1 Joh. 5:5-13 – De wereld overwinnen

De eerste brief van Johannes stelt twee retorische vragen over onze positie ten aanzien van de persoon van de Here Jezus. Je zou denken dat het hier gaat om een oproep tot bekering, ware het niet dat deze vragen aan gelovigen worden gesteld. Wat hebben deze vragen ons te zeggen?

1joh05-01
1joh05-01
1joh05-01
1joh05-01
1joh05-01 Onze schriftlezing begint met een vraag: “Wie anders is het die de wereld overwint dan hij die gelooft dat Jezus de Zoon van God is?” Wij noemen dit een retorische vraag. Een vraag waarop geen antwoord wordt verwacht, omdat het antwoord al in de vraag besloten ligt – zoals hier – of omdat het antwoord zó voor de hand ligt dat niemand zich geroepen voelt om te reageren. “Zijn wij niet allen zondaars?” is ook zo’n vraag. Ik weet zeker dat niemand zich geroepen voelt om hierop antwoord te geven. Natuurlijk zijn wij allemaal zondaars, dat weet toch iedereen? En opnieuw klinkt hier een retorische vraag. Het is een vraag waar eigenlijk geen vraagteken, maar een uitroepteken achter zou moeten staan. In een retorische vraag wordt met klem iets vastgesteld waarvan wordt aangenomen dat iedereen het hierover met elkaar eens is.

1joh05-06In de eerste brief van Johannes treffen we twee retorische vragen aan die exact op dezelfde manier zijn opgebouwd, maar precies het tegenovergestelde aan de orde stellen. De eerste vraag hebben wij zojuist gelezen. De tweede vraag staat in 2:22: “Wie is de leugenaar anders dan hij die loochent dat Jezus de Christus is? Hier gaat de vraag over iemand die loochent dat Jezus de Christus is, terwijl de vraag in hoofdstuk 5 juist over iemand gaat, die gelooft dat Jezus de Zoon van God is.

1joh05-07

We hebben hier te maken met twee tegenovergestelde posities ten aanzien van de persoon van de Here Jezus. Kennelijk gaat het in de Johannesbrief over het al dan niet erkennen van de Here Jezus als Christus en als Zoon van God.

Hoe zit dat met ons? Hebben ook wij het nodig om hierop aangesproken te worden? Als u Jezus niet kent in uw leven, dan is het zeker nodig dat u zich door deze woorden laat aanspreken. Maar als u christen bent, dan denkt u wellicht dat deze woorden niet op u van toepassing zijn. Ik zou mij dat heel goed kunnen voorstellen. Als wij al in de Here Jezus geloven, waarom zouden wij hier dan nog bij moeten stilstaan? Toch denk ik dat het ook voor deze groep mensen heel goed is om te luisteren naar wat Johannes hierover te zeggen heeft, want op twee manieren wordt door hem aangescherpt waar wij in het geloof in de Here Jezus zouden moeten staan en dat doet hij op niet mis te verstane wijze.

1joh05-08

De eerste aanscherping zou ik willen aanduiden als: Doen wat Hij zegt. Om dit te illustreren heb ik vier verzen uit de brief van Johannes gelicht. Zij geven allemaal aan dat je niet bij Hem hoort als je niet doet wat Hij zegt. Net als in de brief van Jacobus verbindt Johannes het geloof in de Here Jezus  met onze werken.

  • 1:6 Indien wij zeggen dat wij gemeenschap met Hem hebben en in de duisternis wandelen, dan liegen wij en doen de waarheid niet. Toen Adam en Eva van de vrucht van de boom hadden gegeten, beseften zij dat zij met hun gedrag niet voor God konden verschijnen en verborgen zich voor Hem. Als ons gedrag niet in overeenstemming is met Zijn wil, is het onmogelijk om gemeenschap met Hem te hebben.
  • 1:8 Indien wij zeggen dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en de waarheid is in ons niet. Zeggen dat wij geen zonde hebben, is hetzelfde als zeggen dat de fout niet bij ons ligt. Daarmee geven wij aan dat wij Zijn genade niet nodig hebben en veronachtzamen het offer dat Hij voor ons heeft gebracht. Ook dit staat gemeenschap met Hem in de weg.
  • 2:4 Wie zegt: Ik ken Hem, en zijn geboden niet bewaart, is een leugenaar en in die is de waarheid niet. Het gaat er niet alleen om dat wij nalaten wat verkeerd is, maar ook doen wat goed is.
  • 2:9 Wie zegt in het licht te zijn en zijn broeder haat, die is in de duisternis tot nu toe. Hoofdstuk 2:6 vat het heel mooi samen: Wie zegt in Hem te blijven, moet ook zelf zo wandelen als Hij gewandeld heeft.

Zelfs het gebod om lief te hebben, kunnen we zien als een uitwerking van het Doen wat Hij zegt.  Als Johannes zegt: “Geliefden, laten wij elkander liefhebben, want de liefde is uit God”, stelt hij ons voor de keus om lief te hebben. Wij kunnen ons in deze tijd bijna niet meer voorstellen wat dit is. Voor ons besef is het onmogelijk om op bevel lief te hebben, omdat wij vinden dat daar als eerste impuls de emotie liefde onder moet liggen. Voor Johannes is het de keuze om de ander te zienzoals God hem of haar heeft bedoeld en daarnaar te handelen.

Wat denkt u? Hebben we – als we vanuit deze aanscherping naar onszelf kijken – iets aan deze woorden van de apostel Johannes? Is er iets in ons doen en laten waarvan we weten dat de HERE wil dat we hiermee anders zouden omgaan? Misschien heeft de Geest dit u al talloze malen ingefluisterd en heeft u Hem altijd weggewuifd met de gedachte ‘Nu niet. Dat komt nog wel een keer.’ Kunnen de volgende woorden van de apostel Johannes u dan misschien nu over de drempel trekken: “Ieder die deze hoop op Hem heeft reinigt zich, zoals Hij rein is” (3:3)?

1joh05-09De tweede aanscherping zou ik willen omschrijven als: Weet Wie Hij is. Om duidelijk te maken wat dit betekent, wil ik een ogenblik stilstaan bij de cryptische omschrijving die we in hoofdstuk 5:8 tegenkomen: “Hij is het die kwam door water en bloed: Jezus, de Christus; niet door het water alleen, maar door het water en het bloed.” Wat betekenen deze woorden? Ik ben bang dat we zonder de juiste achtergrondinformatie onmogelijk kunnen begrijpen wat Johannes met deze woorden heeft bedoeld. Daarom moeten we bij buiten-Bijbelse bronnen te rade gaan om hierover te weten te komen.

1joh05-10

Van de kerkvaders weten we dat Johannes zijn brief mogelijk heeft geschreven om de ideeën van een specifieke dwaalleraar te bestrijden. De naam van deze persoon was Cerinthus. Er is een verhaal bekend waarin de apostel Johannes een bezoek bracht aan het badhuis van Efeze. Toen hij daar per ongeluk deze man tegen het lijf liep, haastte hij zich naar buiten en raadde iedereen aan hetzelfde te doen: Maak dat je wegkomt; straks stort het gebouw in, want Cerinthus, de vijand van de waarheid is daarbinnen!

Deze Cerinthus beweerde dat de Here Jezus slechts een gewoon mens was en in geen geval de Zoon van God kon zijn. Volgens hem was hij gewoon de zoon van Jozef en Maria en werd Hij pas door God buitengewoon gemaakt op de dag dat Hij zich liet dopen en de Geest van Christus op Hem neerdaalde. Alleen door de verbinding met deze Geest was de (gewone) mens Jezus in staat om ongewone dingen te doen. Verder was Cerinthus ervan overtuigd dat geesten niet kunnen lijden. Om deze reden zou de Geest van Christus zich vóór het lijden en sterven van de Here Jezus van Hem hebben teruggetrokken en zou alleen de mens Jezus op Golgotha zijn gestorven. De volgelingen van Cerinthus bedienden daarom wel de doop, maar vierden geen avondmaal.

Wat Johannes met deze cryptische tekst heeft willen zeggen, is het volgende: als je in Jezus Christus gelooft, zorg er dan wel voor dat je in de complete Jezus gelooft. Laat je geloof zich niet beperken tot Zijn doop, maar hecht ook geloof aan Zijn lijden en sterven. Jezus is niet tot Gods Zoon gemaakt, Hij was het, van begin tot eind, of beter gezegd: Hij is het; Hij is de alfa en de omega, de eerste en laatste letter van het alfabet.

Ook voor ons geldt dat wij moeite hebben met de ‘complete’ Jezus. Tegenwoordig hoor je ook binnen evangelische gemeenten geluiden dat mensen het moeilijk vinden om te geloven in de maagdelijke geboorte van Jezus, of dat Hij zowel Gods Zoon als volkomen mens is. Waar mensen nog bewondering kunnen opbrengen voor Zijn onderwijs, kunnen zij niets beginnen met Zijn lijden en sterven. Altijd weer lijken wij eropuit om Jezus en in het verlengde daarvan ook God de Vader aan te passen aan onze normen en waarden in plaats van andersom. Velen komen niet verder dan de belijdenis: Jezus is mijn Vriend. Hoe ziet de Jezus waarin u gelooft, eruit? Is Hij een op uw maat gesneden karikatuur of staan wij ervoor open om Hem door het getuigenis van Johannes en de rest van de Bijbel heen te leren kennen als de Christus en de Zoon van God?

1joh05-11

 

Johannes doet het niet voor minder. Hij werkt zijn geloof uit in twee onopgeefbare componenten: [1] weten dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en [2] vanuit die wetenschap te handelen en zijn leven daarnaar in te richten. Dit is het wat voor hem het verschil maakt. Niet alleen voor hem, maar voor iedereen in alle tijden. Voor ons is dit niet anders. De Zoon van God is mens geworden omdat wij zo zeer in de ellende zaten dat wij geen uitweg meer zagen en het besef hiervan verandert ons leven.  Tot zo ver kunnen wij in zijn gedachtegang waarschijnlijk nog goed meekomen. Maar dan zegt Johannes in vers 5 iets opmerkelijks.

1joh05-12

Hij die dit gelooft overwint de wereld. Wow, wat een ambitie! Herkent u dat? Leeft die ambitie ook in ons hart? Ik zal u eerlijk zeggen dat het zelden voorkomt dat ik ’s morgens wakker word en mijn bed uit spring met de gedachte: Vandaag ga ik de wereld overwinnen! Meestal heb ik genoeg aan de meer alledaagse dingen die op mij af komen: mijn gezin, mijn werk. En soms lukt het mij zelfs daar niet om alles wat op mij afkomt, het hoofd te bieden. Hoe kan ik dan denken aan het overwinnen van de wereld?

Als ik zie welke positie de gemeente van Jezus Christus vandaag de dag in de wereld inneemt, krijg ik veeleer de indruk dat de wereld háár overwonnen heeft in plaats van andersom. Ik vind het steeds moeilijk om het onderscheid tussen de gemeente en de haar omringende wereld waar te nemen. En dan bedoel ik niet dat de wereld steeds meer de gestalte van de gemeente gaat aannemen. Integendeel. Ten opzichte van de ontwikkelingen in onze samenleving lijkt de gemeente nauwelijks meer relevant te zijn. Het geloven is verdrongen naar de marge van onze cultuur.

1joh05-13

Ik wil hierover twee dingen zeggen. Ten eerste: dit vers is niet de enige plaats waar Johannes spreekt over het overwinnen van de wereld. We komen deze uitdrukking ook tegen in Johannes 16:33, waar de Here Jezus aan het einde van zijn bediening is gekomen, zijn slotrede houdt en zijn discipelen tegen Hem zeggen dat zij eindelijk geloven. Jezus spreekt zich dan heel kritisch uit over hun geloof en voorspelt dat zij Hem allemaal zullen verlaten (zij handelen er niet naar!). Maar – zo bemoedigt Hij hen dan: Heb goede moed: Ik heb de wereld overwonnen.

Dat Johannes tegen de gelovigen zegt dat zij de wereld overwinnen, vloeit voort uit het feit dat Jezus de wereld heeft overwonnen. Hij heeft de wereld overwonnen en wij mogen Hem daarin volgen. Niet in onze eigen kracht, maar uit genade. Wij mogen ontvangen wat Hij heeft bewerkt. Maar hoe doen we dat dan?

1joh05-14

 

Wanneer we een klein stukje in het Evangelie van Johannes doorlezen, zien we hoe Jezus de overwinning op de wereld uitwerkt. In 17:2 staat dat de Vader Hem macht heeft gegeven over alle vlees, opdat Hij eeuwig leven geeft aan allen die de Vader Hem heeft gegeven. De overwinning van de wereld vindt plaats door het geschenk van het eeuwige leven. Precies hetzelfde lezen we in de Eerste Brief van Johannes. Wat mooi! Waar het gaat om weten en handelen gaat het om inspanningen die wij ons moeten getroosten, maar waar het gaat om het overwinnen van de wereld is het een inspanning die Jezus voor ons heeft verricht en mogen wij als het ware de oogst binnenbrengen. Je zou onze positie kunnen vergelijken met die van de supporters van de voetbalclub die de wereldbeker heeft veroverd. Wij hebben gewonnen, maar zij hebben het werk gedaan. Wij mogen de wereld overwinnen, maar Hij heeft het werk gedaan.

1joh05-15

Er rest ons nog één vraag: Wat moeten wij ons daarbij voorstellen dat het eeuwige leven de overwinning van de wereld betekent? Daarvoor is het nodig dat wij begrijpen wat het probleem van deze wereld is. Voor dit inzicht moeten wij helemaal terug naar het begin. Naar Genesis. Naar de Hof van Eden, waar de mens wordt verboden om te eten van de boom der kennis (het plaatje heb ik gepikt van Frank van der Zwan). “Op de dag dat u daarvan eet, zult u zeker sterven.” (Gen. 2:17)

Hoewel het evolutiedenken uit alle macht probeert om deze herinnering uit ons geheugen te wissen, weten we allemaal wat er is gebeurd.

  • Adam en Eva hebben van de verboden vrucht gegeten en de dood heeft zijn intrede gedaan in Gods prachtige schepping.
  • De mens heeft inzicht gekregen in de kennis van goed en kwaad en durfde zich niet meer voor Gods aangezicht te vertonen.
  • De grote verleiding die altijd op de loer ligt, is dat de mens aan God gelijk wil zijn: “Uw ogen zullen geopend worden en u zal als God zijn, goed en kwaad kennend” (Gen 3:5).

Het geschenk van het eeuwige leven is het antwoord op de toestand waarin de wereld is terecht gekomen.

  • In de opstanding van de Here Jezus is de dood als vijand onttroond. Wij mogen in Hem eeuwig leven voor Zijn aangezicht.
  • In Joh. 17: 3 definieert de Here Jezus het eeuwige leven als “Dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, die U gezonden hebt.” Daarmee wordt duidelijk dat het eeuwige leven herstel brengt in de verstoorde relatie met God. Wij mogen het hart van God kennen en daar onze beschutting vinden.
  • De eerste Johannesbrief sluit af met een paragraaf over het gebed. Daarin wordt duidelijk dat de herstelde relatie met God ons de mogelijkheid biedt om te leven in afhankelijkheid van Hem. Hij verhoort ons telkens als wij iets bidden naar Zijn wil. Wat een verschil met de situatie waar wij uit komen en alles draait om het aan God gelijk zijn.

1joh05-16

De wereld overwinnen. Ik vat nog even samen wat ik hierover gezegd heb.

  • De Here Jezus heeft voor ons de wereld overwonnen. Wij mogen hiervan de vruchten plukken.
  • De Here Jezus heeft ons eeuwig leven gegeven en herstel gebracht in de relatie met God de Vader.
  • Ons aandeel ligt in een leven in afhankelijkheid van Hem en de verdieping van ons geloof: weten dat Hij de Christus is en de Zoon van God.

Wanneer wij leven vanuit deze grondhouding zijn wij opgewassen tegen deze wereld en kan niets ons deren.

banner_mjdehaan_2012

Aantal keren bekeken: 536

Één reactie op “1 Joh. 5:5-13 – De wereld overwinnen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *