschreeuwen. Letterlijk staat er niet ‘kaalkop’, maar: Kale! Uitleggers geven hiervoor verschillende verklaringen. Sommigen menen dat dit een verwijzing was naar het feit dat Elisa kaal was. Aangezien de profeet op dat moment een jonge man was van nog geen dertig jaar, lijkt dit niet erg aannemelijk. Volgens anderen is dit een verwijzing naar een soort tonsuur, een geschoren plek op het hoofd dat diende als kenmerk van een profeet. Ook dit lijkt niet erg aannemelijk, aangezien men destijds in de openlucht meestal het hoofd bedekte om zich tegen de zon te beschermen. Weer anderen leggen een verband met melaatsheid, wat ook vaak tot kaalheid leidt. Je zou deze kreet dan kunnen vertalen met de verachtelijke en spottende uitroep: Hé, melaatse! Persoonlijk ben ik geneigd om te zeggen dat men voor de uitroep ‘Kale’ heeft gekozen om het contrast met Elia te benadrukken. In 2 Koningen 1:8 wordt Elia letterlijk beschreven als een ‘behaarde man’ en Elisa, met zijn veel jongere uitstraling, voldeed niet aan dat profiel, ook al had hij de mantel van zijn voorganger om zijn schouders hangen. De uitdrukking ‘Kale!’ krijgt dan de lading mee van ‘Nepprofeet!’ Dit wordt nog versterkt door de woorden die daarop volgen: ‘Ga op!’ Hiermee wordt dan gedoeld op het vertrek van Elia die in een storm ten hemel is gevaren. De verwensing ‘Kaalkop, ga op!’ krijgt dan de betekenis van ‘Nepprofeet, ga Elia maar achterna! Dan zijn wij van je af!’

2ko02-10

Op dat moment draait Elisa zich om en vervloekt de groep jongeren die om hem heen staat. Nergens lezen we dat hij boos wordt of zijn geduld verliest. Wie meent dat Elisa hier een kort lontje zou hebben, houdt zich dus bezig met inlegkunde. Zijn reactie wordt in de Bijbel heel feitelijk beschreven. Deze groep jonge mannen kwam hem op een uitdagende wijze verwelkomen en wilde hem niet erkennen als de profeet die door God naar hen is gezonden. Daarmee hadden zij niet alleen hem, maar ook God belachelijk gemaakt. Het Hebreeuwse woord dat voor zijn reactie wordt gebruikt is ‘qalal’. Het Hebreeuws kent twee woorden voor ‘vervloeken’: ‘qalal’ en ‘arar’. Arar’ is verwant met het Hebreeuwse ‘rir’ dat ‘speeksel’ betekent. Wanneer dit woord wordt gebruikt, heeft vervloeken meer de betekenis van ’ergens op spugen’.

Het woord dat hier wordt gebruikt – Qalal–  betekent eigenlijk ‘licht maken’, gering maken, of iets scherper nog: ‘van zijn invloed beroven’. Het is het tegenovergestelde van ‘ergens gewicht aan toekennen’. De rechtvaardige heeft ‘gewicht’, maar degenen die niet naar God plan willen wandelen, worden met qalal ‘gewichtsloos’ gemaakt. Zij mogen geen gewicht meer in de schaal leggen. Als zij met een qalal worden vervloekt, worden zij als het ware van hun invloed beroofd. Ten diepste zou je daarom kunnen zeggen dat een qalal die tegen het kwaad wordt ingezet, uiteindelijk een zegenbrengende uitwerking heeft, want hij wordt ingezet om een boosaardige invloed op dood spoor te brengen.

2ko02-11Het woord ‘vervloeken’ zouden we daarom in dit verband ook kunnen vertalen met de wens om deze kwade invloed weg te nemen. Op dat moment voltrekt zich het wonder van de twee berinnen. “Toen kwamen er twee berinnen uit het woud en verscheurden tweeënveertig van die ‘kinderen’” Het woord dat hier voor ‘verscheuren’ wordt gebruikt, betekent niet per definitie dat alle slachtoffers om het leven zijn gekomen. Het woord duidt erop dat de slachtoffers ernstig werden verwond. Misschien hebben zij daarbij het leven gelaten, maar misschien ook niet. Wij weten het niet.

2ko02-12

Toch geeft deze nuancering een ander beeld van het soort geweld dat hier heeft plaatsgevonden. We zien nu hoe de profeet Elisa wordt bedreigd door een grote groep jongvolwassenen die hem vijandig en agressief bejegenen en in hem zijn goddelijke Zender belachelijk maken. Elisa weerstaat hen door hun lot met een qalal in Gods Hand te leggen, waarna de groep door twee berinnen wordt aangevallen en uiteengejaagd, met de nodige slachtoffers als gevolg.

Daarmee zijn we eigenlijk toe aan onze laatste vraag: Past dit gedrag wel bij de liefdevolle God die wij dienen…? Dit is misschien wel de allermoeilijkste vraag die wij vanmorgen kunnen stellen. En ik moet u eerlijk zeggen dat ik hem niet kan beantwoorden aan de hand van het gedeelte dat wij vanmorgen gelezen hebben. Daarvoor is het nodig dat wij deze gebeurtenis vanuit een groter geheel overzien.

2ko02-13

Ik moet hierbij denken aan het verhaal van de twee golfspelende mannen. Kent u dit verhaal? Ik zal het u vertellen, want dan begrijpt u waarom het nodig is om het geheel te kunnen overzien om één specifieke situatie goed te kunnen beoordelen.

Er waren eens twee mannen. Zij waren aan het golfen. Het speelveld bevond zich vlak naast de begraafplaats. Terwijl de mannen bezig waren, kwam er een rouwstoet aan. De zwarte wagens stopten bij de ingang van de begraafplaats en de inzittenden stapten uit. Zij vormden een rij en bleven wachten totdat de kist uit de voorste auto  was gehaald en op een kar geplaatst. Langzaam zette de rij zich in beweging en volgde de kar met de kist over de begraafplaats. Toen de stoet langs de twee golfende mannen liep, onderbrak één van hen zijn spel. Hij wendde zich naar de rij die langsliep, nam zijn pet af en boog zijn hoofd. Zwijgend bleef hij zo staan totdat iedereen aan hem voorbij was getrokken. Zonder iets te zeggen pakte hij zijn golfstick weer op en hervatte het spel. Toen de twee waren uitgespeeld en naar het clubhuis terugliepen, kon de andere man zich niet inhouden en sprak zijn bewondering uit voor de manier waarop hij respect aan de dode heeft bewezen. ‘Ach,’ zei de man, ‘dat is toch wel het minste wat je kan doen voor iemand waarmee je vijfendertig jaar getrouwd bent geweest.’

Om het gedrag van deze man op het golfveld écht te kunnen beoordelen, is het nodig dat wij iets meer van zijn leven afweten. Wat op het eerste gezicht heel respectvol lijkt, blijkt dan in werkelijkheid zeer verwerpelijk te zijn. Om onze laatste vraag te beantwoorden, is het nodig dat wij het tekstgedeelte van vanmorgen ook vanuit een groter geheel bezien. Hoe past deze gebeurtenis in het grote patroon van Gods plan? Kan iets wat op het eerste gezicht lijkt op een afschuwelijke wraakactie op een ander niveau een uiting zijn van Gods liefde?

2ko02-14Toen ik hierover nadacht, kwam ik er al snel achter dat het gebeuren bij Betel niet op zichzelf stond. De vergelding waarvan hier sprake was, bleek al te zijn aangekondigd in Leviticus 26:21. Het zal u misschien verbazen, hoe concreet de overeenkomst met ons tekstgedeelte is. Er staat het volgende geschreven: “Indien gij u tegen Mij verzet en naar Mij niet wilt luisteren, dan zal Ik u nog zevenmaal harder slaan, naar uw zonden. Ik zal het wild gedierte op u loslaten, dat u van uw kinderen zal beroven.” Treffender kan het niet, zou ik bijna zeggen.

2ko02-15Wat opvalt is dat deze uitspraak geen onderdeel uitmaakt van een banvloek, maar opgenomen is in een raamwerk dat in zijn geheel in het teken staat van zegen. “Indien gij in mijn nederzettingen wandelt en mijn geboden nauwgezet in acht neemt, dan zal Ik te rechter tijd uw regens geven, zodat het land zijn opbrengst geeft en het geboomte des velds zijn vrucht draagt.” (vs. 3). Dit is de toonzetting en de rode draad van het gedeelte. Even verderop belooft God zelfs dat Hij de wilde dieren – inclusief de berinnen, denk ik daar dan bij – uit het land zal uitroeien. (vs. 6) God heeft het goede voor ogen en daar horen ook de waarschuwingen en strafmaatregelen bij. Eigenlijk komen we zo’n zelfde patroon van beloften en waarschuwingen al tegen in Genesis 2: “Van alle bomen in de hof moogt gij vrij eten, maar van die ene boom, daarvan zult gij niet eten. Ten dage dat gij daarvan eet, zult gij voorzeker sterven.”

2ko02-16Uit het voorgaande mogen wij afleiden dat God de inwoners van Betel inderdaad heeft gestraft uit liefde. Hij heeft hen al het goede willen geven zolang zij zich maar zouden onthouden van afgoderij. Toen dit niet het geval bleek, bleef er geen andere mogelijkheid over dan te straffen. Hij heeft hen gestraft om Zijn volk weer op het rechte spoor te brengen en erger te voorkomen. Hij heeft hen gestraft terwijl Hij nog steeds het goede voor ogen had. Kortom, Hij heeft gestraft uit liefde.

2ko02-17Er is nog een ander groter geheel waaruit hetzelfde blijkt. Daarvoor is het nodig dat wij de gebeurtenis bij Betel in de onmiddellijke context van de eerste twee hoofdstukken plaatsen. De plaatsnamen die hier voorbij komen, vormen in dit verhaal de rode draad. Als we deze in kaart brengen – zoals op de dia – zien we dat dit gedeelte gaat over het afscheid van Elia en wat ik de inauguratie van Elisa zou willen noemen. Het hoogtepunt van dit gedeelte is de hemelvaart van Elia waarna Elisa het van hem overneemt. Hij raapt diens mantel van de grond en gaat precies dezelfde weg terug, die hij met zijn meester is gelopen. Aan het begin van zijn bediening vinden drie wonderen plaats. Het eerste wonder gebeurt als hij zich met de mantel van Elia een weg door de Jordaan baant. Hiermee overtuigt hij de profeten die aan de overkant staan te wachten dat hij inderdaad de opvolger van Elia is. Vervolgens gaat hij naar Jericho waar hij het water gezond maakt, zodat er geen misgeboorten meer voorkomen. De inwoners van Jericho erkennen hem en kloppen bij hem aan om hulp. Deze hulp geeft hij graag. We zien hier opnieuw dat het kader wordt gevormd door zegen. Daarna gaat hij door naar Betel waar het wonder van de berinnen plaatsvindt. Binnen het kader van zegen kan een afwijzing van de levende God niet bestaan en wordt er ingegrepen om dit te herstellen. Daarna reist Elisa door naar de Karmel, waar ten tijde van Elia deze zegen en vloek op dezelfde wijze bij elkaar zijn gekomen en vestigt zich in Samaria. De toon van zijn bediening is gezet en wij kunnen daar onze lering uit trekken.

2ko02-18

Ik sluit af met een paar vragen om te overdenken.

  1. Bent u een inwoner van Jericho of van Betel?
  2. In welke opzichten bent u als een Elisa? Of misschien wel niet?
  3. Kent u een nieuwtestamentisch voorbeeld van zegen en vloek?
  4. Hoe werkt dit in uw eigen leven?

banner_mjdehaan_2010

 

Aantal keren bekeken: 3006

Één reactie op “2 Kon. 2-23-25 – Kaalkop, ga op!

  1. Ik zocht een uitleg m.b.t. dit vers en kwam uiteindelijk hier terecht.

    Het afslachten van 42 kinderen een wonder noemen gaat mij wel heel erg ver. Daar kom je alleen maar door te beginnen met het geloof dat god alleen maar goede dingen doet ook al is het het afslachten van kinderen.

    Het vergelijk met Leviticus is ver te vinden. Het gaat daar namelijk om het afslachten van kinderen als straf voor hun ouders.

    Welk normaal denkend wezen zou kinderen laten afslachten als straf voor het uitschelden? Wat nog erger is het afslachten voor iets wat je ouders hebben gedaan. Maar ja, dat laatste kennen we van de zogenaamde zondvloed.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *